Campus

Panna

,,Meneer, partijtje?” roept een witte Adidas-broek met fonkelnieuwe Nikes en een zwarte muts. ‘Meneer’ vind ik geen leuk woord om te horen als ik me net een beetje jong sta te voelen op een voetbalveldje.

Achter de Adidas-broek staan vier vriendjes. Alles bij elkaar zo’n duizend euro aan merkkleding.

De kereltjes zijn hooguit veertien en hebben niets te verliezen. Met één geslaagde actie tegen de grote jongens kunnen zij zich onsterfelijk maken bij de vier meisjes die langs de zijlijn zitten te giechelen. Grappigste voetballertje van het stel is een slungelig Surinamertje met een rood shirt, Snoop Dog-haar en twee gouden tanden. Hij heeft zijn voetbalimago gebaseerd op Braziliaanse baltovenaars die in Europa spelen. Niet alleen vindt hij baltrucs een stuk belangrijker dan scoren en maakt hij veelvuldig hands, ook vindt hij de mooie lentedag koud genoeg voor zwarte handschoenen.

Vanaf de aftrap wordt er gedraaid, gedribbeld en gedold. Mijn team worstelt zich met harkerig werkvoetbal een weg door het knollenveld. Het is vijf maal Ajax tegen vier maal beton. Het werkvoetbal wint omdat het geklooi op de vierkante meter resulteert in veelvuldig balverlies dat onmiddellijk wordt bestraft. In geen tijd staat het nul-zeven en stijgt hoongelach op vanachter de hekken. In slang mopperen de mannetjes op elkaar en op ons. ,,Soît die bal man! Soît!”

Maar doelpunten scoren is voor de imagomannetjes niet het belangrijkste. Het gaat ze om panna playen. De witte Adidas-broek slentert op me af, sleept met een beweging van Kanu-kwaliteit de bal door mijn benen en kirt van plezier: ,,Haha, panna!” Ik druip af richting de colafles met water. Mijn kwelgeest werpt een blik op het water. ,,Meneer mag ik ook slok?” Meneer, dat klinkt ineens best prettig als je binnen een half uur driemaal bent gepoort.

,,Meneer, partijtje?” roept een witte Adidas-broek met fonkelnieuwe Nikes en een zwarte muts. ‘Meneer’ vind ik geen leuk woord om te horen als ik me net een beetje jong sta te voelen op een voetbalveldje. Achter de Adidas-broek staan vier vriendjes. Alles bij elkaar zo’n duizend euro aan merkkleding.

De kereltjes zijn hooguit veertien en hebben niets te verliezen. Met één geslaagde actie tegen de grote jongens kunnen zij zich onsterfelijk maken bij de vier meisjes die langs de zijlijn zitten te giechelen. Grappigste voetballertje van het stel is een slungelig Surinamertje met een rood shirt, Snoop Dog-haar en twee gouden tanden. Hij heeft zijn voetbalimago gebaseerd op Braziliaanse baltovenaars die in Europa spelen. Niet alleen vindt hij baltrucs een stuk belangrijker dan scoren en maakt hij veelvuldig hands, ook vindt hij de mooie lentedag koud genoeg voor zwarte handschoenen.

Vanaf de aftrap wordt er gedraaid, gedribbeld en gedold. Mijn team worstelt zich met harkerig werkvoetbal een weg door het knollenveld. Het is vijf maal Ajax tegen vier maal beton. Het werkvoetbal wint omdat het geklooi op de vierkante meter resulteert in veelvuldig balverlies dat onmiddellijk wordt bestraft. In geen tijd staat het nul-zeven en stijgt hoongelach op vanachter de hekken. In slang mopperen de mannetjes op elkaar en op ons. ,,Soît die bal man! Soît!”

Maar doelpunten scoren is voor de imagomannetjes niet het belangrijkste. Het gaat ze om panna playen. De witte Adidas-broek slentert op me af, sleept met een beweging van Kanu-kwaliteit de bal door mijn benen en kirt van plezier: ,,Haha, panna!” Ik druip af richting de colafles met water. Mijn kwelgeest werpt een blik op het water. ,,Meneer mag ik ook slok?” Meneer, dat klinkt ineens best prettig als je binnen een half uur driemaal bent gepoort.

Redacteur Redactie

Heb je een vraag of opmerking over dit artikel?

delta@tudelft.nl

Comments are closed.