Campus

Dweilen met de kraan dicht

In het zog van het Derde Wereld Water Forum, vorige week in Kyoto, hield Delta een mini-Wereld Water Forum met Delftse experts. Water voor iedereen: illusie of uitdaging? De visie van een hydroloog, een drinkwaterspecialist en een beleidsanalist.

/strong>

Het doemscenario. In 2050 zijn er ruim negen miljard aardbewoners. Die hebben allemaal water nodig; voor landbouw, consumptie en industrie. Maar voor ruim tweederde van de wereldbevolking is dat water er niet, of het is onbruikbaar door vervuiling en verzilting. Het resultaat is even triest als voorspelbaar: massale sterfte door watergerelateerde ziektes en voedseltekorten door gebrek aan irrigatiewater. En % zoals met alle schaarse bronnen % zal iedereen op de laatste druppels duiken. Een oorlog om water is allang niet meer ondenkbaar. Water als de olie van de 21ste eeuw?

,,Zuiver drinkwater is in veel gebieden schaars, maar niet vergelijkbaar met olie”, betoogt prof.dr.ir. Kees van den Akker. ,,Oliebronnen zijn eindig, water kan in theorie eindeloos hergebruikt worden.”

Van den Akker is hydroloog, gespecialiseerd in de beschrijving en kwantificering van watersystemen in de natuurlijke kringloop. Negen miljard mensen van water voorzien is volgens Van den Akker ‘een technisch heel behapbaar probleem’. ,,In een ruimtestation kunnen we toch ook astronauten van drinkwater voorzien? Denk maar niet dat ze met elke lancering flessen water in de shuttle meenemen. Slim hergebruik van water is erg duurzaam.”

De technieken hiervoor zijn bekend. Van den Akker: ,,Het is wat duur en kost veel energie, maar zelfs zeewater kan in drinkbaar zoet water worden omgezet. Door zout water achtereenvolgens te koken en condenseren ontstaat zoet water. Ook membraanfiltratie is hiervoor bruikbaar. Met speciale filters blijft het zout achter en worden alleen watermoleculen doorgelaten.”

Met membraanfiltratie kunnen zwevend stof, micro-organismen, anorganische en organische stoffen uit water gefilterd worden met een zuiverheid oplopend tot bijna honderd procent. Het creëren van duurzaam drinkwater is volgens de hydroloog dan ook geen technisch probleem, maar een puur verdelingsprobleem. ,,Het op de juiste locatie krijgen van drinkwater, dát is het probleem.”

Van den Akker over zijn eigen ervaringen in miljoenenstad Jakarta, Indonesië: ,,Twee op de drie inwoners is niet aangesloten op een goede drinkwatervoorziening. Op elke straathoek staan handelaren die flink geld verdienen met de verkoop van blikken water. Met een degelijk drinkwatersysteem kan dat water veel goedkoper geleverd worden, alleen daarvoor ontbreekt het investeringsgeld.”

Hij wil de watervoorziening daarom door westerse bedrijven laten aanleggen. Die bedrijven verdienen hun investering terug door de watervoorziening vervolgens twintig tot dertig jaar zelf te beheren. Na die periode wordt het geheel overgedragen aan lokale bedrijven en overheidsinstanties in het ontwikkelingsland. Van den Akker: ,,Die formule heeft kans van slagen. In Bogor en Soelawesi zijn inmiddels zulke projecten ontplooid met Nederlands geld.”

,,Maar dat heeft op de lange termijn alleen zin als het geld niet verdwijnt in de zak van de lokale legerchef”, reageert Hans van Dijk, hoogleraar drinkwatervoorziening (Citg) en zelf ook vaak betrokken bij watervoorzieningsprojecten in ontwikkelingslanden. ,,Het zijn vooral de politieke en economische problemen die een goede watervoorziening verhinderen.”

Van Dijk beschrijft de veranderingen in de ontwikkelingssamenwerking van de afgelopen veertig jaar. ,,In de jaren zestig en zeventig werd veel aandacht besteed aan de technische infrastructuur; aanleg van leidingen, pompstations en zuiveringsinstallaties. Dat ging in eerste instantie goed, maar na het vertrek van de westerlingen stortte de watervoorziening al snel weer in. In de jaren tachtig en negentig richtte de samenwerking zich daarom vooral op training van de lokale bevolking. Hoe moet het systeem onderhouden worden? Wat doe je als een klant niet betaalt?”

Door Arabieren, Afrikanen en Aziaten te scholen als watermanagers, werd meer succes geboekt, maar nog lang niet genoeg. Van Dijk: ,,Corruptie is vaak de nekslag voor vooruitgang. Een onderneming kan moeilijk het hoofd boven water houden als er constant geld wordt afgetapt voor de neven en nichten van de lokale machthebber.”

