Campus

‘Ik ben nooit zo vaak gefeliciteerd’

Bouwkundestudente Anna Dijk won vorige week de Zuid-Hollandprijs met haar afstudeerontwerp voor een ‘Waterslot aan het Spui’, de verbinding tussen Oude Maas en Haringvliet.

Gefeliciteerd, maar wat is een ‘waterslot’?
“Dat is een idee om een afsluitbare kering uit het nieuwe Deltaplan extra functies te geven. Het is een afsluitbare dam tussen Spijkenisse en Oud-Beijerland die er aan de westkant heel gesloten uitziet, maar aan de andere kant juist heel open, met terrassen, badhuis, een informatiecentrum en verhuur van bootjes.”

En de Zuid-Hollandprijs?
“Dat is een nieuwe prijs die dit jaar als thema ‘de woon- en leefomgeving van het landelijk gebied’ had. De criteria waren dat het ontwerp innovatief moest zijn, conceptueel en dat het in moest gaan op kansen en problemen van de toekomst. Dus hoe kun je de woon- en leefomgeving van het landelijk gebied vergroten met inachtneming van de toekomstige problemen. Toen ik erover na begon te denken, begreep ik dat er veel in zat over klimaatverandering en zeespiegelstijging. Want als de keringen van de Afsluitbaar Open Rijnmond er komen, wat deel uitmaakt van het nieuwe Deltaplan, dan heeft dat een grote impact voor de provincie.”

Dus je hebt van een probleem een kans gemaakt?
“Ja, eigenlijk wel.”

Wat vond de jury ervan?
“Ze vonden het innovatief in de zin dat het plan op een nieuwe manier met de waterkering omgaat. Daarnaast trok mijn gedetailleerde uitwerking ze aan.”

Had je sterke concurrentie?
“Er was nog een plan genomineerd. Dat was erg conceptueel. Ik vond het wel gewaagd.”

Wat was dat?
“Een voorstel om alle weilanden af te graven en die te vervangen door gebouwen, waar het weiland dan als dak weer bovenop zou worden gelegd zodat het weidse uitzicht van het landschap behouden blijft. Dat idee was van twee andere TU-studenten.”

Hoe waren de reacties op je prijs?
“Ik ben nog nooit zo vaak gefeliciteerd. Veel mensen vinden het ontzettend gaaf. Maar omdat de prijs nieuw is, weten mensen uit de vakwereld nog niet zo goed wat het inhoudt. De provincie werkt aan promotie en er zit ook een flinke geldprijs aan vast.”

Hoeveel heb je gewonnen?
“Tienduizend euro. Ik weet nog niet wat ik er precies mee ga doen. De bedoeling is dat je het geld besteedt aan verdere uitwerking, verspreiding of verbreding van het project. Het lijkt me leuk om er meer promotie aan te geven met een mooie maquette. Ik werk er nu aan omdat ik in januari wil afstuderen. Daarna wil ik samen met Ties Rijcken van Civiele Techniek gaan kijken of er meer waterkeringen zijn die multifunctioneel gemaakt kunnen worden.”

En op reis?
“Ik zou wel een aantal watercongressen willen zoeken. En graag naar Japan, want daar staat waterbouwkunde net als in Nederland op een hoog peil. Maar ik weet nog niet precies hoe vrij ik ben in de besteding.

