Science

Beton van staal

Naam: Ir. Lena LappaNationaliteit: Grieks en DuitsLeeftijd: 29 jaarOnderwerp: BetonPromotor: Prof.dr.i

r. Joost Walraven (Civiele Techniek en Geowetenschappen)

Tussenstand: Nog een jaar te gaan

“B200 is een betonsoort die bijna net zo sterk is als staal. Het is een nieuw materiaal waar spannende dingen mee gemaakt kunnen worden, zoals slanke brugonderdelen. Ik onderzoek hoe lang het materiaal meegaat. Hiervoor gebruik ik balken van een meter lang en 12,5 centimeter dik. Ik doe er dynamische proeven mee. Dit wil zeggen dat ik er herhaaldelijk wisselde krachten op uitoefen. Daarnaast doe ik er statische proeven mee, waarbij ik de kracht – bijvoorbeeld loodrecht op de balk – langzaam opvoer totdat het beton breekt. Ook test ik de zogenaamde trekkracht. Hiervoor gebruik ik stukken beton in de vorm van hondenkluiven, zodat ik goed grip kan krijgen op de uiteinden.

Het beton waarmee ik werk, kan een druk aan van tweehonderd Newton per vierkante millimeter. Vandaar de naam B200. Normaal beton, waarvan de meeste gebouwen gemaakt worden, zit tussen de B25 en de B65. Naast de kracht is een ander groot voordeel van B200 dat je een groot deel van de wapening niet meer nodig hebt. In plaats daarvan voegen we metalen vezels toe aan het mengsel. Overigens ontwikkel ik het beton niet zelf. Ik voer alleen de proeven uit en onderzoek het materiaalgedrag met modeleringen.

B200 is wel duurder dan andere betonsoorten. Om het te kunnen storten moet je een aantal stoffen toevoegen. Bijvoorbeeld korreltjes die kleiner zijn dan de cementdeeltjes, waardoor het beton minder broos wordt. Ook is een zogenaamde plastificeerder noodzakelijk. Dit is een soort suiker die het beton vloeibaarder maakt. Voor de meeste constructies is B100 al prima. Het voordeel is dat je bij deze betonsoort nog zand en grind uit de rivier kunt gebruiken als kleine korreltjes.

Een van de betonsoorten waarmee ik experimenteer wordt nu als dijkversterkingsmateriaal gebruikt in Zuid-Holland. In plaats van stalen damwanden worden dunne betonplaten in de dijk geplaatst. Daarnaast zijn er in Zuid-Frankrijk al een paar bruggen van het materiaal gemaakt. Ik hoop dat architecten er nog veel meer mooie en spannende dingen mee maken. Ik zou dat niet kunnen. Daar ben ik niet creatief genoeg voor.

Voordat ik begon met mijn promotieonderzoek studeerde ik civiele techniek in Darmstadt, in Duitsland. Gedurende een halfjaar verbleef ik in Delft als Erasmus-student. Zo leerde ik mijn huidige begeleiders en promotor kennen.

Drie jaar ben ik nu bezig met dit onderzoek. Het bevalt me goed. Ik heb altijd iets praktisch willen doen. Na mijn promotie wil ik als ingenieur werken aan constructies als bruggen en tunnels. Ik wil iets gaan bouwen, anders heb ik niet het gevoel civiele techniek te hebben gedaan. Het daadwerkelijk bouwen van dingen is wel iets wat ik nu mis.” (TvD)

Lena Lappa (Foto: Hans Stakelbeek/FMAX)

Naam: Ir. Lena Lappa

Nationaliteit: Grieks en Duits

Leeftijd: 29 jaar

Onderwerp: Beton

Promotor: Prof.dr.ir. Joost Walraven (Civiele Techniek en Geowetenschappen)

Tussenstand: Nog een jaar te gaan

“B200 is een betonsoort die bijna net zo sterk is als staal. Het is een nieuw materiaal waar spannende dingen mee gemaakt kunnen worden, zoals slanke brugonderdelen. Ik onderzoek hoe lang het materiaal meegaat. Hiervoor gebruik ik balken van een meter lang en 12,5 centimeter dik. Ik doe er dynamische proeven mee. Dit wil zeggen dat ik er herhaaldelijk wisselde krachten op uitoefen. Daarnaast doe ik er statische proeven mee, waarbij ik de kracht – bijvoorbeeld loodrecht op de balk – langzaam opvoer totdat het beton breekt. Ook test ik de zogenaamde trekkracht. Hiervoor gebruik ik stukken beton in de vorm van hondenkluiven, zodat ik goed grip kan krijgen op de uiteinden.

Het beton waarmee ik werk, kan een druk aan van tweehonderd Newton per vierkante millimeter. Vandaar de naam B200. Normaal beton, waarvan de meeste gebouwen gemaakt worden, zit tussen de B25 en de B65. Naast de kracht is een ander groot voordeel van B200 dat je een groot deel van de wapening niet meer nodig hebt. In plaats daarvan voegen we metalen vezels toe aan het mengsel. Overigens ontwikkel ik het beton niet zelf. Ik voer alleen de proeven uit en onderzoek het materiaalgedrag met modeleringen.

B200 is wel duurder dan andere betonsoorten. Om het te kunnen storten moet je een aantal stoffen toevoegen. Bijvoorbeeld korreltjes die kleiner zijn dan de cementdeeltjes, waardoor het beton minder broos wordt. Ook is een zogenaamde plastificeerder noodzakelijk. Dit is een soort suiker die het beton vloeibaarder maakt. Voor de meeste constructies is B100 al prima. Het voordeel is dat je bij deze betonsoort nog zand en grind uit de rivier kunt gebruiken als kleine korreltjes.

Een van de betonsoorten waarmee ik experimenteer wordt nu als dijkversterkingsmateriaal gebruikt in Zuid-Holland. In plaats van stalen damwanden worden dunne betonplaten in de dijk geplaatst. Daarnaast zijn er in Zuid-Frankrijk al een paar bruggen van het materiaal gemaakt. Ik hoop dat architecten er nog veel meer mooie en spannende dingen mee maken. Ik zou dat niet kunnen. Daar ben ik niet creatief genoeg voor.

Voordat ik begon met mijn promotieonderzoek studeerde ik civiele techniek in Darmstadt, in Duitsland. Gedurende een halfjaar verbleef ik in Delft als Erasmus-student. Zo leerde ik mijn huidige begeleiders en promotor kennen.

Drie jaar ben ik nu bezig met dit onderzoek. Het bevalt me goed. Ik heb altijd iets praktisch willen doen. Na mijn promotie wil ik als ingenieur werken aan constructies als bruggen en tunnels. Ik wil iets gaan bouwen, anders heb ik niet het gevoel civiele techniek te hebben gedaan. Het daadwerkelijk bouwen van dingen is wel iets wat ik nu mis.” (TvD)

Lena Lappa (Foto: Hans Stakelbeek/FMAX)

Editor Redactie

Do you have a question or comment about this article?

delta@tudelft.nl

Comments are closed.