Opinion

De TU-trein rijdt, maar waarheen en hoeveel kost het?

Binnenkort beginnen college van bestuur en universiteitsraad aan de behandeling van de begroting voor 1997. Een van de financiële specialisten uit de u-raad kan een gevoel van onbehagen niet verbergen: immers bezuinigingen alom, behalve bij het college van bestuur.

,,Het lijkt wel of ze veel oplossingen hebben, maar de problemen er nog bij moeten zoeken.”

De TU-trein rijdt, maar waarheen? En hoe duur zal het kaartje aan het eind van de rit blijken te zijn? Zo zou men volgens mij de toestand kernachtig kunnen samenvatten waarin de TU Delft zich nu bevindt. Er staat namelijk momenteel nogal wat op de rails. De ondersteunende processen worden gemoderniseerd. De overhead wordt verminderd. Er komt een nieuw informatiesysteem dat alles kan. We gaan tijdschrijven. Er komt nieuw toponderzoek. De diensten worden geclusterd. De faculteiten worden geclusterd. De TU-wijk wordt gevitaliseerd. Het personeel wordt gerevitaliseerd. Om maar een paar punten te noemen.

Met al deze plannen is veel geld gemoeid. Bovendien zijn veel van die vernieuwingen tamelijk ingrijpend voor het personeel. Ze veroorzaken onrust en mogelijkerwijs ook leed. Een reden om niet over één nacht ijs te gaan bij het overhoop halen van onze organisatie.

Als ik nu zelf een ‘nieuwe’ TU zou mogen ontwerpen, zou ik beginnen het probleem zorgvuldig te beschrijven. Om daarna een oplossing te zoeken die in ieder geval aan een aantal voorwaarden moet voldoen. De oplossing moet bij het probleem passen, de onrust en het menselijk leed moeten geminimaliseerd worden, en de investeringen moeten binnen redelijke termijn terugverdiend kunnen worden.
Adviseurs

Ik heb niet het idee dat het cvb van de TU in alle gevallen zo te werk gaat. Het lijkt wel of ze veel oplossingen hebben, maar soms de problemen er nog bij moeten zoeken. Vermindering overhead, prima! Maar wat is nu eigenlijk precies overhead? De som van de centrale diensten? Dat lijkt me niet eerlijk: ik ben zelf bijvoorbeeld zeer blij als ik af en toe een boek kan lenen, Internet kan gebruiken, en mijn salaris op tijd krijg. Clusteren van faculteiten? Welk probleem wordt daar mee opgelost? Ga ik beter onderwijs geven als ik opeens bij de School of Applied Sciences and Engineering blijk te werken?

Bij het uitwerken van al deze plannen wordt het college bijgestaan door adviseurs. Soms gaat dat goed, zoals bij de vastgoedproblematiek. De stuurgroep vastgoedbeleid heeft eerst het probleem in kaart gebracht, en begint nu met oplossingen te komen. Dat daar een flink prijskaartje aan hangt is wel even slikken, maar in ieder geval is alles goed overdacht en gedocumenteerd. Van de stuurgroep informatiebeleid, die deinvoering van het nieuwe management informatiesysteem (‘MIS’) onder zijn hoede heeft, verneemt de u-raad hoegenaamd niets. Een goed onderbouwde begroting voor dit project is ons dan ook nog niet onder ogen gekomen. Ondertussen wordt er al behoorlijk wat geld uitgegeven.
Voor schut

Een commissie-Dirken heeft geruime tijd over clusteren nagedacht en toen gerapporteerd dat er voor het clusteren van faculteiten slechts één reden te bedenken was, namelijk het kweken van een ‘nieuw elan’. Die commissie had in ieder geval door dat er bij haar oplossing ook een nieuw probleem bedacht moest worden. Overigens zette collegevoorzitter De Voogd deze commissie min of meer voor schut door zelf binnen een week met een eigen clustervoorstel te komen, dat veel verder ging.

Vaak worden er ook adviseurs van buiten aangetrokken. Bij de najaarsnota 1995 ging de u-raad nog tandenknarsend akkoord met de kosten van 1,5 miljoen gulden voor het doorlichten van de ondersteunende diensten. Het college beloofde beterschap en zegde toe om nieuwe uitgaven uit het moderniseringsbudget voortaan vooraf ter toetsing aan een commissie van de raad voor te zullen leggen. Nu, bij de behandeling van de najaarsnota 1996, verneemt de raad dat daarvoor in 1996 ongeveer 3,1 miljoen zal worden uitgegeven. Toetsing vooraf is achterwege gebleven. Inmiddels heeft het college toegegeven nog niet te weten hoe hoog de totale moderniseringskosten zullen zijn.

Intussen krimpt de TU met ongeveer honderd fulltime arbeidsplaatsen per jaar. Deze besparing wordt voornamelijk gerealiseerd bij de faculteiten. En zo zien we dat door een beleid dat er op gericht is om meer geld beschikbaar te stellen voor onderwijs en onderzoek, het aandeel van de faculteiten in de totale TU-begroting steeds maar afneemt.

In december behandelt de universiteitsraad de begroting voor 1997. Het is naar mijn mening noodzakelijk dat er vooraf duidelijkheid komt over de eindbestemming van de moderniseringstrein, de eventuele tussenstations, en de prijs van het kaartje. Nog heeft de raad de mogelijkheid om aan de noodrem te trekken!

