Campus

Zwaar Metaal, Deel 27

Toen de bandbus uiteindelijk na twintig minuten verkeerschaos toch bij Paradiso terechtkwam, was Fredo inmiddels aangekomen op een flinke roze wolk.

Niets zo goed voor een sluimerende verliefdheid als het plotselinge besef: aha, wederzijds!

Hij wierp een medelijdende blik op Fik toen ze uitstapten. Mylotte was cryptisch geweest, maar duidelijk genoeg.

,,Okee, daar gaan we. Wat wordt de aanpak?”

Palinde zag haar kans schoon. ,,Heb je dan niks gehoord, het afgelopen halfuur? Zavjee z’n ideeën zijn toch, ik bedoel…”

Fik en Bert-Jan kreunden. Zavjee had slechts als laatste samengevat wat de rest had bedacht: we zien wel. Maargoed. In korte bewoordingen werd Fredo ingelicht, en Bert-Jan marcheerde op de Paradiso-zijdeur af. ,,Ja?” deed de intercom. ,,Band is er”, bromde Bert-Jan nonchalant. Zowaar… de deur ging open. Sjouwend met versterker-tops, gitaarkoffers, drumonderdelen, en gewapend met een blasé blik (weliswaar kaliber klassenavond) dook de band de kelders in. Langs fietsen, decorstukken, ongebruikte biertap-onderdelen… Fik wist er vaag de weg en na veel gesjouw, met als laatste een nauwe trap omhoog, stonden ze hijgend met hun armen vol achter op het toneel.

Een lichttechnicus begon te bulderen van het lachen. ,,Voor het eerst hier, blijkbaar?”

,,Nnnnee, eh”, begon Fik, maar hij kreeg joviaal een klap op z’n schouder. ,,Jullie lopen vréselijk om zo. Loop maar effe mee.”

Fredo was niet langer eenzaam op die roze wolk. Ging het dan zó makkelijk?

Even later was de band aan het opbouwen, maar toen kwam de onvermijdelijke vraag. ,,En jullie zijn…?”

,,…wat aan de late kant ja, sorry”, improviseerde Fredo.

Toen de bandbus uiteindelijk na twintig minuten verkeerschaos toch bij Paradiso terechtkwam, was Fredo inmiddels aangekomen op een flinke roze wolk. Niets zo goed voor een sluimerende verliefdheid als het plotselinge besef: aha, wederzijds!

Hij wierp een medelijdende blik op Fik toen ze uitstapten. Mylotte was cryptisch geweest, maar duidelijk genoeg.

,,Okee, daar gaan we. Wat wordt de aanpak?”

Palinde zag haar kans schoon. ,,Heb je dan niks gehoord, het afgelopen halfuur? Zavjee z’n ideeën zijn toch, ik bedoel…”

Fik en Bert-Jan kreunden. Zavjee had slechts als laatste samengevat wat de rest had bedacht: we zien wel. Maargoed. In korte bewoordingen werd Fredo ingelicht, en Bert-Jan marcheerde op de Paradiso-zijdeur af. ,,Ja?” deed de intercom. ,,Band is er”, bromde Bert-Jan nonchalant. Zowaar… de deur ging open. Sjouwend met versterker-tops, gitaarkoffers, drumonderdelen, en gewapend met een blasé blik (weliswaar kaliber klassenavond) dook de band de kelders in. Langs fietsen, decorstukken, ongebruikte biertap-onderdelen… Fik wist er vaag de weg en na veel gesjouw, met als laatste een nauwe trap omhoog, stonden ze hijgend met hun armen vol achter op het toneel.

Een lichttechnicus begon te bulderen van het lachen. ,,Voor het eerst hier, blijkbaar?”

,,Nnnnee, eh”, begon Fik, maar hij kreeg joviaal een klap op z’n schouder. ,,Jullie lopen vréselijk om zo. Loop maar effe mee.”

Fredo was niet langer eenzaam op die roze wolk. Ging het dan zó makkelijk?

Even later was de band aan het opbouwen, maar toen kwam de onvermijdelijke vraag. ,,En jullie zijn…?”

,,…wat aan de late kant ja, sorry”, improviseerde Fredo.

Redacteur Redactie

Heb je een vraag of opmerking over dit artikel?

delta@tudelft.nl

Comments are closed.