Hoewel ik mij tot de bedrijfskunde heb bekeerd, steekt de econoom in mij af en toe de kop op. Dit gebeurt vooral als ik meningen lees over de eerste, tweede en derde geldstroom. Er schijnt momenteel enige paniek op de TU Delft te zijn omdat minister Plasterk het eerste-geldstroompotje beperkt en het tweede-geldstroompotje laat groeien. Het gevolg is dat de universiteiten minder easy money krijgen en meer moeite moeten doen bij de NWO’s en SenterNovems van ons land om geld te verdienen. Vooral de TU Delft zou van deze verschuiving last hebben (krijgen).
Vooropgesteld, instituten als NWO en SenterNovem zijn overbodig. De overheid heeft ambtenaren aangesteld om wetenschappelijk onderzoek te doen: wij dus. Maar vervolgens moet er aan collega-ambtenaren van onderzoeksgeld-verdelende instituten gevraagd worden of wij dat onderzoek mogen uitvoeren. Ik bedoel, stel dat een politieagent voor een surveillancerondje eerst toestemming en geld moet vragen aan een instantie om in zijn auto te stappen… De onderzoeksgeld-verdelende instituten vertrouwen ons niet en verzoeken ons om veel tijd te steken in het opstellen van onderzoeksvoorstellen. Dan blijkt dat zelfs onderzoeksvoorstellen die het predicaat ‘excellent’ krijgen niet vanzelfsprekend gefinancierd worden en is mij uit verschillende hoeken toevertrouwd dat beoordelingen in een aantal gevallen een hoog Fonds voor de Letteren-gehalte hebben. Oftewel: ons kent ons, dus ons betaalt ons. Maar de kwaliteit van wetenschappelijk onderzoek wordt niet vastgesteld door NWO en dergelijke, maar door de redacties van internationale wetenschappelijke tijdschriften die beslissen om wel of niet tot publicatie over te gaan.
Een grotere focus op de tweede-geldstroom is ook slecht voor de veelgeprezen valorisatie. Nu ben ik sowieso geen voorstander van studenten en wetenschappers die voor ondernemertje spelen, maar uit de recent verschenen publicatie ‘Kennis in Kaart 2008’ van het ministerie van OCW (Plasterks ministerie) blijkt dat tweede-geldstromen geen garantie zijn voor valorisatiesucces. Zelfs niet als NWO-voorschriften vragen hoe de op te bouwen wetenschappelijke kennis financieel verzilverd kan worden, zo leerde ik recent toen ik een Veni-voorstel indiende. Aangezien toekomst-
onderzoek mijn specialiteit is, weet ik dat dit een onredelijke eis is. Uit cijfers van het OCW-rapport blijkt dat sinds 1995 het aantal octrooiaanvragen door Nederlandse universiteiten zeer beperkt is gestegen en dat bovendien het aantal octrooien voortkomend uit NWO-onderzoek sinds 2003 gedaald is. Gelukkig staat de citatiescore 2003-2006 van de TU Delft in de top-4 en was in 2004 de onderzoeksproductiviteit per Nederlandse onderzoeker het hoogst van alle Europese landen.
De échte innovatieparadox is dus niet de tegenstelling tussen excellent wetenschappelijk onderzoek en een laag-innovatief bedrijfsleven, maar is een grotere nadruk op commercialisering van wetenschappelijk onderzoek die leidt tot verminderde valorisatie van wetenschappelijk onderzoek en dus tot een lager innovatievermogen.
Fundamenteel wetenschappelijk onderzoek (eerste-geldstroom) leidt tot radicale innovaties, toegepast NWO-onderzoek (tweede-geldstroom) tot incrementele innovaties. De WRR heeft hier recent ook voor gewaarschuwd. Ons college van bestuur zou er goed aan doen om minister Plasterk te pownedden door de lokroep van tweede-geldstromen te weerstaan en haar medewerkers te vragen om niet al te veel tijd te steken in het schrijven van money-driven excellente of minder excellente onderzoeksvoorstellen, maar zich te concentreren op het doen van curiosity-driven wetenschappelijk onderzoek (eerste-geldstroom). Dat is beter voor de valorisatie. Aldus deze voormalige econoom.
Overigens ben ik van mening dat Geert Wilders een vergelijking mag trekken tussen de Koran en ‘Mein Kampf’.

Patrick van der Duin is toekomstonderzoeker bij de sectie technology, strategy and entrepeneurship van de faculteit Techniek, Bestuur en Management.

Redacteur Redactie

Heb je een vraag of opmerking over dit artikel?

delta@tudelft.nl

Comments are closed.