Maak meetbaar hoeveel tijd onderwijs geven kost, volg promovendi beter tijdens hun promotietraject en behoud voldoende begeleidingstijd. Dit zijn de aanbevelingen van promovendi en hun vertegenwoordigers op basis van de bezuinigingsplannen van faculteiten.
Onderzoekers in het Macrolab van CiTG. (Foto: Justyna Botor)
Dit artikel in 1 minuut
- Elke faculteit neemt andere bezuinigingsmaatregelen rondom promovendi. Welke dat zijn, lees je uitgebreid in het vorige artikel dat we er over schreven.
- Delta heeft UPC (University PhD-council), PNN (Promovendi Netwerk Nederland) en promovendi gevraagd naar hun mening over de plannen.
- UPC en een lid van het PhD-council zijn kritisch omdat straks onder meer op de faculteit ME geen eerste geldstroomplekken voor promovendi meer over zijn. “Het beperkt de vrijheid van universiteiten om zelf richting te geven aan hun onderzoek.”
- Ook vinden de belangenbehartigers dat bepaalde plannen met elkaar botsen. Sommige faculteiten willen namelijk dat promovendi sneller promoveren, terwijl ze tegelijkertijd bezuinigen op zaken zoals begeleiding en onderzoeksopstellingen. Dit maakt het bijvoorbeeld moeilijker om experimenten tijdig uit te voeren, ziet PNN.
- De belangenbehartigers doen ook aanbevelingen. Een promovendus van de faculteit ME raadt bijvoorbeeld aan om promovendi beter te volgen tijdens hun promotietraject.
In 2028 moet de TU 10 procent minder uitgeven dan nu, zonder gedwongen ontslagen. Bijbehorende maatregelen hebben gevolgen voor de ruim 3500 promovendi van de TU. Delta besprak de bezuinigingsplannen met belangenorganisaties Promovendi Netwerk Nederland (PNN), University PhD-Council (UPC), het PhD-council van Mechanical Engineering (ME) en een promovendus die net zijn promotietraject heeft afgerond.
De maatregelen rondom promovendi verschillen per faculteit en kennen drie hoofdlijnen:
- Ze gaan meer lesgeven doordat het aantal student-assistenten vermindert
- Ze moeten hun promotietraject sneller afronden
- Er verdwijnen promotieplekken door natuurlijk verloop
De faculteiten Mechanical Engineering (127 promotieplekken), Bouwkunde (12 promotieplekken,) Luchtvaart- en Ruimtevaarttechniek (9 promotieplekken) en Elektrotechniek, Wiskunde en Informatica (onbekend aantal plekken) kozen ervoor om promotieplekken die bekostigd zijn met de eerste geldstroom te laten verdwijnen via natuurlijk verloop. Promovendi mogen hun onderzoek wel afmaken, maar er komen geen nieuwe bij.
’Netste maatregel om geen bloed te vergieten’
ME-decaan Fred van Keulen noemde de 127 verdwijnende promotieplekken eerder ‘de netste maatregel om de boel financieel op orde te krijgen zonder bloed te vergieten.’ Niemand wordt ontslagen en tegelijkertijd blijft er geld beschikbaar voor labs en technici, zo redeneert hij.
Promotieplekken in de eerste geldstroom zijn er straks niet meer op ME en Bouwkunde. Het aandeel van promotieplekken in de tweede en derde geldstroom neemt op deze faculteiten daardoor toe.
University PhD-Council, het overlegorgaan van en voor promovendi aan de TU Delft, maakt zich zorgen over deze ontwikkeling. UPC-bestuurslid Nic Orchard: “In plaats van volledig academisch gedreven onderzoek, gebaseerd op intellectuele nieuwsgierigheid, zal er veel meer industrie-gefinancierd onderzoek komen. Dat beïnvloedt onvermijdelijk de onderwerpen waar we ons mee bezighouden – en dat vind ik problematisch. Het beperkt de vrijheid van universiteiten om zelf richting te geven aan hun onderzoek.”
