Campus

Voor een vuurtoren in een herenhuis

Wonen in een monumentaal pand voor nog geen driehonderd gulden per maand. Voor wie de kou, het ongedierte en de deplorabele staat van de muren voor lief neemt, kan dat het paradijs op aarde zijn.

Zuidergracht 3

Aan de Zuidergracht ligt woonboot ‘Shalom’. Twee civielers maakten het tot een soort verankerd koopvaardijschip.

De geur van boerenkool met spek komt uit de pannen, vlak achter de kleine toegangsdeur. ,,We kunnen elk moment visite krijgen”, zegt civielstudent Koenraad van de Poll terwijl hij de rookworst aansnijdt. Hij ‘logeert’ al twee maanden bij mede-student Joris Gribnau, die al een jaar op de ark woont.

De keuken bestaat uit niet meer dan een kookplaat en loopt rechtstreeks door in de woonkamer. Deze is ruimer dan verwacht. Er staat een lederen bank en een eethoekje. Alles ligt er netjes bij. ,,Vroeger liep hier een konijn rond en die keutelde de hele boel onder. Die is weg. We zijn nette, werkende jongens geworden”, zegt Joris, die nog één tentamen moet doen om te mogen afstuderen. Koenraad en Joris zitten in dezelfde jaarclub van Virgiel. Joris ‘bekent’ dat ze negende jaars zijn: ,,Nee, dit is zeker geen speedboot.”

Een klein, op een terrarium lijkend hok naast de woonkamer, blijkt ooit de slaapkamer van de voormalige bewoner, Bas, te zijn geweest. Het is niet groter dan een bij twee meter. ,,Hij sliep daar op een opgevouwen matras in een soort foetushouding.”

Bas kocht in Den Hoorn een oud woonschip en sleepde deze naar de Buitenwatersloot in Delft. Maar omdat de boot daar in de weg lag, bood de gemeente hem ‘Shalom’ aan als tijdelijk onderdak. Dat is inmiddels al vijf jaar geleden, Bas overleed twee jaar terug.
Goudmijn

Alleen de lichte deining en het zicht op de Zuidergracht doet de bezoeker er aan herinneren dat het hier een woonboot betreft. ,,Is het geen prachtig uitzicht? Die Oosterpoort…”, verzucht Joris uit het tuimelraampje van zijn kamer kijkend. Hij betwijfelt of de dagjesmensen en kersverse bruidsparen daar omgekeerd hetzelfde over denken. De grauwgroene woonboot steekt wat somber af tegen de pittoreske Oosterpoort.

Het andere venster in zijn kamer wordt verduisterd door tientallen oranje papierkratten. Die staan tot aan het plafond opgestapeld en zijn gevuld met videobanden. ,,Die verkopen we op de markt voor de helft van de prijs. Partijvoordeeltjes”, zegt Joris met een glimlach op z’n gezicht. Het assortiment loopt uiteen van ‘Mr. Bean’ tot keiharde porno.

Tegen de muur van de woonkamer staan vier levensgrote kartonnen dozen. Een paar kunststof banden voorkomen dat de inhoud er uit puilt. Ze blijken bomvol hondenkleden te zitten. ,,Gouden handel”, verzekert Joris. Daarnaast levert hettweetal op verzoek telefoontikkers en legerkistjes. Bovendien is Zuidergracht 3 het postadres van een postorderbedrijfje van een vriend. ,,Zuidergracht 3, Delft. Klinkt toch hartstikke chique?” ,,Ze zouden eens moeten weten.”
Woonbootvolk

Volgens hem zijn woonbootbewoners een ‘beetje apart volkje’. Hij gebaart met stuurbewegingen: ,,Ik reed vroeger ook in een deux-chevauxtje…” Koenraad vraagt zich vertwijfeld af wat dat met elkaar te maken heeft. ,,Nou ja, het heeft toch allebei een beetje dat geitenwollensokken-imago.” ,,Even verderop heeft iemand nog een sticker ‘Stop de neutronenbom’ op zijn boot geplakt. Dat is toch niet van deze tijd?”

Waar de Hebreeuwse naam van hun woonboot ‘Shalom’ vandaan komt is onbekend. ,,De prijs die we voor deze woonboot betalen is redelijk joods, maar schrijf dat maar niet op”, haast Joris zich te zeggen.

