Opinie

Het moeilijke van praten over militarisering op de TU Delft

Hoe kunnen we optimistisch zijn over militarisering op de TU Delft als we de dingen niet bij hun naam durven noemen? Promovendus Nicholas Johnston is dat in ieder geval niet. In dit opiniestuk stelt hij dat het debat op misleidende wijze wordt geframed.

rama-laksono-g7WUOP7bkTw-unsplash

(Foto: Rama Laksono/Unsplash)

De TU Delft is aan het militariseren. De vorige rector heeft intentieverklaringen ondertekend met het Ministerie van Defensie. Sinds bijna een jaar huisvest YES!Delft een Nederlands defensie-innovatiecentrum, MINDBase. Er komt waarschijnlijk meer aan, nu geschrapte bezuinigingen op onderwijs zijn vervangen door beloften dat tot 10 procent van het defensiebudget naar onderzoeksprojecten met onderzoeksinstellingen zal gaan.

De heersende opvatting lijkt dat deze militarisering wenselijk is. De discussie draait vooral om de praktische vraag in hoeverre de TU Delft militariseert, en niet of dit überhaupt wel moet. In een interview met Delta zei voormalig rector Tim van der Hagen dat we dat ‘heel zorgvuldig [willen] doen en niet vlug-vlug’. Zelfs in zijn goede en kritische opiniestuk gaf Sander Otte toe dat defensieonderzoek belangrijk is, al moet dat wel met de nodige voorzichtigheid gebeuren en niet ten koste gaan van een verdere blokkering of vertraging van klimaatgerelateerde speerpunten.

Eerlijk gezegd voel ik me ondertussen een beetje een dwaas. Voor mij is het gesprek gaan ontsporen toen we het woord ‘militair’ vervingen door ‘defensie’. Dat komt op mij Orwelliaans over. Iets defensief noemen, maakt het nog niet defensief. Ik durf zelfs te beweren dat er geen strikt ‘defensieve’ militaire technologieën bestaan. Als deel van een geheel helpen militaire technologieën het gebruik van geweld te faciliteren. Zelfs een ‘luchtverdedigingssysteem’ maakt middelen vrij voor andere doeleinden. En het kan zelf voor andere doelen worden ingezet.

In het beste geval is de tweedeling tussen defensieve en offensieve militaire technologieën problematisch en gebaseerd op een vage mix van aannames over technologieën. In het slechtste geval is het een conceptuele fout die serieus moet worden rechtgezet. Dit geldt ook voor de manier waarop we onderzoeksrichtingen en industrieën beschrijven. Zelfs als het concept ‘defensie’ overeind zou blijven, dan nog gebruiken we het niet goed.

We hebben meegeholpen bij één van de grootste luchtoperaties van de 21ste eeuw

Zo omschrijft de TU Delft haar samenwerking met Lockheed Martin en hun stageprogramma rond het gevechtsvliegtuig F-35 als een ‘samenwerking met de defensie-industrie’. In Nederland spelen F-35’s een rol bij de vooruitgeschoven stationering van kernwapens van de NAVO. De afgelopen weken is de F-35 op grote schaal ingezet bij één van de grootste luchtoperaties van de 21ste eeuw: de illegale oorlog tegen Iran, die door de Verenigde Staten en Israël is ontketend. We maken nu, als instelling, deel uit van dat verhaal. We hebben meegeholpen. Toch blijft in het discours de terminologie van ‘defensie’ bestaan.

Misschien komt het doordat mijn onderzoek zich richt op militaire technologie en ethiek dat deze formulering me stoort. Toch is dit geen muggenzifterij. Onlangs kreeg een collega de opdracht om een conferentie over ethiek en militaire technologieën te organiseren. Hem werd gevraagd de formulering te veranderen van ‘militaire AI’ in ‘defensie-AI’, vanwege zorgen over de negatieve connotaties van de term ‘militair’. Voor alle duidelijkheid: dit verzoek was vast geen opzettelijke poging tot misleiding. En toch kunnen ook goedbedoelde pogingen tot ‘positieve framing’ misleidend zijn. Ze versterken het idee dat we er simpelweg voor kunnen kiezen om het alleen te hebben over militaire technologieën die niet onrechtmatig worden gebruikt.

Hoewel ik graag uitgebreid op deze begrippen zou ingaan, zijn er in de discussie over militarisering veel grotere hindernissen dan framing en conceptuele verwarring. De afgelopen weken is gebleken dat de TU Delft namen van medewerkers aan de politie heeft doorgegeven, mede naar aanleiding van kritische columns in Delta. Terwijl de TU Delft militariseert, neemt de vraag naar strengere maatregelen op het gebied van kennisbeveiliging en samenwerking met militaire en inlichtingeninstanties toe.

Tijdens het symposium ‘Knowledge Security in Defence Research’ aan de TU Delft, dat ik in de winter van 2025 bijwoonde, hoorde ik dat de TU Delft van plan is haar infrastructuur voor de omgang met vertrouwelijke en geheime informatie uit te breiden. Tegelijkertijd breiden we onze ‘ethische infrastructuur’ uit om kwesties rond ons onderzoek en onze ‘defensiepartnerschappen’ af te handelen. Sinds enkele weken worden studenten en medewerkers uitgenodigd voor trainingen voor morele beraadkamers, waarvan de vergaderingen uiteraard vertrouwelijk zijn. Militarisering brengt druk, toezicht en geheimhouding met zich mee. Dat is niet bepaald bevorderlijk voor academische openheid.

Hoe kunnen we optimistisch zijn over militarisering aan de TU Delft als we de dingen kennelijk niet bij hun naam durven noemen? Kunnen we de kosten van militarisering onder ogen zien als er druk wordt uitgeoefend om bepaalde woorden te gebruiken en als het schrijven van columns consequenties heeft? In hoeverre zijn we in staat tot een volwassen gesprek? Voor mij is het antwoord duidelijk: niet erg ver.

Nicholas Johnston is een promovendus die zich bezighoudt met de ethiek van militaire technologieën aan de Faculteit Technologie, Bestuur en Management.

Schrijver Opinie

Heb je een vraag of opmerking over dit artikel?

opinie.delta@tudelft.nl

Comments are closed.