Campus

Abet geeft keurmerk, geen rapportcijfer

,,I’m glad you’re all here”, zo begon Tom Phillips van de Amerikaanse organisatie Abet zijn verhaal over accreditering van opleidingen, vorige week donderdag.

Alle vier de aanwezigen in de veel te grote zaal bij Civiel grinnikten vriendelijk en de projectofficer van de American Board for Engineering and Technology (Abet) stak van wal.

De organisatie is in de VS dé instantie die een kwaliteitskeurmerk uitdeelt aan technisch-wetenschappelijke en ingenieursopleidingen. De methode die in Nederland wordt gebruikt om universitaire studieprogramma’s door te lichten en faculteiten te onderwerpen aan een ‘visitatie’, is grotendeels afgekeken van de Amerikanen. Phillips adviseerde in Nederland bij de programmavergelijkingen civiele techniek (TUD), werktuigbouwkunde (TUE) en scheikunde (UT). Hij is ook aangetrokken om mee te werken aan de visitatie van Lucht- en Ruimtevaartkunde, volgend jaar.

Accreditatie is een hot issue in de discussie over het Europese kwaliteitsstempel voor ir-opleidingen, dat de federatie van ingenieursorganisaties Feani in handen heeft. De Europeanen hebben een aantal gradaties bedacht en de Nederlandse TU’s dreigen, vanwege de nominale studieduur van vier jaar, vooralsnog niet tot de top-categorie gerekend te worden. Die discussie duurt nog voort en ondertussen kan het dus nuttig zijn om je als universiteit te bekwamen in de kunst van studieprogramma’s waarderen.

Echter, de Abet-vertegenwoordiger bleek geen opzienbarende tips voor zijn bescheiden gehoor uit zijn mouw te schudden. In de VS bestaan überhaupt geen categoriën. Een opleiding heeft wel of geen Abet-stempel; een Amerikaans ingenieursdiploma is goedgekeurd, of niet. De afwezigheid van gradaties of een ranking scheelt waarschijnlijk een hoop discussie. Abet – een federatie van ingenieurs-beroepsorganisaties – beschikt over gedetailleerde informatie over wat Amerikaanse ingenieurs in elk vak moeten weten. Naast die criteria toetst de organisatie of een universiteit waarmaakt wat ze in de doelstellingen pretendeert; is dit inderdaad een goede basisopleiding voor een wetenschappelijke loopbaan, of klopt het dat dit diploma garant staat voor onmiddellijke inzetbaarheid in de beroepspraktijk?

Abet – geen overheidsorganisatie – speelt als pionier in het waarderen en certificeren van opleidingen een belangrijke rol als adviseur in landen als Egypte, IJsland, Korea of Saudi Arabië. Ook in Mexico, met de VS en Canada verbonden in het Nafta-verdrag, heeft Abet geassisteerd in het opzetten van een helder systeem van accreditatie.

Phillips benadrukt dat zijn organisatie niet pretendeert een soort wereldstandaard voor de ingenieurswetenschappen neer te zetten. Abet werpt zich niet op als supra-nationale beoordelingsclub. Wel wil de organisatie proberen om in zoveel mogelijk landen een zelfde systeem van beoordeling in te voeren, zodat de vergelijkbaarheid optimaal is. (B.B.)

Benno Boeters


T. Phillips

,,I’m glad you’re all here”, zo begon Tom Phillips van de Amerikaanse organisatie Abet zijn verhaal over accreditering van opleidingen, vorige week donderdag. Alle vier de aanwezigen in de veel te grote zaal bij Civiel grinnikten vriendelijk en de projectofficer van de American Board for Engineering and Technology (Abet) stak van wal.

De organisatie is in de VS dé instantie die een kwaliteitskeurmerk uitdeelt aan technisch-wetenschappelijke en ingenieursopleidingen. De methode die in Nederland wordt gebruikt om universitaire studieprogramma’s door te lichten en faculteiten te onderwerpen aan een ‘visitatie’, is grotendeels afgekeken van de Amerikanen. Phillips adviseerde in Nederland bij de programmavergelijkingen civiele techniek (TUD), werktuigbouwkunde (TUE) en scheikunde (UT). Hij is ook aangetrokken om mee te werken aan de visitatie van Lucht- en Ruimtevaartkunde, volgend jaar.

Accreditatie is een hot issue in de discussie over het Europese kwaliteitsstempel voor ir-opleidingen, dat de federatie van ingenieursorganisaties Feani in handen heeft. De Europeanen hebben een aantal gradaties bedacht en de Nederlandse TU’s dreigen, vanwege de nominale studieduur van vier jaar, vooralsnog niet tot de top-categorie gerekend te worden. Die discussie duurt nog voort en ondertussen kan het dus nuttig zijn om je als universiteit te bekwamen in de kunst van studieprogramma’s waarderen.

Echter, de Abet-vertegenwoordiger bleek geen opzienbarende tips voor zijn bescheiden gehoor uit zijn mouw te schudden. In de VS bestaan überhaupt geen categoriën. Een opleiding heeft wel of geen Abet-stempel; een Amerikaans ingenieursdiploma is goedgekeurd, of niet. De afwezigheid van gradaties of een ranking scheelt waarschijnlijk een hoop discussie. Abet – een federatie van ingenieurs-beroepsorganisaties – beschikt over gedetailleerde informatie over wat Amerikaanse ingenieurs in elk vak moeten weten. Naast die criteria toetst de organisatie of een universiteit waarmaakt wat ze in de doelstellingen pretendeert; is dit inderdaad een goede basisopleiding voor een wetenschappelijke loopbaan, of klopt het dat dit diploma garant staat voor onmiddellijke inzetbaarheid in de beroepspraktijk?

Abet – geen overheidsorganisatie – speelt als pionier in het waarderen en certificeren van opleidingen een belangrijke rol als adviseur in landen als Egypte, IJsland, Korea of Saudi Arabië. Ook in Mexico, met de VS en Canada verbonden in het Nafta-verdrag, heeft Abet geassisteerd in het opzetten van een helder systeem van accreditatie.

Phillips benadrukt dat zijn organisatie niet pretendeert een soort wereldstandaard voor de ingenieurswetenschappen neer te zetten. Abet werpt zich niet op als supra-nationale beoordelingsclub. Wel wil de organisatie proberen om in zoveel mogelijk landen een zelfde systeem van beoordeling in te voeren, zodat de vergelijkbaarheid optimaal is. (B.B.)

Benno Boeters


T. Phillips

Editor Redactie

Do you have a question or comment about this article?

delta@tudelft.nl

Comments are closed.