De civielers betalen maandelijks 275 gulden gebruikskosten. Die delen ze ook nog, maar dat mag de gemeente niet weten. Officieel woont Koenraad er niet.

Joris kamer is het grootst, zo’n tien vierkante meter. ,,Maar de grootste ruimte is ons dakterras. Zestig vierkante meter.” ‘s Zomers houden ze er barbecues en springen van het dak in de gracht voor een frisse duik. ,,Welnee, het water is hartstikke schoon. We hebben hier ook nog nooit een rat gezien.”

De gemeente betaalt als eigenaar gas, licht en water. Ze wil aan de overkant een winkelcentrum bouwen en als die er komt, worden de opgekochte woonboten weggesleept. Joris hoopt vurig dat dit nog wel even duurt.

Het wonen op een woonboot biedt eigenlijk alleen maar voordelen, vinden de twee. Alleen de vochtigheid zorgt wel eens voor kopzorgen. ,,Kijk, het hout is broos geworden door het vocht. Zie je?”, Koenraad trekt bij de demonstratie een stukje hout uit het kozijn. ,,Oeps.”

Er wordt op de deur gebonsd. Gebukt komen een paar vrienden binnen, juist op tijd voor de boerenkool.
Raam 20

Een eigen zwembad, gymzaal en kantine. Het lijkt een idylle, maar voor negen Corps-leden is het werkelijkheid. Zij bewonen de voormalige katholieke Paulus Mavo aan het Raam 20.

Op het schoolplein staat een paar auto’s, een vrachtwagen en twee mechanische golfkarretjes geparkeerd. ‘1x bellen’ staat er op de muur bij de ingang met een reusachtige pijl. ,,Ik zal de huishoudster even roepen”, lijkt L&R-student Michiel Jas te zeggen als hij open doet. Michiel slingert aan de schoolbel en een jongen komt van de trap naar beneden gehold. Het is zevendejaars mijnbouw Bastiaan Schepers, die als huisoudste verantwoordelijk is voor het rondleiden van gasten.

,,Wekelijks staan hier oud-leerlingen voor de deur, die een kijkje willen nemen. Daar zijn we mee gestopt. Ze herkennen het toch niet meer terug”, zegt Schepers terwijl hij naar de woonkamer loopt.

Oude groepsfoto’s, de schoolbel en schoolborden zijn slechts een paar van de stille getuigen uit de tijd van paters enleerlingen. Bij een grote schoonmaak kwamen zelfs een absentielijst uit 1920 en een rapport over pesten uit de archiefkasten. ,,Daar stond bijvoorbeeld in: Jantje wordt al drie weken gepest vanwege zijn scheve voortanden.”

Nu is een madonna-icoon in de woonkamer behangen met minder stichtelijke vrouwenafbeeldingen. Een paar vale fauteuils staan in een kring om een lage eettafel. Aan de bar – de woonkamer diende ooit als Aula – drinken de studenten regelmatig een pilsje. De tijd van de clerus lijkt voorgoed voorbij.

Toch blijft de Stichting Katholiek Onderwijs eigenaar van het pand. Maar de gemeente wil haar bestemmingsplan niet wijzigen, waardoor de stichting het gebouw niet kan verkopen. ,,En daar plukken wij de vruchten van”, zegt Bastiaan onderuitgezakt in een van de fauteuils. De studenten bewonen de school anti-kraak en betalen alleen gebruikskosten. Ook de reparaties komen voor eigen rekening en dat kan aardig oplopen. ,,Laatst hebben we alle tl-buizen laten vervangen. Vijftig stuks.”
Paradijs

De living kijkt uit op de stadstuin. ,,’s Zomers is het hier een paradijs op aarde”, zegt Bastiaan terwijl hij een handje graan naar een paar grote, bruine kippen gooit. Door de dichtbegroeide bosschages en de blinde muur van een aanpalende boerderij is de tuin aan het zicht onttrokken. ,,Ik woonde hiervoor op Raam 65 en ik wist niet eens dat hier een school stond. Kun je nagaan.”