Schrappen moet ‘rust en ruimte’ bieden
Volgens ME-decaan Van Keulen moet het schrappen van de 127 fte (fulltime eenheden) juist lucht en rust bieden. Op zijn faculteit is het aantal promovendi in korte tijd flink toegenomen: van 424 in 2020 tot 549 in 2025. “Het steeg zo snel dat we ons zorgen gingen maken om huisvesting”, zegt Van Keulen. “Met deze maatregel gaan we in hoeveelheid fte terug naar de oude situatie.” Alice Dautézac van het PhD-council van ME zegt te hopen dat haar faculteit die lucht en rust aangrijpt om de faciliteiten op orde te krijgen. “Want er is nu door de snelle groei te veel druk op de beschikbare onderzoeksfaciliteiten en kantoorruimte.”
Minder promotieplekken, meer onderwijstaken
Bij Luchtvaart- en Ruimtevaarttechniek en ME krijgen promovendi meer onderwijstaken. De faculteiten besparen namelijk op inhuur van derden, onder wie student-assistenten. Taken als werkgroepen begeleiden en tentamens nakijken verschuiven daardoor naar ander personeel. Voorzitter van Promovendi Netwerk Nederland Martijn van der Meer benadrukt dat promovendi met een dienstverband volgens de cao maximaal 20 procent van hun dienstverband aan onderwijs mogen besteden. “Wees daar scherp op bij het doorvoeren van deze maatregel”, zegt hij.
Opvallend is dat beide faculteiten tegelijkertijd promotieplekken schrappen. Meer werk voor minder mensen dus. Toch zien de faculteiten dat niet als probleem: de onderwijsuren zijn nu ongelijk verdeeld onder promovendi, zeggen ze. Sommigen zitten al aan hun maximum, terwijl anderen helemaal geen onderwijstaken hebben. “Dat is een luxe die we ons niet meer kunnen permitteren”, zegt ME-decaan Van Keulen. Afdelingen op ME brengen momenteel in kaart wie hoeveel onderwijs geeft.
‘Voor onderwijstaken leidt dit onvermijdelijk tot een hogere werklast per persoon’
Volgens Alice Dautézac van het PhD-council van ME worden promovendi hier goed bij betrokken. Wel maakt ze zich zorgen over de extra werkdruk. “In tegenstelling tot het aantal promovendi, neemt het aantal studenten niet af. Voor onderwijstaken leidt dat dus onvermijdelijk tot een hogere werklast per persoon.”
Zowel Dautézac als Orchard zegt dat het moeilijk is in te schatten hoeveel tijd onderwijstaken daadwerkelijk kosten. Zij stellen daarom voor dat de faculteiten een inschattingsmodel voor onderwijstijd ontwikkelen, zoals een formule of flowchart. Orchard: “Bij het herverdelen van onderwijstaken kun je preciezer te werk gaan als je kunt berekenen hoeveel tijd het kost om verschillende soorten lessen voor te bereiden.” Faculteiten kunnen bijvoorbeeld rekening houden met wat voor type les het is en of het materiaal nieuw is of al eerder is gebruikt, vinden ze.
Sneller promoveren
Voor promoveren staat vier jaar maar op alle faculteiten doen promovendi er langer over. De faculteiten Civiele Techniek en Geowetenschappen (CiTG) en Elektrotechniek, Wiskunde en Informatica (EWI) willen hun promovendi sneller laten promoveren. Op CiTG en EWI is de duur respectievelijk 5,3 en 5 jaar. Belangenbehartigers PNN en UPC plaatsen kanttekeningen. “Dit is een prima kwaliteitsmaatregel, maar bij vertraging door onvoorziene zaken zoals langdurig ziekteverlof of een zwangerschap moet contractverlenging wel mogelijk blijven”, zegt PNN-voorzitter Van der Meer.
