Campus

De schaduw van de oude meester

De hedendaagse schilderkunst houdt zich al lang niet meer bezig met de illusionistische weergave van de werkelijkheid. Toch laten veel kunstenaars zich nog steeds inspireren door de oude meesters.

Als afsluiting van het jubileumjaar Delft 750 jaar Cultuurstad loopt in Stedelijk Museum Het Prinsenhof en in Galerie Lutz de tentoonstelling ‘In gesprek met Vermeer – hedendaagse kunst in dialoog.’

Nog altijd kun je in musea jonge schilders aantreffen die oude meesterwerken kopiëren. Het is een methode die eeuwenlang is gepropageerd in het onderricht aan aspirant kunstenaars. Als je een goed schilder wilt worden moet je eerst de technieken van de oude meesters onder de knie krijgen. Tegenwoordig zijn de meeste opleidingen daarvan afgestapt en vindt men het belangrijker dat de leerlingen hun eigen modus zoeken.

Het kopiëren is dus enigszins uit de gratie – behoudens bij vervalsers, maar bij hen is het een doel en geen middel. Wat kunstenaars tegenwoordig wel meer dan ooit tevoren toepassen is het citaat. Het is een stijlmiddel waarmee onder andere verwantschap wordt uitgedrukt met een oude meester of waarmee men zichzelf in de geschiedenis situeert.

Naast deze directe en openlijke vorm van eerbetoon, kunnen invloeden van oude meesters ook op meer verborgen wijze het werk van een kunstenaar binnensluipen. Iedereen heeft nu eenmaal zijn voor- en afkeuren, en bewust of onbewust laat men zich door anderen beïnvloeden. Hoe vernieuwend een kunstenaar ook mag zijn, altijd draagt zijn werk de sporen van voorgangers.

Op de tentoonstelling ‘In gesprek met Vermeer – hedendaagse kunst in dialoog’ is het werk samengebracht van 32 kunstenaars die belangstelling hebben voor de schilderijen van Vermeer. Bij sommigen is de Delftse meester nadrukkelijk aanwezig, bij anderen valt hij nauwelijks te ontwaren. In dat opzicht is de expositie illustratief voor de wijze waarop kunstenaars zich laten beïnvloeden. Los daarvan verschaft een bezoek aan Het Prinsenhof en Galerie Lutz ook een aardig doorkijkje op de hedendaagse kunst.
Brand

Wel moeten we meteen vaststellen dat hoe minder zichtbaar Vermeer aanwezig is, hoe meer het werk aanspreekt. Wie zich in het voetspoor beweegt van de meester, valt natuurlijk meteen door de mand. Of zoals Diederik Gerlach antwoordde op het verzoek van Will Lutz om een interpretatie te geven van de schilderijen van Vermeer waarop een brief voorkomt: ,,Vermeer is zo godsgruwelijk af en volmaakt dat ik er liever geen vingers aan brand.”

Dat het werk waarin de invloed van Vermeer niet opvallend doorheenschemert torenhoog uitstijgt boven de rest, komt ook door de kwaliteit van de betrokken kunstenaars. De fijnzinnige experimenten met perspectief van Jan Dibbets zetten een standaard waaraan weinigen kunnen tippen. Er hangen van hem een aantal fotomontages van gewelven en plafonds van bijvoorbeeld het Guggenheim Museum in New York en de kathedraal van Bourges.

Dezelfde kwaliteit dragen ook de witte, seriële reliëfs van de in Delft geboren kunstenaar Jan Schoonhoven. Ze bestaan uit een eindeloze herhaling van hokjes en vakjes of, in zijn later werk, ‘dakpannetjes’ van karton. Ogenschijnlijk simpel zien ze eruit, maar ze werken wel en nemen terecht een markante plaats in de kunstgeschiedenis in. Wat hij met Vermeer deelt is zijn preoccupatie met licht en schaduwwerking.
Grap

Beduidend minder overtuigend is zoals gezegd het werk van de kunstenaars die Vermeer uitbundig citeren. Benoît Hermans zet gemengde technieken in om zijn schilderijen door toevoeging van bepaalde beeldelementen naar de huidige wereld toe te trekken. Zo plaatste hij op het lichaam van ‘Brieflezende vrouw in het blauw’ het hoofd van Marylin Monroe. Het is bedoeld als ironisch commentaar, maar komt over als een flauwe grap die verre van origineel is.