In de zomermaanden zwemmen de bewoners in hun – zelf gegraven – zwembadje. Het cirkelvormig bassin ligt, met een blauw afdekzeil erover, midden in de tuin. Voorzichtig tilt Bastiaan het zeil op: ,,Na een schoonmaakbeurt van een half uur is alles tip-top. Helaas is het water niet verwarmd.”

In het raamkozijn spint een vette, grijswitte kater. Michiel aait hem over de rug: ,,Hans is onze ongediertebestrijder. Geen muis is veilig voor hem.”

Een Hof van Eden is de tuin zeker niet. Stinkend water druppelt uit een regenpijp in een modderpoel en verstoort wreed het paradijselijke plaatje. ,,De riolering was niet kosjer. Bij flinke regenval sprong het stront letterlijk uit de putjes. Dat hebben we opgelost door de regenpijp door te zagen. Misschien niet juist, maar het is de goedkoopste oplossing”, verklaart Bastiaan als hij met een boogje om de druppels naar binnen loopt.

Een stenen draaitrap leidt naar de eerste verdieping. In de corridor ligt een laagje water van de vorige lekkage. Deze ontwijkt de mijnbouwstudent met een snelle hink-stap-sprong. Een ladenkast wordt volgens de notitie op 21 december 1997 opgehaald.

Aan de rechterkant van de hal zijn de toiletten, een vijftal hokjes met houten bordjes ‘docenten’ of ‘leerlingen’. Links bevinden zich de meeste klaslokalen, de huidige slaapkamers. De kamer van Michiel is, net als de andere lokalen, ongeveer acht bij zeven meter groot. Aan de muur hangen posters van vliegtuigen en spaceshuttles. ,,Mooie kamer, he”, glimlacht Michiel van achter zijn bureau.

Vanaf de gang daalt een natuurstenen binnentrap af in het stookhok. Daar staan twee metershoge verwarmingsketels.Gemiddeld zijn de bewoners elk driehonderdvijftig gulden per maand kwijt, maar in de wintermaanden lopen vooral de stookkosten hoog op. ,,Als het vriest kost dat honderd gulden. Per dag welteverstaan. Jaarlijks zijn we ongeveer vijfentwintigduizend gulden kwijt”
SS

Een smal trapgat leidt naar zolder. De regen tikt tegen het zolderraam, waardoor het spaarzame licht naar binnen valt. Alles op zolder lijkt bruin en het is er koud. Spinnenwebben, stof en een krakende vliering maken duidelijk dat deze ruimte weinig wordt bezocht.

Een paar treden hoger staat een gedekte eettafel. Er hangt een kroonluchter boven, versierd met een kerstkrans. Op de grond zijn in de duisternis nog net de contouren van een lege fles champagne te onderscheiden. ,,Hier houden wij elk jaar een kerstdiner. We komen twee weken voor dat diner terug om de rotzooi van het vorige jaar op te ruimen.”

Over het gebouw doen rare verhalen de ronde. ,,In de oorlog was dit een hoofdkwartier van de SS. Een huisgenoot is hier gillend weggegaan omdat hij op zolder stemmen hoorde van vermoorde oorlogsslachtoffers.”

,,Dit moet je gezien hebben”, fluistert Bastiaan. Hij schuift een gordijn opzij. Er onttrekt zich een adembenemend uitzicht. Achter een verloren schoolbankje houdt de vloer plotseling op. De steunbalken van de dakkoepel verhullen de diepe afgrond. Bundels licht vallen op het gewelf. Alsof Quasimodo elk moment kan binnenlopen. Beneden klinkt het geroezemoes van studenten bouwkunde die er hun atelier hebben.

Terug op aarde, laat Bastiaan de beneden verdieping zien. Het meest opmerkelijk is toch wel de sportzaal. ,,Toen we hier net woonden, hadden we wilde plannen om elke dag te sporten. Nu spelen we alleen af en toe een potje voetbal en we laten Apollo (het muziekgezelschap van het Corps, red.) hier repeteren.” In de zaal liggen pallets, een paar kranten en bierkratten. Op de muur staat de aankondiging van het kerstdiner, een geschilderde wegwijzer ‘Bethlehem 5211 km’.

De gezamenlijke douches grenzen aan de zaal. ,,Ik laat het licht maar uit, want er zit hier een flink wespennest.” Tegen de muur heeft een van de studenten een ligbad geplaatst.

