Education

‘De macht is aan de toezichthouder’

Sprekers uit Finland, Denemarken en Frankrijk zijn de trekkers op het afscheidssymposium van John Groenewegen, hoogleraar economie van infrastructuren bij TBM, op vrijdag 23 mei in de aula.


Het symposium gaat over infrastructuren. Waar denken we dan aan – wegen, glasvezel, oliepijpleidingen?


“Al die infrastructuren zijn sociotechnische systemen. De technische kant -de wegen, gasleidingen enzovoorts – wordt gemaakt door ingenieurs. En de socio-kant, dat zijn de instituties die staan voor waarden, normen en formele regels in de samenleving. Die zorgen ervoor dat de technische componenten op zo’n manier met elkaar samenwerken dat waarde voor de gemeenschap, de leveringszekerheid van gas bijvoorbeeld, gewaarborgd wordt. Het moeilijke is om de ingenieurs die de techniek maken en de sociale wetenschappers die de instituties maken met elkaar in gesprek te krijgen.”


Een term die dan snel valt is ‘next generation infrastructures’. Waarin ligt het verschil met die volgende generatie?


“Dat weten we niet. Daarom is het ook ‘future’. Maar we kunnen ons er wel denkbeelden over maken. Wat ik hier op de gang hoor is dat het decentraler zal zijn. De elektriciteitsvoorziening vertakt zich traditioneel vanuit grote centrales naar de gebruikers. Maar de zonnepanelen en biogasgenerators zijn voorboden van opkomende decentrale opwekking. Ook zal er in de toekomst meer interactie zijn tussen producenten en consumenten. De consument wordt ook producent. Dat betekent dat de systemen technisch veel slimmer moeten worden om dat tweerichtingsverkeer in goede banen te leiden. Dergelijke veranderingen hebben technische een institutionele componenten en vragen om een nieuwe afstemming. Systemen zullen veel minder top-down ontworpen kunnen worden. In plaats daarvan moeten ze zich spontaan ontwikkelen.”


Is dat geen paradox: ontwerpen en spontane ontwikkeling?


“Een paradox is een schijnbare tegenstelling. Je kunt een netwerk aanleggen waarbij je het gedrag op dat netwerk aan de autonomie van de spelers overlaat. De filosofie is dat al die micro-actoren met hun eigenbelangen gezamenlijk tot iets komen dat de best mogelijke uitkomst is. Dat idee grijpt terug op Adam Smith, een van de grondleggers van de economie, die het al had over de onzichtbare hand van het marktmechanisme.”


Gaat het oude spel op een nieuw platform verder?


“Ja, en ik zou daar graag aan toe willen voegen dat er een systeemmanager moet zijn die monitort. Hij moet in de gaten houden wat die actoren doen en alarm slaan wanneer de waarden van de samenleving in het gedrang komen. De toezichthouder meldt dat aan de deelnemers. Als er niks gebeurt gaat hij prikkels uitdelen in de vorm van een subsidie of een belasting. Verandert er dan nog niks, dan kan er een gebod of een verbod uitgevaardigd worden. Dat is qua kosten de meest efficiënte manier van regelen.”


Dat klinkt meer als een actieplan dan een afscheidsrede.


“Ik ben niet zo van het terugkijken. Ik ga wel weg, maar ik blijf wel met de TU verbonden. Ik heb nog promovendi die ik begeleid en we hebben elke week heel leuke seminars die ik ook blijf bijwonen.”


Symposium: Understanding and Designing Next Generation Infrastructures; about mono-, multi- and interdisciplinarity. Vrijdag 23 mei 2014, 15 uur, Aula. Gratis deelname via: www.aanmelder.nl/78420

 

Editor Redactie

Do you have a question or comment about this article?

delta@tudelft.nl

Comments are closed.