Education

PVV: kans voor migrant met diploma

Hoewel alles in het gedoogakkoord van PVV, CDA en VVD erop gericht lijkt zoveel mogelijk migranten buiten de deur te houden, is er één uitzondering: migranten met een opleiding. Die mogen zelfs ‘kansrijker’ worden.

De PVV wil de minderheidsregering van VVD en CDA onder voorwaarden steunen, en die voorwaarden staan in het gedoogakkoord. Het woord ‘moslim’ komt er niet in voor, maar ‘migrant’ wel. Er worden veel hindernissen opgeworpen voor mensen die hierheen willen komen en eenmaal in Nederland aangekomen wordt het hun ook flink moeilijker gemaakt.

Uitzondering
Met één uitzondering: migranten met een diploma of bruikbare competenties. Die moeten het juist makkelijker krijgen, blijkt uit het gedoogakkoord. Dit is de letterlijke tekst: “De erkenning van diploma’s die buiten de EU zijn behaald en van elders verworven competenties vindt door het daartoe bevoegde instituut plaats met inachtneming van Nederlandse normen en zal zoveel mogelijk worden bespoedigd. Zo worden ook deze migranten kansrijker.” De tekst staat in de paragraaf over integratie. Scholing (‘kwalificatie’) is volgens de drie partijen ‘de sleutel tot succesvolle participatie en integratie’.

Afstand doen
Voor migranten met een opleiding geldt verder hetzelfde als voor andere migranten. Zo mogen ze voortaan pas Nederlander worden als ze van hun vorige nationaliteit afstand hebben gedaan. Als ze binnen vijf jaar na het verkrijgen van het Nederlanderschap een zwaar misdrijf plegen, wordt hun de Nederlandse nationaliteit weer afgenomen. Hun inburgering moeten ze zelf betalen.

“Internationale richtlijnen voor monumentenzorg schrijven voor dat als je een monument wilt verbouwen, het zijn ‘esthetische integriteit’ moet behouden. Maar: hoe bewaar je de esthetische integriteit van gebouwen waaraan geen architectonische waarde wordt toegekend?” vraagt ir. Tamara Rogic. De afgelopen paar jaar boog zij zich over deze vraag voor haar promotieonderzoek bij de afdeling architectuur van Bouwkunde.

We ontmoeten elkaar op de NDSM-werf in Amsterdam. Deze voormalige scheepswerf aan de noordkant van het IJ wordt omgevormd tot een culturele trekpleister. En dat is waar Rogic zich specifiek op richtte: het omvormen van industriële gebouwen. Ze promoveerde op 12 oktober.
Tijdens haar voormalige baan als conservator in Kroatië merkte Rogic dat er vaak onduidelijkheid is over hoe je industriële gebouwen een nieuwe functie kunt geven en er tegelijk voor kunt zorgen dat ze hun rol als monument blijven vervullen. Gebouwen worden meestal als monument aangewezen vanwege hun architectonische waarde. Maar bij industriële gebouwen draait het meestal om de historische waarde. Het zijn vooral industriële gebouwen uit de negentiende eeuw, die de geschiedenis van de industriële revolutie laten zien, die als monument worden aangewezen.
Rogic: “En dat is een probleem. Want hoewel richtlijnen voor monumentenzorg voorschrijven dat je de esthetische waarde van een gebouw moet bewaren, komt dit er in praktijk meestal op neer dat er rekening wordt gehouden met stilistische kenmerken. Zoals versieringen in de barokstijl, of de smalle hoge vormen van de gotiek. Maar industriële gebouwen voldoen hier niet aan. Ze bevatten meestal geen stijlkenmerken die aansluiten bij de stijlstromingen van andere gebouwen in de negentiende eeuw. Ik heb daarom geprobeerd voor deze gebouwen een nieuwe definitie van het begrip esthetische integriteit te zoeken.”

Organicisme
Rogic vond deze nieuwe definitie in het concept ‘organicisme’, dat halverwege de jaren negentig is bedacht door Caroline van Eck, tegenwoordig hoogleraar architectuurgeschiedenis aan de Universiteit Leiden. Rogic: “In veel boeken zul je lezen dat de negentiende eeuw architectonisch gezien weinig nieuws bracht. Dat er slechts werd teruggegrepen op stijlelementen uit het verleden. Pas vanaf de jaren negentig kwam er vernieuwde belangstelling voor deze periode.
Het door Van Eck bedachte concept organicisme slaat zowel op een strategie die werd gevolg bij het bouwen als op de manier waarop de architectuur uit de negentiende eeuw geïnterpreteerd kan worden. Ik heb laten zien dat het concept ook opgaat voor industriële gebouwen uit de negentiende eeuw. En dat het bovendien in dit type gebouwen als eerste werd toegepast.”