Bij de uitgang is de oude conciërgekamer, waar de huisjongste slaapt. De HJ heeft het kleinste kamertje en moet het vuil buiten zetten en de krant ophalen. ,,Maar daar heeft hij die golfkarretjes voor, een afdankertje van een golfclub.”

Oranje Plantage 32

‘Huize Verval’ hebben de vijf TU-studenten hun oude herenhuis aan de Oranje Plantage genoemd.

De bewoners betalen ongeveer tweehonderddertig gulden per maand voor een kamer. All-in. Over hun huisbaas willen ze niet veel kwijt, maar ze zeggen geen (anti-)krakers te zijn. ,,Het huis is gewoon bouwvallig en de prijs is daar naar”, aldus Harro Wittermans, student technische natuurkunde en ‘ouwe lul’ van het huis. Hij woont er al sinds 1994.

Aan de buitenkant heeft het pand niks aan sierlijkheid verloren, maar omdat Huize Verval monumentaal is, mag niet zomaar worden verbouwd. Zo kregen ze geen toestemming om het tuintje om te toveren tot een veranda.

Het pand bestaat uit twee verdiepingen en een zolder. In de ontvangsthal liggen overal reclamefolders en kranten. De houten draaitrap naar de eerste verdieping rammelt, een reling ontbreekt. Het stof ligt een centimeter dik op de treden en elke aanraking met de muur resulteert in een wolk kalk en een witte mouw.

Vocht en regen hebben de onverwarmde hallen zompig gemaakt. Schimmel groeit tegen de muren, die door het vocht zacht zijn geworden. ,,Dat boort wel makkelijk”, zegt Harro optimistisch. Het grote nadeel ervan is de gehorigheid. ,,De buren bellen meteen de politie als de radio iets te hard staat. Aan de andere kant stoor ik me enorm aan de hinniklach van het buurmeisje. Heel irritant.”

In het plafond tussen de tweede verdieping en de zolder zit een gat, waardoor het wapeningsstaal duidelijk zichtbaar is. Daaronder hangt een linnen spandoek in de hoop dat deze de neerstortende stukken beton opvangt.

De houten zoldervloer kraakt bij iedere stap. Vlaggen, posters en oude kranten verdoezelen de zwakke plekken in het pleisterwerk.
Slijk

Bij de trap hangt een paginagroot artikel uit de Delftsche Courant uit 1979. ‘Geld is het slijk der aarde’ luidt de kop. Het is een interview met de dan 87-jarige hospita, mejuffrouw C. Witting, toenmalige eigenares van OP 32. Zij was al veertig jaar hospita en de kop was haar levensmotto. TH-studenten konden destijds voor zestig gulden per maand, inclusief water en elektriciteit, een kamer huren. ,,Zeer opmerkelijk in een tijd dat TH-studenten een veelvoud van dit bedrag over hebben voor een kamertje”, meent de journalist. En wat dat betreft lijkt haar geest nog door het huis rond te waren.

De huidige bewoners genieten vooral van de vrijheid om te verbouwen. De huisbaas komt zelden kijken. ,,Omdat hij zelf niks uit z’n vingers krijgt”, lacht Fabio Ermetto. Fabio kwam twee jaar terug uit Italië om in Delft scheepsbouw te gaan studeren. Hij woont al anderhalf jaar op OP32.

En ironisch genoeg hebben de problemen in Huize Verval bijna allemaal met water te maken. Fabio’s kamer stond blank door een gebroken waterleiding, de wasbak levert alleen koud water en de gijzer van de douche begeeft het regelmatig.

De hallen zijn onverwarmd. H arro heeft daar ooit een temperatuur van vier graden onder nul gemeten. Fabio: ,,Je rent je rot naar je kamer als je uit de douche, op zolder, komt.”

De bewoners verzamelen zich ‘s winters rond de oven in de keuken om warm te blijven. Of ze blijven in hun kamers die verwarmd zijn met een straalkachel.

Naast de studenten woont er nog één, ongenode, gast in Huize Verval: een muis. Gif en muizenvallen mochten niet baten. De muis was ze telkens te slim af. Harro blijft er laconiek onder: ,,Hij is zo slim, we hebben hem tot onze mascotte gemaakt.”