Van de kunstenaars die inhaken op doeken van Vermeer gaat Mary Waters het verst. Zij haalt fragmenten uit de context van het oorspronkelijke schilderij en probeert ze daardoor een andere betekenis te geven. We zien bijvoorbeeld afbeeldingen van een oor, een oog en een mond. Zonder moeite kunnen we ze herkennen als typisch Vermeer. Ze is er redelijk goed in geslaagd zich de technieken van de oude meester eigen te maken, waarbij opvalt dat ze soms in zwart-wit werkt. Ze leerde de doeken namelijk kennen uit zwart-wit afbeeldingen in kunstboeken. ,,Ik kopieer niet”, zegt ze. ,,Ik interpreteer de zeventiende-eeuwse schilderkunst als een twintigste-eeuwse schilder.”

Er werd ook nog een opdracht gegeven aan vier in Delft wonende kunstenaars om te reageren op ‘Gezicht op Delft’ van Vermeer. Jaap van den Ende maakte een aantal ‘luchtgezichten’ en Aart Houtman schilderde de stad met een ruige toets in sombere kleuren. Sinds de tijd van Vermeer is de wereld en de schilderkunst inderdaad veel verandert, maar de schaduw van de meester doet zich onverminderd gelden.

De tentoonstelling is nog tot en met 2 maart te bezichtigen in Stedelijk Museum Het Prinsenhof en Galerie Lutz.
(M.v.d.L.)

,,,

De hedendaagse schilderkunst houdt zich al lang niet meer bezig met de illusionistische weergave van de werkelijkheid. Toch laten veel kunstenaars zich nog steeds inspireren door de oude meesters. Als afsluiting van het jubileumjaar Delft 750 jaar Cultuurstad loopt in Stedelijk Museum Het Prinsenhof en in Galerie Lutz de tentoonstelling ‘In gesprek met Vermeer – hedendaagse kunst in dialoog.’

Nog altijd kun je in musea jonge schilders aantreffen die oude meesterwerken kopiëren. Het is een methode die eeuwenlang is gepropageerd in het onderricht aan aspirant kunstenaars. Als je een goed schilder wilt worden moet je eerst de technieken van de oude meesters onder de knie krijgen. Tegenwoordig zijn de meeste opleidingen daarvan afgestapt en vindt men het belangrijker dat de leerlingen hun eigen modus zoeken.

Het kopiëren is dus enigszins uit de gratie – behoudens bij vervalsers, maar bij hen is het een doel en geen middel. Wat kunstenaars tegenwoordig wel meer dan ooit tevoren toepassen is het citaat. Het is een stijlmiddel waarmee onder andere verwantschap wordt uitgedrukt met een oude meester of waarmee men zichzelf in de geschiedenis situeert.

Naast deze directe en openlijke vorm van eerbetoon, kunnen invloeden van oude meesters ook op meer verborgen wijze het werk van een kunstenaar binnensluipen. Iedereen heeft nu eenmaal zijn voor- en afkeuren, en bewust of onbewust laat men zich door anderen beïnvloeden. Hoe vernieuwend een kunstenaar ook mag zijn, altijd draagt zijn werk de sporen van voorgangers.

Op de tentoonstelling ‘In gesprek met Vermeer – hedendaagse kunst in dialoog’ is het werk samengebracht van 32 kunstenaars die belangstelling hebben voor de schilderijen van Vermeer. Bij sommigen is de Delftse meester nadrukkelijk aanwezig, bij anderen valt hij nauwelijks te ontwaren. In dat opzicht is de expositie illustratief voor de wijze waarop kunstenaars zich laten beïnvloeden. Los daarvan verschaft een bezoek aan Het Prinsenhof en Galerie Lutz ook een aardig doorkijkje op de hedendaagse kunst.
Brand

Wel moeten we meteen vaststellen dat hoe minder zichtbaar Vermeer aanwezig is, hoe meer het werk aanspreekt. Wie zich in het voetspoor beweegt van de meester, valt natuurlijk meteen door de mand. Of zoals Diederik Gerlach antwoordde op het verzoek van Will Lutz om een interpretatie te geven van de schilderijen van Vermeer waarop een brief voorkomt: ,,Vermeer is zo godsgruwelijk af en volmaakt dat ik er liever geen vingers aan brand.”