Sinaasappels

Drinkwater voor negen miljard aardbewoners: technisch haalbaar, maar economisch en politiek nauwelijks. Voor irrigatiewater % goed voor zeventig procent van het menselijk watergebruik – is dit probleem nog groter.

Van Dijk: ,,Voor het kweken van één sinaasappel zijn duizenden liters water nodig. Dat is vele malen meer dan die paar liter drinkwater die we per persoon nodig hebben.” Van den Akker: ,,Vooral arme boeren verbruiken erg veel water voor irrigatie. In een land als Vietnam liggen de rijstvelden in een ondiepe laag water. De zon staat daar de hele dag op te branden, waardoor veel zoet water verdampt en uiteindelijk in zee belandt.”

Een ander voorbeeld van Van den Akker: ,,In Jemen verbouwen boeren qat, een gewas waarvan de blaadjes voor softdrugs worden gebruikt. Voor de irrigatie onttrekken de boeren water uit de grond alsof het olie is. Het grondwater daalt met meters per jaar.”

Ook hier kunnen technische vindingen helpen. Van den Akker: ,,In Israël past men druppelirrigatie toe. Met computergestuurde installaties wordt precies de juiste dosis water op gewassen gedruppeld. De kassen zijn luchtdicht afgesloten waardoor het verdampte water weerwordt opgevangen en hergebruikt.”

Van Dijk reageert: ,,Ik geloof in dit soort technische vooruitgang, maar op wereldschaal blijven het druppels op een gloeiende plaat. Voor duurzame oplossingen is stijging van de welvaart in arme landen nodig. Maar daarvoor ontbreekt de echte politieke wil. Doordat Europese en Amerikaanse landen bijvoorbeeld de eigen landbouw subsidiëren, worden Afrikaanse boeren arm gehouden. Het zijn de Bushes die bepalen of de wereld genoeg te eten en drinken heeft, niet de civiel ingenieurs.”

Technische vindingen vormen voor de waterproblemen dus slechts een helpend handje. Daarmee wordt het probleem op het bord van politici, multinationals en beleidsmakers geschoven. Die komen samen op wereldwaterconferenties waar nobele maar oeverloze discussies hoogtij vieren. Over de doelstelling (realiseer schone, duurzame watervoorziening voor iedereen) is iedere conferentiedeelnemer het eens. Hoe dat doel bereikt moet worden, weet eigenlijk niemand. Ook op het vorige week gehouden Derde Wereld Water Forum in Kyoto waren de resultaten teleurstellend: nauwelijks concrete afspraken, westerse landen houden de geldkraan grotendeels dicht.

,,Het is een sluimerend probleem en mist daardoor een sense of urgency”, reageert Wil Thissen, hoogleraar beleidsanalyse bij de faculteit TBM. Thissen werkte in de jaren tachtig voor Rijkswaterstaat en is gespecialiseerd in integraal watermanagement. ,,Het klinkt wreed, maar vaak moet er eerst iets goed mis gaan om draagvlak te krijgen voor grote veranderingen.”

Maar het gaat toch al goed mis? Eén op twee inwoners van ontwikkelingslanden drinkt vervuild water. Per dag sterven zesduizend kinderen aan een watergerelateerde ziekte als diarree.

Thissen: ,,Maar de landen en actoren die de macht hebben om daar verandering in te brengen hebben nu juist géén last van zulke levensbedreigende waterproblemen. Voor rijke landen valt er daarom niet zo heel veel te winnen. Probeer zo’n probleem dan maar eens op de westerse politieke agenda’s te krijgen.”

Zijn Wereldwaterfora zoals die in Kyoto daarom gedoemd om te mislukken – omdat er nu eenmaal welvaartsverdelingen en machtsverhoudingen zijn die niemand kan doorbreken? De rijken worden rijker, de armen worden armer?

Thissen kent twee principes waarmee dit soort vicieuze cirkels op beleidsniveau doorbroken kunnen worden. ,,Door partijen toe te voegen aan het proces kan de machtsbalans verschuiven. Denk bijvoorbeeld aan gedeeltelijke privatisering van de watermarkt.”

Maar is dat niet gevaarlijk? Bedrijven die uit zijn op winst de macht geven over een primaire levensbehoefte als water? Thissen: ,,Er zal dan inderdaad centrale controle nodig zijn om monopolies te voorkomen en het belang van publieke waarden te beschermen. In de post- en telecommunicatiemarkt vervult de Opta in Nederland een dergelijke rol. Zo’n concept zou lokaal in ontwikkelingslanden of op internationaal niveau ook succes kunnen oogsten, al is de uitwerking natuurlijk enorm complex.”