Dat laatste blijkt nu al moeilijker, merken de belangenbehartigers. “We horen van promovendi dat ze vrijwel geen verlenging meer kunnen krijgen”, aldus Dautézac. Zoals bijvoorbeeld promovendus Jesper Zwaginga. Hij kreeg verlenging, maar dit ging moeizaam, vertelt hij: “Mijn begeleider heeft door de stop op de eerste geldstroom via verschillende omwegen steeds stapsgewijs verlenging moeten regelen. De onzekerheid leverde me veel extra stress op, en dat had invloed op mijn werk.”
Bezuinigingen zorgen voor vertraging
PNN-voorzitter Van der Meer en Dautézac zien het streven tot snellere promoties botsen met andere maatregelen. Zo bezuinigen veel faculteiten op onderzoeksfaciliteiten en worden de posities van technici en hoogleraren die met pensioen gaan niet altijd opgevuld. Hierdoor wordt het moeilijker om je experimenten tijdig uit te voeren. Ook kan de begeleidingstijd per promovendus afnemen en dat werkt vertraging in de hand, menen beiden.
Bestuurslid Nic Orchard ziet graag meer aandacht voor de voortgang van promotietrajecten, zodat promovendi niet onverwacht in hun laatste jaar moeten versnellen om tijdig af te ronden. “Zorg voor meer terugkoppelmomenten, en meer ondersteuning vanuit de supervisor en Graduate School. Daarmee voorkom je verrassingen aan het einde.”
‘Zorg er voor dat de werkdruk gelijkmatiger over het promotietraject wordt verdeeld’
Promovendus Zwaginga sluit zich daarbij aan. Hij leverde vorige maand zijn proefschrift over verduurzaming van bestaande schepen in. “We richten ons nu vaak op het einde van het traject, waar alles in een paar maanden wordt samengeperst om op tijd af te ronden. We zouden ervoor moeten zorgen dat een promotietraject vanaf het begin goed geregeld is en dat de werkdruk gelijkmatiger over de jaren wordt verdeeld. Dat kan door de voortgang beter te volgen.”
Volgens Zwaginga gaat het ten koste van zowel de promovendus als het onderzoek als de druk op het laatste jaar komt te liggen. Daarnaast moet volgens hem uitstel mogelijk blijven. “Soms is uitloop onvermijdelijk. Faculteiten moeten mogelijkheden blijven bieden voor verlenging en afronden in eigen tijd, bijvoorbeeld door toegang tot onderzoeksdata te blijven ondersteunen door middel van een gastaccount. Momenteel is zo’n gastaccount duur, waardoor faculteiten misschien minder snel geneigd zijn om dit te doen. Hopelijk komt er een goedkoper gastaccount.”
Minder punten via summer schools
Faculteiten nemen uiteenlopende kleine bezuinigingsmaatregelen. Zo keuren de faculteiten EWI en Techniek, Bestuur en Management buitenlandse reizen voor medewerkers vaker af. Volgens UPC-bestuurslid Nic Orchard raakt dit promovendi, met name die in de eerste geldstroom. “Sommigen hadden hun reis al geboekt toen ze hoorden dat die niet door mocht gaan”, zegt ze. “Dat schaadt hun promotietraject: conferenties en summer schools leveren punten op en zijn cruciaal voor netwerkopbouw. Faculteiten zouden alternatieven moeten bieden om die punten alsnog te behalen.”
De bezuinigingen op promovendi zullen hoe dan ook nadelig uitpakken voor de wetenschap, denken zowel UPC als PNN. “Zonder promovendi blijft er weinig over van het onderzoek dat aan een universiteit wordt gedaan”, aldus Orchard. Van der Meer: “Het blijft een soort kapitaalvernietiging als promovendi worden opgeleid tot onderzoekers waarvoor geen plek is op diezelfde universiteit.”
Heb je een vraag of opmerking over dit artikel?
a.m.debruijn@tudelft.nl

Comments are closed.