Dat het werk waarin de invloed van Vermeer niet opvallend doorheenschemert torenhoog uitstijgt boven de rest, komt ook door de kwaliteit van de betrokken kunstenaars. De fijnzinnige experimenten met perspectief van Jan Dibbets zetten een standaard waaraan weinigen kunnen tippen. Er hangen van hem een aantal fotomontages van gewelven en plafonds van bijvoorbeeld het Guggenheim Museum in New York en de kathedraal van Bourges.

Dezelfde kwaliteit dragen ook de witte, seriële reliëfs van de in Delft geboren kunstenaar Jan Schoonhoven. Ze bestaan uit een eindeloze herhaling van hokjes en vakjes of, in zijn later werk, ‘dakpannetjes’ van karton. Ogenschijnlijk simpel zien ze eruit, maar ze werken wel en nemen terecht een markante plaats in de kunstgeschiedenis in. Wat hij met Vermeer deelt is zijn preoccupatie met licht en schaduwwerking.
Grap

Beduidend minder overtuigend is zoals gezegd het werk van de kunstenaars die Vermeer uitbundig citeren. Benoît Hermans zet gemengde technieken in om zijn schilderijen door toevoeging van bepaalde beeldelementen naar de huidige wereld toe te trekken. Zo plaatste hij op het lichaam van ‘Brieflezende vrouw in het blauw’ het hoofd van Marylin Monroe. Het is bedoeld als ironisch commentaar, maar komt over als een flauwe grap die verre van origineel is.

Van de kunstenaars die inhaken op doeken van Vermeer gaat Mary Waters het verst. Zij haalt fragmenten uit de context van het oorspronkelijke schilderij en probeert ze daardoor een andere betekenis te geven. We zien bijvoorbeeld afbeeldingen van een oor, een oog en een mond. Zonder moeite kunnen we ze herkennen als typisch Vermeer. Ze is er redelijk goed in geslaagd zich de technieken van de oude meester eigen te maken, waarbij opvalt dat ze soms in zwart-wit werkt. Ze leerde de doeken namelijk kennen uit zwart-wit afbeeldingen in kunstboeken. ,,Ik kopieer niet”, zegt ze. ,,Ik interpreteer de zeventiende-eeuwse schilderkunst als een twintigste-eeuwse schilder.”

Er werd ook nog een opdracht gegeven aan vier in Delft wonende kunstenaars om te reageren op ‘Gezicht op Delft’ van Vermeer. Jaap van den Ende maakte een aantal ‘luchtgezichten’ en Aart Houtman schilderde de stad met een ruige toets in sombere kleuren. Sinds de tijd van Vermeer is de wereld en de schilderkunst inderdaad veel verandert, maar de schaduw van de meester doet zich onverminderd gelden.

De tentoonstelling is nog tot en met 2 maart te bezichtigen in Stedelijk Museum Het Prinsenhof en Galerie Lutz.
(M.v.d.L.)

De hedendaagse schilderkunst houdt zich al lang niet meer bezig met de illusionistische weergave van de werkelijkheid. Toch laten veel kunstenaars zich nog steeds inspireren door de oude meesters. Als afsluiting van het jubileumjaar Delft 750 jaar Cultuurstad loopt in Stedelijk Museum Het Prinsenhof en in Galerie Lutz de tentoonstelling ‘In gesprek met Vermeer – hedendaagse kunst in dialoog.’

Nog altijd kun je in musea jonge schilders aantreffen die oude meesterwerken kopiëren. Het is een methode die eeuwenlang is gepropageerd in het onderricht aan aspirant kunstenaars. Als je een goed schilder wilt worden moet je eerst de technieken van de oude meesters onder de knie krijgen. Tegenwoordig zijn de meeste opleidingen daarvan afgestapt en vindt men het belangrijker dat de leerlingen hun eigen modus zoeken.

Het kopiëren is dus enigszins uit de gratie – behoudens bij vervalsers, maar bij hen is het een doel en geen middel. Wat kunstenaars tegenwoordig wel meer dan ooit tevoren toepassen is het citaat. Het is een stijlmiddel waarmee onder andere verwantschap wordt uitgedrukt met een oude meester of waarmee men zichzelf in de geschiedenis situeert.