Zuidergracht 3

Aan de Zuidergracht ligt woonboot ‘Shalom’. Twee civielers maakten het tot een soort verankerd koopvaardijschip.

De geur van boerenkool met spek komt uit de pannen, vlak achter de kleine toegangsdeur. ,,We kunnen elk moment visite krijgen”, zegt civielstudent Koenraad van de Poll terwijl hij de rookworst aansnijdt. Hij ‘logeert’ al twee maanden bij mede-student Joris Gribnau, die al een jaar op de ark woont.

De keuken bestaat uit niet meer dan een kookplaat en loopt rechtstreeks door in de woonkamer. Deze is ruimer dan verwacht. Er staat een lederen bank en een eethoekje. Alles ligt er netjes bij. ,,Vroeger liep hier een konijn rond en die keutelde de hele boel onder. Die is weg. We zijn nette, werkende jongens geworden”, zegt Joris, die nog één tentamen moet doen om te mogen afstuderen. Koenraad en Joris zitten in dezelfde jaarclub van Virgiel. Joris ‘bekent’ dat ze negende jaars zijn: ,,Nee, dit is zeker geen speedboot.”

Een klein, op een terrarium lijkend hok naast de woonkamer, blijkt ooit de slaapkamer van de voormalige bewoner, Bas, te zijn geweest. Het is niet groter dan een bij twee meter. ,,Hij sliep daar op een opgevouwen matras in een soort foetushouding.”

Bas kocht in Den Hoorn een oud woonschip en sleepde deze naar de Buitenwatersloot in Delft. Maar omdat de boot daar in de weg lag, bood de gemeente hem ‘Shalom’ aan als tijdelijk onderdak. Dat is inmiddels al vijf jaar geleden, Bas overleed twee jaar terug.
Goudmijn

Alleen de lichte deining en het zicht op de Zuidergracht doet de bezoeker er aan herinneren dat het hier een woonboot betreft. ,,Is het geen prachtig uitzicht? Die Oosterpoort…”, verzucht Joris uit het tuimelraampje van zijn kamer kijkend. Hij betwijfelt of de dagjesmensen en kersverse bruidsparen daar omgekeerd hetzelfde over denken. De grauwgroene woonboot steekt wat somber af tegen de pittoreske Oosterpoort.

Het andere venster in zijn kamer wordt verduisterd door tientallen oranje papierkratten. Die staan tot aan het plafond opgestapeld en zijn gevuld met videobanden. ,,Die verkopen we op de markt voor de helft van de prijs. Partijvoordeeltjes”, zegt Joris met een glimlach op z’n gezicht. Het assortiment loopt uiteen van ‘Mr. Bean’ tot keiharde porno.

Tegen de muur van de woonkamer staan vier levensgrote kartonnen dozen. Een paar kunststof banden voorkomen dat de inhoud er uit puilt. Ze blijken bomvol hondenkleden te zitten. ,,Gouden handel”, verzekert Joris. Daarnaast levert hettweetal op verzoek telefoontikkers en legerkistjes. Bovendien is Zuidergracht 3 het postadres van een postorderbedrijfje van een vriend. ,,Zuidergracht 3, Delft. Klinkt toch hartstikke chique?” ,,Ze zouden eens moeten weten.”
Woonbootvolk

Volgens hem zijn woonbootbewoners een ‘beetje apart volkje’. Hij gebaart met stuurbewegingen: ,,Ik reed vroeger ook in een deux-chevauxtje…” Koenraad vraagt zich vertwijfeld af wat dat met elkaar te maken heeft. ,,Nou ja, het heeft toch allebei een beetje dat geitenwollensokken-imago.” ,,Even verderop heeft iemand nog een sticker ‘Stop de neutronenbom’ op zijn boot geplakt. Dat is toch niet van deze tijd?”

Waar de Hebreeuwse naam van hun woonboot ‘Shalom’ vandaan komt is onbekend. ,,De prijs die we voor deze woonboot betalen is redelijk joods, maar schrijf dat maar niet op”, haast Joris zich te zeggen.

De civielers betalen maandelijks 275 gulden gebruikskosten. Die delen ze ook nog, maar dat mag de gemeente niet weten. Officieel woont Koenraad er niet.

