Landen uit Centraal- en Oost-Europa zijn steeds succesvoller bij het aanvragen van een Europese onderzoeksbeurs. Toch blijft de kloof met Nederland en de rest van de EU groot. “We verliezen ontzettend veel talent.”
(Foto: Farah Almazouni via Unsplash, beeldbewerking: Delta)
Dit artikel in 1 minuut
- Nederland heeft het hoogste percentage succesvolle onderzoeksaanvragen bij ERC van Europa.
- Duitsland en Oostenrijk volgen hierna. Landen uit Centraal- en Oost-Europa slepen juist relatief weinig beurzen in de wacht.
- Dat is enorm schadelijk voor een land, zegt Poolse wetenschapper Leszek Kaczmarek. “We verliezen daardoor ontzettend veel talent.”
- Het lage slagingspercentage komt volgens een ERC-rapport onder meer door het onderzoeksklimaat van de landen in kwestie.
- Kaczmarek waarschuwt daarnaast voor ‘postcode bias‘: Beoordelaars kunnen onbewust laten meewegen uit welk land de aanvraag komt en daarom is het belangrijk dat zij op dit risico gewezen worden.
Europese wetenschappers kunnen bij onderzoeksraad ERC aankloppen voor een onderzoeksbeurs. De competitie is stevig, maar Nederland doet het goed: bijna 18 procent van de aanvragen uit Nederland wordt gehonoreerd. Daarmee doen Nederlandse wetenschappers het percentueel beter dan beroepsgenoten in Duitsland, dat op de tweede plaats komt en Oostenrijk, dat plek drie inneemt.
Landen uit Centraal- en Oost-Europa slepen daarentegen relatief weinig beurzen in de wacht. Het zorgt voor een vicieuze cirkel: succesvolle landen bouwen steeds meer ervaring op en blijven geld binnenhalen, terwijl andere landen er moeilijk tussen komen.
‘Dit betekent gemiste ontdekkingen, inzichten en technologieën’
Zonde, vindt de Poolse wetenschapper Leszek Kaczmarek, voorzitter van de ERC-werkgroep die zich inzet voor bredere Europese participatie. Hij stelt: “Veel onderzoekers in deze landen beginnen er niet eens aan, omdat ze denken dat ze toch geen kans maken.”
De gevolgen zijn niet gering, zegt Kaczmarek. “We verliezen daardoor ontzettend veel talent”, zegt hij in een telefonische toelichting. “Dat betekent gemiste ontdekkingen, inzichten en technologieën waarvan heel Europa had kunnen profiteren.”

Grote verschillen
De achterhoede bestaat uit vijftien EU-landen. Samen vertegenwoordigen ze ongeveer een kwart van de EU-bevolking. Deze landen doen het inmiddels iets beter, meldt de ERC in een nieuw rapport, maar ze lopen nog altijd achter op de rest.
In bijvoorbeeld Griekenland, Tsjechië en Polen is de situatie verbeterd. De afgelopen jaren lag het slagingspercentage van deze drie tussen de 8 en 10 procent. In 2007-2011 was dat nog 3 procent of minder, blijkt uit ERC-cijfers die tot 2007 teruggaan.

Onderzoeksklimaat
Volgens het ERC-rapport ligt het lage slagingspercentage vooral aan het onderzoeksklimaat: de landen bieden simpelweg minder kansen voor wetenschappers. Zij krijgen weinig ondersteuning bij subsidieaanvragen en hebben minder internationale contacten die hen verder kunnen helpen.
De verandering moet dus vooral uit de landen zelf komen, stelt de ERC. Volgens Kaczmarek ligt de grootste kracht van de ERC in zijn soft power: “De ERC kan landen aansporen om hun academische cultuur te verbeteren en meer kansen te bieden aan wetenschappelijk toptalent.” Dat, zegt hij, zal meer teweegbrengen dan alleen maatregelen en programma’s.
‘Postcode bias’
Daarnaast waarschuwt Kaczmarek dat er sprake kan zijn van bias op grond van ‘postcode’: waar je vandaan komt beïnvloedt je kans op een beurs. Beoordelaars kunnen dit onbewust laten meewegen en daarom is het belangrijk dat zij op dit risico gewezen worden.
Kaczmarek vergelijkt het met genderongelijkheid in onderzoek. “Jarenlang hadden vrouwen veel minder succes bij het aanvragen van onderzoeksbeurzen”, vertelt hij. “Pas toen de wetenschappelijke gemeenschap dit erkende, kwam er verbetering. Men realiseerde zich dat onbewuste vooroordelen een rol speelden bij de beursaanvragen.”
“Dat is niet alleen onethisch, maar ook ontzettend zonde”, zegt hij. “We verspilden talent door vrouwen niet de kans te geven hun volle potentieel te benutten. Hetzelfde geldt nu voor onderzoekers uit deze vijftien landen.”
HOP, Naomi Bergshoeff
Heb je een vraag of opmerking over dit artikel?
redactie@hogeronderwijspersbureau.nl


Comments are closed.