Naast deze directe en openlijke vorm van eerbetoon, kunnen invloeden van oude meesters ook op meer verborgen wijze het werk van een kunstenaar binnensluipen. Iedereen heeft nu eenmaal zijn voor- en afkeuren, en bewust of onbewust laat men zich door anderen beïnvloeden. Hoe vernieuwend een kunstenaar ook mag zijn, altijd draagt zijn werk de sporen van voorgangers.

Op de tentoonstelling ‘In gesprek met Vermeer – hedendaagse kunst in dialoog’ is het werk samengebracht van 32 kunstenaars die belangstelling hebben voor de schilderijen van Vermeer. Bij sommigen is de Delftse meester nadrukkelijk aanwezig, bij anderen valt hij nauwelijks te ontwaren. In dat opzicht is de expositie illustratief voor de wijze waarop kunstenaars zich laten beïnvloeden. Los daarvan verschaft een bezoek aan Het Prinsenhof en Galerie Lutz ook een aardig doorkijkje op de hedendaagse kunst.
Brand

Wel moeten we meteen vaststellen dat hoe minder zichtbaar Vermeer aanwezig is, hoe meer het werk aanspreekt. Wie zich in het voetspoor beweegt van de meester, valt natuurlijk meteen door de mand. Of zoals Diederik Gerlach antwoordde op het verzoek van Will Lutz om een interpretatie te geven van de schilderijen van Vermeer waarop een brief voorkomt: ,,Vermeer is zo godsgruwelijk af en volmaakt dat ik er liever geen vingers aan brand.”

Dat het werk waarin de invloed van Vermeer niet opvallend doorheenschemert torenhoog uitstijgt boven de rest, komt ook door de kwaliteit van de betrokken kunstenaars. De fijnzinnige experimenten met perspectief van Jan Dibbets zetten een standaard waaraan weinigen kunnen tippen. Er hangen van hem een aantal fotomontages van gewelven en plafonds van bijvoorbeeld het Guggenheim Museum in New York en de kathedraal van Bourges.

Dezelfde kwaliteit dragen ook de witte, seriële reliëfs van de in Delft geboren kunstenaar Jan Schoonhoven. Ze bestaan uit een eindeloze herhaling van hokjes en vakjes of, in zijn later werk, ‘dakpannetjes’ van karton. Ogenschijnlijk simpel zien ze eruit, maar ze werken wel en nemen terecht een markante plaats in de kunstgeschiedenis in. Wat hij met Vermeer deelt is zijn preoccupatie met licht en schaduwwerking.
Grap

Beduidend minder overtuigend is zoals gezegd het werk van de kunstenaars die Vermeer uitbundig citeren. Benoît Hermans zet gemengde technieken in om zijn schilderijen door toevoeging van bepaalde beeldelementen naar de huidige wereld toe te trekken. Zo plaatste hij op het lichaam van ‘Brieflezende vrouw in het blauw’ het hoofd van Marylin Monroe. Het is bedoeld als ironisch commentaar, maar komt over als een flauwe grap die verre van origineel is.

Van de kunstenaars die inhaken op doeken van Vermeer gaat Mary Waters het verst. Zij haalt fragmenten uit de context van het oorspronkelijke schilderij en probeert ze daardoor een andere betekenis te geven. We zien bijvoorbeeld afbeeldingen van een oor, een oog en een mond. Zonder moeite kunnen we ze herkennen als typisch Vermeer. Ze is er redelijk goed in geslaagd zich de technieken van de oude meester eigen te maken, waarbij opvalt dat ze soms in zwart-wit werkt. Ze leerde de doeken namelijk kennen uit zwart-wit afbeeldingen in kunstboeken. ,,Ik kopieer niet”, zegt ze. ,,Ik interpreteer de zeventiende-eeuwse schilderkunst als een twintigste-eeuwse schilder.”

Er werd ook nog een opdracht gegeven aan vier in Delft wonende kunstenaars om te reageren op ‘Gezicht op Delft’ van Vermeer. Jaap van den Ende maakte een aantal ‘luchtgezichten’ en Aart Houtman schilderde de stad met een ruige toets in sombere kleuren. Sinds de tijd van Vermeer is de wereld en de schilderkunst inderdaad veel verandert, maar de schaduw van de meester doet zich onverminderd gelden.

De tentoonstelling is nog tot en met 2 maart te bezichtigen in Stedelijk Museum Het Prinsenhof en Galerie Lutz.
(M.v.d.L.)