Campus

Drankenkabinet

Van de minder voor de hand liggende dingen in mijn huis is mijn drankenkabinet er een. Ooit gevonden door een huisgenoot en pas later, nadat we allang niet meer bij elkaar in huis woonden, bij mij beland.

Een diep donkerbruin meubel van fineer. Aan de ene zijkant zit een klep, waarop, als je hem neerlaat, de wijnglazen staan, aan de andere zijkant is ruimte voor tools als kurkentrekkers en de vacuvin. De belangrijkste reden dat ik het ding wou hebben is het doorzonkarakter. In het midden zitten aan twee kanten glazen deurtjes dus iedereen heeft zicht op de diversiteit aan dranken. Reuzeleuk, maar onzinnig om te hebben, want alle alcohol die ik drink dient gekoeld geserveerd te worden. Het is ook niet iets dat je in een handomdraai omtovert tot konijnenhok of dictatenopslag.

Als je iets niet gebruikt, staat het al snel in de weg, het verstandigste dat je dan kunt doen is het weggooien. Daar bleek het onbenutte, ruimtevretende drankenkabinet toch te leuk voor.

Half expres, half onderbewust ben ik aan de al loszittende onderdelen gaan peuren. Eén van de opstaande randen was er al af, er ontbrak een handgreep en het fineren bovenblad bolde al op van het vocht. Nog een beetje helpen door af en toe een glas om te gooien en het nagels scherpen van de kat niet ontmoedigen, et voilâ, een slooprijp meubelstuk. En slooprijpe meubelstukken mogen weg.

Maar die kun je ook opknappen. Een verwaarloosd meubelstuk is een excuus om apparaten die je al hebt oneigenlijk te gebruiken, en om nieuwe apparaten te kopen. Een garantie voor avonden klusplezier. Twee oude T-shirts, een vernaggelde strijkijzerzool en een pas één keer gebruikte nieuwe schuurmachine verder, staat het drankenkabinet nu klaar voor de eerste verflaag. Of ik de tegelmozaïektip opvolg valt nog te bezien, dat ik me alsnog in wijn ga verdiepen staat vast.

Van de minder voor de hand liggende dingen in mijn huis is mijn drankenkabinet er een. Ooit gevonden door een huisgenoot en pas later, nadat we allang niet meer bij elkaar in huis woonden, bij mij beland. Een diep donkerbruin meubel van fineer. Aan de ene zijkant zit een klep, waarop, als je hem neerlaat, de wijnglazen staan, aan de andere zijkant is ruimte voor tools als kurkentrekkers en de vacuvin. De belangrijkste reden dat ik het ding wou hebben is het doorzonkarakter. In het midden zitten aan twee kanten glazen deurtjes dus iedereen heeft zicht op de diversiteit aan dranken. Reuzeleuk, maar onzinnig om te hebben, want alle alcohol die ik drink dient gekoeld geserveerd te worden. Het is ook niet iets dat je in een handomdraai omtovert tot konijnenhok of dictatenopslag.

Als je iets niet gebruikt, staat het al snel in de weg, het verstandigste dat je dan kunt doen is het weggooien. Daar bleek het onbenutte, ruimtevretende drankenkabinet toch te leuk voor.

Half expres, half onderbewust ben ik aan de al loszittende onderdelen gaan peuren. Eén van de opstaande randen was er al af, er ontbrak een handgreep en het fineren bovenblad bolde al op van het vocht. Nog een beetje helpen door af en toe een glas om te gooien en het nagels scherpen van de kat niet ontmoedigen, et voilâ, een slooprijp meubelstuk. En slooprijpe meubelstukken mogen weg.

Maar die kun je ook opknappen. Een verwaarloosd meubelstuk is een excuus om apparaten die je al hebt oneigenlijk te gebruiken, en om nieuwe apparaten te kopen. Een garantie voor avonden klusplezier. Twee oude T-shirts, een vernaggelde strijkijzerzool en een pas één keer gebruikte nieuwe schuurmachine verder, staat het drankenkabinet nu klaar voor de eerste verflaag. Of ik de tegelmozaïektip opvolg valt nog te bezien, dat ik me alsnog in wijn ga verdiepen staat vast.

Redacteur Redactie

Heb je een vraag of opmerking over dit artikel?

delta@tudelft.nl

Comments are closed.