Thissen noemt een opvallende tweede mogelijke oplossing voor wereldwaterproblemen: maak het probleem nog complexer. ,,Door meer problemen dan alleen de waterproblematiek in de discussie te betrekken kunnen beter deals gesloten worden. Nederland en België verkeerden onderling jarenlang in een politieke impasse over het uitdiepen van de Schelde op Nederlands grondgebied. Voor de toegang tot de Antwerpse haven had België daar erg veel belang bij, Nederland veel minder. Men werd het pas eens toen de vraag ‘waar moet de HSL gaan lopen?’ werd toegevoegd aan de discussie. Toen kon er uitgeruild worden. Maar wederom: hoe op zo’n manier belangen afgewogen kunnen worden op de schaal van de wereldwaterproblematiek, daar zijn we nog lang niet uit.”

Doemscenario

‘Water for people, Water for life’ leest als het script van een mondiale thriller zonder geloofwaardig happy end. Het rapport van de Verenigde Naties over de wereldwaterproblematiek werd afgelopen zaterdag officieel gepresenteerd op het Derde Wereld Water Forum in Kyoto. Hier overlegden tienduizend beleidsmakers, bestuurders en specialisten uit ruim 150 landen over de oplossingen voor de waterproblemen. ‘Water for people, Water for life’ is niet het eerste rapport van de Verenigde Naties over dit onderwerp, maar wel het meest volledige en misschien ook wel meest huiveringwekkende. Enkele conclusies:

-Het aanbod drinkbaar zoet water % nu al minder dan een procent van de totale hoeveelheid water % neemt drastisch af door vervuiling en verzilting.

-De vraag naar water stijgt enorm onder druk van de groeiende wereldbevolking. (Van 6,1 miljard aardbewoners in 2001, naar 9,3 miljard in 2050)

-Binnen twintig jaar daalt de gemiddelde watervoorraad per persoon met een derde.

-Een op twee inwoners van ontwikkelingslanden drinkt vervuild water.

-Ieder jaar sterven twee miljoen mensen aan ziekten die direct of indirect verband houden met een tekort aan veilig drinkwater.

In het zog van het Derde Wereld Water Forum, vorige week in Kyoto, hield Delta een mini-Wereld Water Forum met Delftse experts. Water voor iedereen: illusie of uitdaging? De visie van een hydroloog, een drinkwaterspecialist en een beleidsanalist.

Het doemscenario. In 2050 zijn er ruim negen miljard aardbewoners. Die hebben allemaal water nodig; voor landbouw, consumptie en industrie. Maar voor ruim tweederde van de wereldbevolking is dat water er niet, of het is onbruikbaar door vervuiling en verzilting. Het resultaat is even triest als voorspelbaar: massale sterfte door watergerelateerde ziektes en voedseltekorten door gebrek aan irrigatiewater. En % zoals met alle schaarse bronnen % zal iedereen op de laatste druppels duiken. Een oorlog om water is allang niet meer ondenkbaar. Water als de olie van de 21ste eeuw?

,,Zuiver drinkwater is in veel gebieden schaars, maar niet vergelijkbaar met olie”, betoogt prof.dr.ir. Kees van den Akker. ,,Oliebronnen zijn eindig, water kan in theorie eindeloos hergebruikt worden.”

Van den Akker is hydroloog, gespecialiseerd in de beschrijving en kwantificering van watersystemen in de natuurlijke kringloop. Negen miljard mensen van water voorzien is volgens Van den Akker ‘een technisch heel behapbaar probleem’. ,,In een ruimtestation kunnen we toch ook astronauten van drinkwater voorzien? Denk maar niet dat ze met elke lancering flessen water in de shuttle meenemen. Slim hergebruik van water is erg duurzaam.”

De technieken hiervoor zijn bekend. Van den Akker: ,,Het is wat duur en kost veel energie, maar zelfs zeewater kan in drinkbaar zoet water worden omgezet. Door zout water achtereenvolgens te koken en condenseren ontstaat zoet water. Ook membraanfiltratie is hiervoor bruikbaar. Met speciale filters blijft het zout achter en worden alleen watermoleculen doorgelaten.”

Met membraanfiltratie kunnen zwevend stof, micro-organismen, anorganische en organische stoffen uit water gefilterd worden met een zuiverheid oplopend tot bijna honderd procent. Het creëren van duurzaam drinkwater is volgens de hydroloog dan ook geen technisch probleem, maar een puur verdelingsprobleem. ,,Het op de juiste locatie krijgen van drinkwater, dát is het probleem.”