Joris kamer is het grootst, zo’n tien vierkante meter. ,,Maar de grootste ruimte is ons dakterras. Zestig vierkante meter.” ‘s Zomers houden ze er barbecues en springen van het dak in de gracht voor een frisse duik. ,,Welnee, het water is hartstikke schoon. We hebben hier ook nog nooit een rat gezien.”

De gemeente betaalt als eigenaar gas, licht en water. Ze wil aan de overkant een winkelcentrum bouwen en als die er komt, worden de opgekochte woonboten weggesleept. Joris hoopt vurig dat dit nog wel even duurt.

Het wonen op een woonboot biedt eigenlijk alleen maar voordelen, vinden de twee. Alleen de vochtigheid zorgt wel eens voor kopzorgen. ,,Kijk, het hout is broos geworden door het vocht. Zie je?”, Koenraad trekt bij de demonstratie een stukje hout uit het kozijn. ,,Oeps.”

Er wordt op de deur gebonsd. Gebukt komen een paar vrienden binnen, juist op tijd voor de boerenkool.
Raam 20

Een eigen zwembad, gymzaal en kantine. Het lijkt een idylle, maar voor negen Corps-leden is het werkelijkheid. Zij bewonen de voormalige katholieke Paulus Mavo aan het Raam 20.

Op het schoolplein staat een paar auto’s, een vrachtwagen en twee mechanische golfkarretjes geparkeerd. ‘1x bellen’ staat er op de muur bij de ingang met een reusachtige pijl. ,,Ik zal de huishoudster even roepen”, lijkt L&R-student Michiel Jas te zeggen als hij open doet. Michiel slingert aan de schoolbel en een jongen komt van de trap naar beneden gehold. Het is zevendejaars mijnbouw Bastiaan Schepers, die als huisoudste verantwoordelijk is voor het rondleiden van gasten.

,,Wekelijks staan hier oud-leerlingen voor de deur, die een kijkje willen nemen. Daar zijn we mee gestopt. Ze herkennen het toch niet meer terug”, zegt Schepers terwijl hij naar de woonkamer loopt.

Oude groepsfoto’s, de schoolbel en schoolborden zijn slechts een paar van de stille getuigen uit de tijd van paters enleerlingen. Bij een grote schoonmaak kwamen zelfs een absentielijst uit 1920 en een rapport over pesten uit de archiefkasten. ,,Daar stond bijvoorbeeld in: Jantje wordt al drie weken gepest vanwege zijn scheve voortanden.”

Nu is een madonna-icoon in de woonkamer behangen met minder stichtelijke vrouwenafbeeldingen. Een paar vale fauteuils staan in een kring om een lage eettafel. Aan de bar – de woonkamer diende ooit als Aula – drinken de studenten regelmatig een pilsje. De tijd van de clerus lijkt voorgoed voorbij.

Toch blijft de Stichting Katholiek Onderwijs eigenaar van het pand. Maar de gemeente wil haar bestemmingsplan niet wijzigen, waardoor de stichting het gebouw niet kan verkopen. ,,En daar plukken wij de vruchten van”, zegt Bastiaan onderuitgezakt in een van de fauteuils. De studenten bewonen de school anti-kraak en betalen alleen gebruikskosten. Ook de reparaties komen voor eigen rekening en dat kan aardig oplopen. ,,Laatst hebben we alle tl-buizen laten vervangen. Vijftig stuks.”
Paradijs

De living kijkt uit op de stadstuin. ,,’s Zomers is het hier een paradijs op aarde”, zegt Bastiaan terwijl hij een handje graan naar een paar grote, bruine kippen gooit. Door de dichtbegroeide bosschages en de blinde muur van een aanpalende boerderij is de tuin aan het zicht onttrokken. ,,Ik woonde hiervoor op Raam 65 en ik wist niet eens dat hier een school stond. Kun je nagaan.”

In de zomermaanden zwemmen de bewoners in hun – zelf gegraven – zwembadje. Het cirkelvormig bassin ligt, met een blauw afdekzeil erover, midden in de tuin. Voorzichtig tilt Bastiaan het zeil op: ,,Na een schoonmaakbeurt van een half uur is alles tip-top. Helaas is het water niet verwarmd.”

