Opinion

De kiftende vrouwen van Frank Lloyd Wright

De Amerikaanse schrijver T.C. Boyle beschrijft in ‘The Women’ het turbulente leven van de flamboyante architect Frank Lloyd Wright aan de hand van zijn relaties met drie opmerkelijke vrouwen.

Op 15 augustus 1914 vond er een gruwelijke gebeurtenis plaats op Taliesin, het huis van Frank Lloyd Wright (1867-1959), de ontwerper van het Guggenheim museum in New York. Wright woonde daar destijds ruim drie jaar samen met zijn minnares Mammah Borthwick, de vrouw van een van zijn cliënten. Knecht Julian Carlton stak op die zwarte dag het huis in brand. Met een bijl vermoordde hij vervolgens zeven mensen, waaronder Borthwick en haar twee kinderen. Dit verschrikkelijke drama zette het leven van Wright op zijn kop.

In ‘The Women’ speelt deze brand een centrale rol. Waarom Carlton de moorden precies pleegde is nooit helemaal opgehelderd. Hij stierf zes weken na de brand in de cel. Het is het voordeel van de romancier dat hij dit soort onheldere episodes met zijn fantasie kan invullen. Boyle, die de magistrale roman ‘Talk, Talk’ schreef, maakt daar met veel genoegen gebruik van. Hij baseert zijn boek op feiten, waaronder krantenartikelen en biografieën die over Wright zijn gepubliceerd. Maar hij gaf zichzelf de vrijheid om emoties en dialogen te verzinnen.
In Boyle’s versie krijgt Borthwick het vlak voor de brand met Carlton aan de stok. Zij kan niet aanzien hoe Carlton zijn vrouw – die als kok in dienst was – behandelt. Daarom ontslaat ze hem. Daarna neemt Carlton op een waanzinnige manier wraak.

Het was niet de enige keer dat Taliesin in brand stond. Nadat Wright Taliesin weer opbouwde, ging het huis elf jaar later opnieuw in vlammen op. Daarna ontwierp onverzettelijke Wright Taliesin III. Geen enkele schrijver zou met een dergelijk verhaal wegkomen, zo ongeloofwaardig klinkt het. Boyle lukt dat wel omdat het echt is gebeurd.
Boyle kiest ervoor om het verhaal rond deze branden te vertellen vanuit het oogpunt van drie vrouwen die de meeste invloed in het leven van de architect hebben gehad: zijn maniakale tweede vrouw Maude Miriam Noel, minnares Borthwick en zijn derde vrouw Olgivanna Milanoff. Noel eist in de roman verreweg de meeste aandacht op. Met haar belevingen begint het boek, net na de tweede brand.

Wright is dan nog getrouwd met Noel, maar leeft inmiddels al samen met Milanoff. Boyle zet Noel neer als een jaloerse feeks, die het niet kan verkroppen dat haar man een nieuw liefje heeft. Ze stelt alles in het werk om Wright het leven zuur te maken. Noel claimt haar man ten overstaan van de roddelpers, en onthult diens affaire. Daarop volgen persconferenties van beide kanten. Bij Wright vinden die vaak plaats tussen het ontwerpen van gebouwen door. Zowel Wright als Noel maken elkaar zwart in de media. Het ene moment haten ze de riooljournalistiek om deze vervolgens weer te omarmen, er hun verhaal te doen en de ander voor rotte vis uit te maken. De dubbelzinnigheid daarvan laat Boyle op een fascinerende manier zien. Door ook op het werk van Wright als architect te schrijven, zorgt Boyle ervoor dat het verhaal niet alleen over ordinair moddergooien gaat.

Dat verhult echter niet, dat Noel niet goed uit de verf komt. Boyle beschrijft haar zeer eendimensionaal. Het lijkt alsof ze alleen maar gedreven wordt door jaloezie en zich de ganse dag afvraagt hoe mensen tegen haar aankijken. Ook bij het beschrijven van Wright laat Boyle steken vallen. Hij beschrijft de architect op een zeer afstandelijke manier. Veel kom je niet over hem en zijn beweegredenen als architect te weten. Dat is op zich niet erg, maar dat Boyle het vervolgens ook nalaat om te beschrijven waarom de vrouwen voor Wright vallen, is een gemiste kans. Hij beschrijft hun verdere gevoelens namelijk minutieus.

Desondanks blijft er genoeg fascinerends over in ‘The Women’. Dat komt vooral door Boyles sprankelende stijl en de manier waarop hij de verhaallijnen van de vrouwen uit het leven van Wright door elkaar heen vlecht. Daar toont Boyle wel zijn ware klasse.  

T.C. Boyle, ‘The Women’, Viking, 451 p., 15,95 euro.

TU Delft student projects, like Nuna, Formula Student, Formula Zero and Solar boat, will no longer be referred to as student projects, but rather as ‘D:Dreamteams’, which is short for ‘Delft Dream Realization of Extremely Advanced Machines’. The Stevinlab 1 workshop where the various TU student teams work on their projects has also been renamed D:Dream hall. Additionally, a minor is being set up to allows students to combine the work they do for the various D:Dreamteams with their relevant university courses.

Editor Redactie

Do you have a question or comment about this article?

delta@tudelft.nl

Comments are closed.