Binnenkort beginnen college van bestuur en universiteitsraad aan de behandeling van de begroting voor 1997. Een van de financiële specialisten uit de u-raad kan een gevoel van onbehagen niet verbergen: immers bezuinigingen alom, behalve bij het college van bestuur. ,,Het lijkt wel of ze veel oplossingen hebben, maar de problemen er nog bij moeten zoeken.”

De TU-trein rijdt, maar waarheen? En hoe duur zal het kaartje aan het eind van de rit blijken te zijn? Zo zou men volgens mij de toestand kernachtig kunnen samenvatten waarin de TU Delft zich nu bevindt. Er staat namelijk momenteel nogal wat op de rails. De ondersteunende processen worden gemoderniseerd. De overhead wordt verminderd. Er komt een nieuw informatiesysteem dat alles kan. We gaan tijdschrijven. Er komt nieuw toponderzoek. De diensten worden geclusterd. De faculteiten worden geclusterd. De TU-wijk wordt gevitaliseerd. Het personeel wordt gerevitaliseerd. Om maar een paar punten te noemen.

Met al deze plannen is veel geld gemoeid. Bovendien zijn veel van die vernieuwingen tamelijk ingrijpend voor het personeel. Ze veroorzaken onrust en mogelijkerwijs ook leed. Een reden om niet over één nacht ijs te gaan bij het overhoop halen van onze organisatie.

Als ik nu zelf een ‘nieuwe’ TU zou mogen ontwerpen, zou ik beginnen het probleem zorgvuldig te beschrijven. Om daarna een oplossing te zoeken die in ieder geval aan een aantal voorwaarden moet voldoen. De oplossing moet bij het probleem passen, de onrust en het menselijk leed moeten geminimaliseerd worden, en de investeringen moeten binnen redelijke termijn terugverdiend kunnen worden.
Adviseurs

Ik heb niet het idee dat het cvb van de TU in alle gevallen zo te werk gaat. Het lijkt wel of ze veel oplossingen hebben, maar soms de problemen er nog bij moeten zoeken. Vermindering overhead, prima! Maar wat is nu eigenlijk precies overhead? De som van de centrale diensten? Dat lijkt me niet eerlijk: ik ben zelf bijvoorbeeld zeer blij als ik af en toe een boek kan lenen, Internet kan gebruiken, en mijn salaris op tijd krijg. Clusteren van faculteiten? Welk probleem wordt daar mee opgelost? Ga ik beter onderwijs geven als ik opeens bij de School of Applied Sciences and Engineering blijk te werken?

Bij het uitwerken van al deze plannen wordt het college bijgestaan door adviseurs. Soms gaat dat goed, zoals bij de vastgoedproblematiek. De stuurgroep vastgoedbeleid heeft eerst het probleem in kaart gebracht, en begint nu met oplossingen te komen. Dat daar een flink prijskaartje aan hangt is wel even slikken, maar in ieder geval is alles goed overdacht en gedocumenteerd. Van de stuurgroep informatiebeleid, die deinvoering van het nieuwe management informatiesysteem (‘MIS’) onder zijn hoede heeft, verneemt de u-raad hoegenaamd niets. Een goed onderbouwde begroting voor dit project is ons dan ook nog niet onder ogen gekomen. Ondertussen wordt er al behoorlijk wat geld uitgegeven.
Voor schut

Een commissie-Dirken heeft geruime tijd over clusteren nagedacht en toen gerapporteerd dat er voor het clusteren van faculteiten slechts één reden te bedenken was, namelijk het kweken van een ‘nieuw elan’. Die commissie had in ieder geval door dat er bij haar oplossing ook een nieuw probleem bedacht moest worden. Overigens zette collegevoorzitter De Voogd deze commissie min of meer voor schut door zelf binnen een week met een eigen clustervoorstel te komen, dat veel verder ging.

Vaak worden er ook adviseurs van buiten aangetrokken. Bij de najaarsnota 1995 ging de u-raad nog tandenknarsend akkoord met de kosten van 1,5 miljoen gulden voor het doorlichten van de ondersteunende diensten. Het college beloofde beterschap en zegde toe om nieuwe uitgaven uit het moderniseringsbudget voortaan vooraf ter toetsing aan een commissie van de raad voor te zullen leggen. Nu, bij de behandeling van de najaarsnota 1996, verneemt de raad dat daarvoor in 1996 ongeveer 3,1 miljoen zal worden uitgegeven. Toetsing vooraf is achterwege gebleven. Inmiddels heeft het college toegegeven nog niet te weten hoe hoog de totale moderniseringskosten zullen zijn.

Intussen krimpt de TU met ongeveer honderd fulltime arbeidsplaatsen per jaar. Deze besparing wordt voornamelijk gerealiseerd bij de faculteiten. En zo zien we dat door een beleid dat er op gericht is om meer geld beschikbaar te stellen voor onderwijs en onderzoek, het aandeel van de faculteiten in de totale TU-begroting steeds maar afneemt.

In december behandelt de universiteitsraad de begroting voor 1997. Het is naar mijn mening noodzakelijk dat er vooraf duidelijkheid komt over de eindbestemming van de moderniseringstrein, de eventuele tussenstations, en de prijs van het kaartje. Nog heeft de raad de mogelijkheid om aan de noodrem te trekken!

Editor Redactie

Do you have a question or comment about this article?

delta@tudelft.nl

Comments are closed.