Onderwijs

Eén loket voor onderwijskundige ondersteuning

Onderwijskundigen hebben expertise gebundeld in een virtueel centrum waar alle faculteiten kunnen aankloppen voor ondersteuning.

Elektronische portfolio’s, learning content management systems, online toetsen: in onderwijskundeland blijven de ontwikkelingen elkaar snel opvolgen. Schouderophalend aan deze vernieuwingen voorbijgaan lijkt geen verstandige optie, al was het maar omdat studenten onderwijsinnovatie zeer op prijs blijken te stellen. Bovendien werpt een accreditatie die in 2007 opleidingen ook hard op hun onderwijskundige en didactische kwaliteiten gaat afrekenen zijn schaduw vooruit. Opleidingen waarvan het onderwijs niet aantrekkelijk genoeg is, zouden in de gevarenzone terecht kunnen komen.

Met ingang van volgende maand kunnen faculteiten voor onderwijskundige ondersteuning bij één loket terecht. Het Onderwijskundig Centrum Focus is een projectorganisatie die de komende tweeënhalf jaar zijn bestaansrecht moet bewijzen. Daarmee komt ook een einde aan versnippering op dit gebied: het Instituut voor Techniek en Communicatie, Edutec en de DTO-afdeling systemen voor onderwijs en onderzoek werken nauw samen binnen Focus: het Icto-bureau wordt zelfs opgeheven.

“We zijn een virtueel centrum”, benadrukt coördinator André van Peppen. “We zullen bijvoorbeeld geen mensen vast in dienst nemen om vragen te beantwoorden.” Projectlid Leonie Meijerink, vertegenwoordiger van DTO.SOO bij Focus: “De harde kern van het Iocf werkt als een soort expertisemakelaars. Na een verzoek van een faculteit zoeken we in de eigen organisatie naar de juiste mensen, bijvoorbeeld om software te ontwikkelen. Waar verschillende faculteiten met vergelijkbare vragen komen, komen we met gezamenlijke oplossingen. We willen ook kennis over best practices verspreiden.”

De komende accreditatie is niet de enige motor achter het onderwijskundig centrum, al maakt het sommige faculteiten gevoeliger voor het belang van goede onderwijskundige ondersteuning. De onderwijsvernieuwing die vorig jaar op de TU Delft werd ingezet speelt ook een rol. Met aantrekkelijker, uitdagender onderwijs doen studenten minder lang over hun opleiding, was één van de uitgangspunten van de beleidsnota Onderwijsportfolio. “Faculteiten worden gestimuleerd hun onderwijs te vernieuwen. Dat willen wij onderwijskundigen natuurlijk al jaren”, zegt Van Peppen. “Maar die vernieuwing komt nog niet op elke faculteit even goed van de grond.”

Onbegrijpelijk vindt de coördinator dat niet. “Er zijn veel onderwijskundige ontwikkelingen die moeten worden bijgebeend, en de onderwijsbetrokkenen op de faculteiten hebben de handen vol aan kwaliteitszorgsystemen en visitaties. Aan het ontwikkelen van een visie op de lange termijn kom je zo nauwelijks toe.”

Naast ondersteuning bij onderwijsvernieuwing zijn cursussen didactiek en Engelstalig onderwijs en een project om universitair onderwijs beter te doen aansluiten op het vwo ook bij het Focus ondergebracht. Het lastigste probleem voor Focus is nu het gebrek aan naamsbekendheid, zegt Van Peppen. “We moeten goodwill bij de universiteiten kweken. Bovendien hebben de faculteiten momenteel weinig geld, en we werken vraaggestuurd. Maar de opleidingsdirecteuren tonen zich geïnteresseerd.”

Elektronische portfolio’s, learning content management systems, online toetsen: in onderwijskundeland blijven de ontwikkelingen elkaar snel opvolgen. Schouderophalend aan deze vernieuwingen voorbijgaan lijkt geen verstandige optie, al was het maar omdat studenten onderwijsinnovatie zeer op prijs blijken te stellen. Bovendien werpt een accreditatie die in 2007 opleidingen ook hard op hun onderwijskundige en didactische kwaliteiten gaat afrekenen zijn schaduw vooruit. Opleidingen waarvan het onderwijs niet aantrekkelijk genoeg is, zouden in de gevarenzone terecht kunnen komen.

Met ingang van volgende maand kunnen faculteiten voor onderwijskundige ondersteuning bij één loket terecht. Het Onderwijskundig Centrum Focus is een projectorganisatie die de komende tweeënhalf jaar zijn bestaansrecht moet bewijzen. Daarmee komt ook een einde aan versnippering op dit gebied: het Instituut voor Techniek en Communicatie, Edutec en de DTO-afdeling systemen voor onderwijs en onderzoek werken nauw samen binnen Focus: het Icto-bureau wordt zelfs opgeheven.

“We zijn een virtueel centrum”, benadrukt coördinator André van Peppen. “We zullen bijvoorbeeld geen mensen vast in dienst nemen om vragen te beantwoorden.” Projectlid Leonie Meijerink, vertegenwoordiger van DTO.SOO bij Focus: “De harde kern van het Iocf werkt als een soort expertisemakelaars. Na een verzoek van een faculteit zoeken we in de eigen organisatie naar de juiste mensen, bijvoorbeeld om software te ontwikkelen. Waar verschillende faculteiten met vergelijkbare vragen komen, komen we met gezamenlijke oplossingen. We willen ook kennis over best practices verspreiden.”

De komende accreditatie is niet de enige motor achter het onderwijskundig centrum, al maakt het sommige faculteiten gevoeliger voor het belang van goede onderwijskundige ondersteuning. De onderwijsvernieuwing die vorig jaar op de TU Delft werd ingezet speelt ook een rol. Met aantrekkelijker, uitdagender onderwijs doen studenten minder lang over hun opleiding, was één van de uitgangspunten van de beleidsnota Onderwijsportfolio. “Faculteiten worden gestimuleerd hun onderwijs te vernieuwen. Dat willen wij onderwijskundigen natuurlijk al jaren”, zegt Van Peppen. “Maar die vernieuwing komt nog niet op elke faculteit even goed van de grond.”

Onbegrijpelijk vindt de coördinator dat niet. “Er zijn veel onderwijskundige ontwikkelingen die moeten worden bijgebeend, en de onderwijsbetrokkenen op de faculteiten hebben de handen vol aan kwaliteitszorgsystemen en visitaties. Aan het ontwikkelen van een visie op de lange termijn kom je zo nauwelijks toe.”

Naast ondersteuning bij onderwijsvernieuwing zijn cursussen didactiek en Engelstalig onderwijs en een project om universitair onderwijs beter te doen aansluiten op het vwo ook bij het Focus ondergebracht. Het lastigste probleem voor Focus is nu het gebrek aan naamsbekendheid, zegt Van Peppen. “We moeten goodwill bij de universiteiten kweken. Bovendien hebben de faculteiten momenteel weinig geld, en we werken vraaggestuurd. Maar de opleidingsdirecteuren tonen zich geïnteresseerd.”

Redacteur Redactie

Heb je een vraag of opmerking over dit artikel?

delta@tudelft.nl

Comments are closed.