In het raamkozijn spint een vette, grijswitte kater. Michiel aait hem over de rug: ,,Hans is onze ongediertebestrijder. Geen muis is veilig voor hem.”

Een Hof van Eden is de tuin zeker niet. Stinkend water druppelt uit een regenpijp in een modderpoel en verstoort wreed het paradijselijke plaatje. ,,De riolering was niet kosjer. Bij flinke regenval sprong het stront letterlijk uit de putjes. Dat hebben we opgelost door de regenpijp door te zagen. Misschien niet juist, maar het is de goedkoopste oplossing”, verklaart Bastiaan als hij met een boogje om de druppels naar binnen loopt.

Een stenen draaitrap leidt naar de eerste verdieping. In de corridor ligt een laagje water van de vorige lekkage. Deze ontwijkt de mijnbouwstudent met een snelle hink-stap-sprong. Een ladenkast wordt volgens de notitie op 21 december 1997 opgehaald.

Aan de rechterkant van de hal zijn de toiletten, een vijftal hokjes met houten bordjes ‘docenten’ of ‘leerlingen’. Links bevinden zich de meeste klaslokalen, de huidige slaapkamers. De kamer van Michiel is, net als de andere lokalen, ongeveer acht bij zeven meter groot. Aan de muur hangen posters van vliegtuigen en spaceshuttles. ,,Mooie kamer, he”, glimlacht Michiel van achter zijn bureau.

Vanaf de gang daalt een natuurstenen binnentrap af in het stookhok. Daar staan twee metershoge verwarmingsketels.Gemiddeld zijn de bewoners elk driehonderdvijftig gulden per maand kwijt, maar in de wintermaanden lopen vooral de stookkosten hoog op. ,,Als het vriest kost dat honderd gulden. Per dag welteverstaan. Jaarlijks zijn we ongeveer vijfentwintigduizend gulden kwijt”
SS

Een smal trapgat leidt naar zolder. De regen tikt tegen het zolderraam, waardoor het spaarzame licht naar binnen valt. Alles op zolder lijkt bruin en het is er koud. Spinnenwebben, stof en een krakende vliering maken duidelijk dat deze ruimte weinig wordt bezocht.

Een paar treden hoger staat een gedekte eettafel. Er hangt een kroonluchter boven, versierd met een kerstkrans. Op de grond zijn in de duisternis nog net de contouren van een lege fles champagne te onderscheiden. ,,Hier houden wij elk jaar een kerstdiner. We komen twee weken voor dat diner terug om de rotzooi van het vorige jaar op te ruimen.”

Over het gebouw doen rare verhalen de ronde. ,,In de oorlog was dit een hoofdkwartier van de SS. Een huisgenoot is hier gillend weggegaan omdat hij op zolder stemmen hoorde van vermoorde oorlogsslachtoffers.”

,,Dit moet je gezien hebben”, fluistert Bastiaan. Hij schuift een gordijn opzij. Er onttrekt zich een adembenemend uitzicht. Achter een verloren schoolbankje houdt de vloer plotseling op. De steunbalken van de dakkoepel verhullen de diepe afgrond. Bundels licht vallen op het gewelf. Alsof Quasimodo elk moment kan binnenlopen. Beneden klinkt het geroezemoes van studenten bouwkunde die er hun atelier hebben.

Terug op aarde, laat Bastiaan de beneden verdieping zien. Het meest opmerkelijk is toch wel de sportzaal. ,,Toen we hier net woonden, hadden we wilde plannen om elke dag te sporten. Nu spelen we alleen af en toe een potje voetbal en we laten Apollo (het muziekgezelschap van het Corps, red.) hier repeteren.” In de zaal liggen pallets, een paar kranten en bierkratten. Op de muur staat de aankondiging van het kerstdiner, een geschilderde wegwijzer ‘Bethlehem 5211 km’.

De gezamenlijke douches grenzen aan de zaal. ,,Ik laat het licht maar uit, want er zit hier een flink wespennest.” Tegen de muur heeft een van de studenten een ligbad geplaatst.