Van den Akker over zijn eigen ervaringen in miljoenenstad Jakarta, Indonesië: ,,Twee op de drie inwoners is niet aangesloten op een goede drinkwatervoorziening. Op elke straathoek staan handelaren die flink geld verdienen met de verkoop van blikken water. Met een degelijk drinkwatersysteem kan dat water veel goedkoper geleverd worden, alleen daarvoor ontbreekt het investeringsgeld.”

Hij wil de watervoorziening daarom door westerse bedrijven laten aanleggen. Die bedrijven verdienen hun investering terug door de watervoorziening vervolgens twintig tot dertig jaar zelf te beheren. Na die periode wordt het geheel overgedragen aan lokale bedrijven en overheidsinstanties in het ontwikkelingsland. Van den Akker: ,,Die formule heeft kans van slagen. In Bogor en Soelawesi zijn inmiddels zulke projecten ontplooid met Nederlands geld.”

,,Maar dat heeft op de lange termijn alleen zin als het geld niet verdwijnt in de zak van de lokale legerchef”, reageert Hans van Dijk, hoogleraar drinkwatervoorziening (Citg) en zelf ook vaak betrokken bij watervoorzieningsprojecten in ontwikkelingslanden. ,,Het zijn vooral de politieke en economische problemen die een goede watervoorziening verhinderen.”

Van Dijk beschrijft de veranderingen in de ontwikkelingssamenwerking van de afgelopen veertig jaar. ,,In de jaren zestig en zeventig werd veel aandacht besteed aan de technische infrastructuur; aanleg van leidingen, pompstations en zuiveringsinstallaties. Dat ging in eerste instantie goed, maar na het vertrek van de westerlingen stortte de watervoorziening al snel weer in. In de jaren tachtig en negentig richtte de samenwerking zich daarom vooral op training van de lokale bevolking. Hoe moet het systeem onderhouden worden? Wat doe je als een klant niet betaalt?”

Door Arabieren, Afrikanen en Aziaten te scholen als watermanagers, werd meer succes geboekt, maar nog lang niet genoeg. Van Dijk: ,,Corruptie is vaak de nekslag voor vooruitgang. Een onderneming kan moeilijk het hoofd boven water houden als er constant geld wordt afgetapt voor de neven en nichten van de lokale machthebber.”

Sinaasappels

Drinkwater voor negen miljard aardbewoners: technisch haalbaar, maar economisch en politiek nauwelijks. Voor irrigatiewater % goed voor zeventig procent van het menselijk watergebruik – is dit probleem nog groter.

Van Dijk: ,,Voor het kweken van één sinaasappel zijn duizenden liters water nodig. Dat is vele malen meer dan die paar liter drinkwater die we per persoon nodig hebben.” Van den Akker: ,,Vooral arme boeren verbruiken erg veel water voor irrigatie. In een land als Vietnam liggen de rijstvelden in een ondiepe laag water. De zon staat daar de hele dag op te branden, waardoor veel zoet water verdampt en uiteindelijk in zee belandt.”

Een ander voorbeeld van Van den Akker: ,,In Jemen verbouwen boeren qat, een gewas waarvan de blaadjes voor softdrugs worden gebruikt. Voor de irrigatie onttrekken de boeren water uit de grond alsof het olie is. Het grondwater daalt met meters per jaar.”

Ook hier kunnen technische vindingen helpen. Van den Akker: ,,In Israël past men druppelirrigatie toe. Met computergestuurde installaties wordt precies de juiste dosis water op gewassen gedruppeld. De kassen zijn luchtdicht afgesloten waardoor het verdampte water weerwordt opgevangen en hergebruikt.”

Van Dijk reageert: ,,Ik geloof in dit soort technische vooruitgang, maar op wereldschaal blijven het druppels op een gloeiende plaat. Voor duurzame oplossingen is stijging van de welvaart in arme landen nodig. Maar daarvoor ontbreekt de echte politieke wil. Doordat Europese en Amerikaanse landen bijvoorbeeld de eigen landbouw subsidiëren, worden Afrikaanse boeren arm gehouden. Het zijn de Bushes die bepalen of de wereld genoeg te eten en drinken heeft, niet de civiel ingenieurs.”