Organicisme kan volgens Rogic het beste worden opgevat als een soort filosofie. Er vond in de negentiende eeuw een sterke opkomst plaats van allerlei wetenschappen. Dit had een behoorlijke invloed op de samenleving en ook op de architectuur. “Een van de wetenschappen waarin veel vooruitgang werd geboekt was de biologie. Architecten gingen vervolgens inzichten uit deze wetenschap toepassen op de manier waarop zij hun gebouwen ontwierpen, zowel wat betreft structuur als functie”, legt Rogic uit.
Ze verduidelijkt verder: “Een organisme bestaat uit organen. Elk orgaan heeft een eigen functie. Maar het functioneert alleen als onderdeel van het hele organisme. Zo gingen mensen ook naar gebouwen kijken. Elk element heeft een eigen functie, maar werkt alleen binnen het geheel. En tegelijkertijd zal, als je een individueel element verandert, ook het geheel veranderen. Mensen gingen nadenken: als ik voor dit onderdeel nou dit materiaal gebruik, wat voor effect heeft dat dan op het geheel? En wat betekent het voor de functie van het gebouw als ik deze ruimte hier of daar plaats? Het was voor het eerst dat de aanpak van het ontwerp zo sterk procesgericht werd, en dat er naar een einddoel werd toegewerkt in plaats van vanuit het eindconcept terug gewerkt.”

Details
Dat klinkt allemaal mooi. Maar wat heb je hier aan als je een monumentaal gebouw wilt opknappen en omvormen? Rogic: “Zoals elk concept kun je het gebruiken als leidraad. En wanneer je organicisme als leidraad neemt, betekent dit dat je goed moet letten op de kleinste details om het geheel te kunnen begrijpen. Architecten van nu geloven er niet in dat als je bijvoorbeeld een raamkozijn van staal in plaats van hout maakt, of een T- in plaats van I-balk gebruikt, dat dit het hele gebouw verandert. Maar voor architecten uit de negentiende eeuw waren zulke details heel belangrijk. Het is niet zo dat je bij het opknappen van een industrieel gebouw geen nieuwe typen materialen kunt gebruiken. Of dat je niets aan de indeling kunt veranderen. Maar er zou wel een duidelijke relatie met het oorspronkelijke ontwerp moeten zijn. Op die manier kun je de eenheid van het geheel bewaren.”

Om dit alles te verduidelijken, verwijst ze naar de ruimte waar we in zitten, de IJ-Kantine. “Aan dit gebouw is waarschijnlijk niet zo veel gedaan. Maar alle elementen die nieuw zijn, passen bij het oude ontwerp. Niets voelt alsof het niet op zijn plek is. De grote rechthoekige ruimte waarin we zitten is open gelaten, zoals hij waarschijnlijk oorspronkelijk ook was. Alleen de uiterste zijkanten zijn afgeschermd, maar de ruimtelijkheid is bewaard gebleven. Het gebruikte materiaal, metalen platen, past goed bij het oude. Er hebben hier waarschijnlijk ooit allerlei machines gestaan. Die zijn nu weg, maar het gevoel van de machines komt onder meer terug in de ventilatiebuizen en verlichtingsrails die open en bloot over het plafond lopen. Terwijl die nieuw zijn.”

Een voorbeeld van gerenoveerde industriële gebouwen die volgens Rogic duidelijk niet voldoen aan het concept organicisme zijn de oude pakhuizen naast het Amsterdamse Centraal Station. Rogic: “Aan het oude gedeelte van die pakhuizen hebben ze, in ieder geval aan de buitenkant, niets gedaan. Maar ze hebben er wel een soort glazen-doosconstructies bovenop geplaatst. Je kunt precies zien wat oud is en wat nieuw is. Er is totaal geen relatie tussen het geheel.”

Editor Redactie

Do you have a question or comment about this article?

delta@tudelft.nl

Comments are closed.