Bij de uitgang is de oude conciërgekamer, waar de huisjongste slaapt. De HJ heeft het kleinste kamertje en moet het vuil buiten zetten en de krant ophalen. ,,Maar daar heeft hij die golfkarretjes voor, een afdankertje van een golfclub.”

Oranje Plantage 32

‘Huize Verval’ hebben de vijf TU-studenten hun oude herenhuis aan de Oranje Plantage genoemd.

De bewoners betalen ongeveer tweehonderddertig gulden per maand voor een kamer. All-in. Over hun huisbaas willen ze niet veel kwijt, maar ze zeggen geen (anti-)krakers te zijn. ,,Het huis is gewoon bouwvallig en de prijs is daar naar”, aldus Harro Wittermans, student technische natuurkunde en ‘ouwe lul’ van het huis. Hij woont er al sinds 1994.

Aan de buitenkant heeft het pand niks aan sierlijkheid verloren, maar omdat Huize Verval monumentaal is, mag niet zomaar worden verbouwd. Zo kregen ze geen toestemming om het tuintje om te toveren tot een veranda.

Het pand bestaat uit twee verdiepingen en een zolder. In de ontvangsthal liggen overal reclamefolders en kranten. De houten draaitrap naar de eerste verdieping rammelt, een reling ontbreekt. Het stof ligt een centimeter dik op de treden en elke aanraking met de muur resulteert in een wolk kalk en een witte mouw.

Vocht en regen hebben de onverwarmde hallen zompig gemaakt. Schimmel groeit tegen de muren, die door het vocht zacht zijn geworden. ,,Dat boort wel makkelijk”, zegt Harro optimistisch. Het grote nadeel ervan is de gehorigheid. ,,De buren bellen meteen de politie als de radio iets te hard staat. Aan de andere kant stoor ik me enorm aan de hinniklach van het buurmeisje. Heel irritant.”

In het plafond tussen de tweede verdieping en de zolder zit een gat, waardoor het wapeningsstaal duidelijk zichtbaar is. Daaronder hangt een linnen spandoek in de hoop dat deze de neerstortende stukken beton opvangt.

De houten zoldervloer kraakt bij iedere stap. Vlaggen, posters en oude kranten verdoezelen de zwakke plekken in het pleisterwerk.
Slijk

Bij de trap hangt een paginagroot artikel uit de Delftsche Courant uit 1979. ‘Geld is het slijk der aarde’ luidt de kop. Het is een interview met de dan 87-jarige hospita, mejuffrouw C. Witting, toenmalige eigenares van OP 32. Zij was al veertig jaar hospita en de kop was haar levensmotto. TH-studenten konden destijds voor zestig gulden per maand, inclusief water en elektriciteit, een kamer huren. ,,Zeer opmerkelijk in een tijd dat TH-studenten een veelvoud van dit bedrag over hebben voor een kamertje”, meent de journalist. En wat dat betreft lijkt haar geest nog door het huis rond te waren.

De huidige bewoners genieten vooral van de vrijheid om te verbouwen. De huisbaas komt zelden kijken. ,,Omdat hij zelf niks uit z’n vingers krijgt”, lacht Fabio Ermetto. Fabio kwam twee jaar terug uit Italië om in Delft scheepsbouw te gaan studeren. Hij woont al anderhalf jaar op OP32.

En ironisch genoeg hebben de problemen in Huize Verval bijna allemaal met water te maken. Fabio’s kamer stond blank door een gebroken waterleiding, de wasbak levert alleen koud water en de gijzer van de douche begeeft het regelmatig.

De hallen zijn onverwarmd. H arro heeft daar ooit een temperatuur van vier graden onder nul gemeten. Fabio: ,,Je rent je rot naar je kamer als je uit de douche, op zolder, komt.”

De bewoners verzamelen zich ‘s winters rond de oven in de keuken om warm te blijven. Of ze blijven in hun kamers die verwarmd zijn met een straalkachel.

Naast de studenten woont er nog één, ongenode, gast in Huize Verval: een muis. Gif en muizenvallen mochten niet baten. De muis was ze telkens te slim af. Harro blijft er laconiek onder: ,,Hij is zo slim, we hebben hem tot onze mascotte gemaakt.”

Editor Redactie

Do you have a question or comment about this article?

delta@tudelft.nl

Comments are closed.