Technische vindingen vormen voor de waterproblemen dus slechts een helpend handje. Daarmee wordt het probleem op het bord van politici, multinationals en beleidsmakers geschoven. Die komen samen op wereldwaterconferenties waar nobele maar oeverloze discussies hoogtij vieren. Over de doelstelling (realiseer schone, duurzame watervoorziening voor iedereen) is iedere conferentiedeelnemer het eens. Hoe dat doel bereikt moet worden, weet eigenlijk niemand. Ook op het vorige week gehouden Derde Wereld Water Forum in Kyoto waren de resultaten teleurstellend: nauwelijks concrete afspraken, westerse landen houden de geldkraan grotendeels dicht.

,,Het is een sluimerend probleem en mist daardoor een sense of urgency”, reageert Wil Thissen, hoogleraar beleidsanalyse bij de faculteit TBM. Thissen werkte in de jaren tachtig voor Rijkswaterstaat en is gespecialiseerd in integraal watermanagement. ,,Het klinkt wreed, maar vaak moet er eerst iets goed mis gaan om draagvlak te krijgen voor grote veranderingen.”

Maar het gaat toch al goed mis? Eén op twee inwoners van ontwikkelingslanden drinkt vervuild water. Per dag sterven zesduizend kinderen aan een watergerelateerde ziekte als diarree.

Thissen: ,,Maar de landen en actoren die de macht hebben om daar verandering in te brengen hebben nu juist géén last van zulke levensbedreigende waterproblemen. Voor rijke landen valt er daarom niet zo heel veel te winnen. Probeer zo’n probleem dan maar eens op de westerse politieke agenda’s te krijgen.”

Zijn Wereldwaterfora zoals die in Kyoto daarom gedoemd om te mislukken – omdat er nu eenmaal welvaartsverdelingen en machtsverhoudingen zijn die niemand kan doorbreken? De rijken worden rijker, de armen worden armer?

Thissen kent twee principes waarmee dit soort vicieuze cirkels op beleidsniveau doorbroken kunnen worden. ,,Door partijen toe te voegen aan het proces kan de machtsbalans verschuiven. Denk bijvoorbeeld aan gedeeltelijke privatisering van de watermarkt.”

Maar is dat niet gevaarlijk? Bedrijven die uit zijn op winst de macht geven over een primaire levensbehoefte als water? Thissen: ,,Er zal dan inderdaad centrale controle nodig zijn om monopolies te voorkomen en het belang van publieke waarden te beschermen. In de post- en telecommunicatiemarkt vervult de Opta in Nederland een dergelijke rol. Zo’n concept zou lokaal in ontwikkelingslanden of op internationaal niveau ook succes kunnen oogsten, al is de uitwerking natuurlijk enorm complex.”

Thissen noemt een opvallende tweede mogelijke oplossing voor wereldwaterproblemen: maak het probleem nog complexer. ,,Door meer problemen dan alleen de waterproblematiek in de discussie te betrekken kunnen beter deals gesloten worden. Nederland en België verkeerden onderling jarenlang in een politieke impasse over het uitdiepen van de Schelde op Nederlands grondgebied. Voor de toegang tot de Antwerpse haven had België daar erg veel belang bij, Nederland veel minder. Men werd het pas eens toen de vraag ‘waar moet de HSL gaan lopen?’ werd toegevoegd aan de discussie. Toen kon er uitgeruild worden. Maar wederom: hoe op zo’n manier belangen afgewogen kunnen worden op de schaal van de wereldwaterproblematiek, daar zijn we nog lang niet uit.”

Doemscenario

‘Water for people, Water for life’ leest als het script van een mondiale thriller zonder geloofwaardig happy end. Het rapport van de Verenigde Naties over de wereldwaterproblematiek werd afgelopen zaterdag officieel gepresenteerd op het Derde Wereld Water Forum in Kyoto. Hier overlegden tienduizend beleidsmakers, bestuurders en specialisten uit ruim 150 landen over de oplossingen voor de waterproblemen. ‘Water for people, Water for life’ is niet het eerste rapport van de Verenigde Naties over dit onderwerp, maar wel het meest volledige en misschien ook wel meest huiveringwekkende. Enkele conclusies:

-Het aanbod drinkbaar zoet water % nu al minder dan een procent van de totale hoeveelheid water % neemt drastisch af door vervuiling en verzilting.

-De vraag naar water stijgt enorm onder druk van de groeiende wereldbevolking. (Van 6,1 miljard aardbewoners in 2001, naar 9,3 miljard in 2050)

-Binnen twintig jaar daalt de gemiddelde watervoorraad per persoon met een derde.

-Een op twee inwoners van ontwikkelingslanden drinkt vervuild water.

-Ieder jaar sterven twee miljoen mensen aan ziekten die direct of indirect verband houden met een tekort aan veilig drinkwater.

Redacteur Redactie

Heb je een vraag of opmerking over dit artikel?

delta@tudelft.nl

Comments are closed.