Ga direct naar: Hoofdnavigatie | Inhoud | Zoeken | Servicemenu

‘De oplossing komt eerder uit Leiden of Rotterdam'

In 2050 is de energievoorziening in Europa duurzamer en complexer dan nu. Dat vraagt om regie en Nederland is het land bij uitstek om die taak op zich te nemen. Dat stelt het ‘Delft Plan: Nederland als Energy Gateway’ dat het Delft Energy Initiative van de TU eerder dit jaar publiceerde. Is dit een goed idee?

Het Delft Energy Initiative publiceerde eind maart het 'Delft Plan: Nederland als Energy Gateway'. Daarin schetst de TU een toekomst, 2050, waarin Nederland een Europees handelscentrum is voor energie, waar 'energie- en grondstoffenstromen binnenkomen, worden verwerkt, opgeslagen en verhandeld'.

Het 24 pagina's tellende stuk beschrijft de grove lijnen waarlangs technische ontwikkelingen moeten plaatsvinden om in die toekomst te komen. Het belangrijkste daarbij is volgens de schrijvers dat energieconversie, -opslag, -transport en systeemintegratie worden geoptimaliseerd.

Dat is nodig omdat tegen die tijd energie en koolstof niet meer voornamelijk een fossiele oorsprong hebben, zoals nu, maar uit allerlei bronnen komen. 'Denk aan zon en wind voor de energievraag en biomassa voor de koolstofvraag. […] Straks moeten conversie en opslag een strategische brug vormen tussen een fluctuerend aanbod van duurzame energie en de benodigde energie- en grondstoffuncties, zodat gebruikers op elk moment over de gewenste vorm en hoeveelheid energie kunnen beschikken.'

Met het Delftse plan in de hand, zo staat er te lezen, 'kunnen verschillende beleidsterreinen strategieën ontwikkelen, waaruit vraag komt naar technologie- en dienstenontwikkeling en een moderne, leidende rol voor de Nederlandse overheid als verbinding tussen decentrale energievoorziening en transnationale systemen in Europa'. 'Dit vraagt tijdige, geconcentreerde innovatie waarbij innovatieve marktpartijen en overheden verbonden moeten worden met het hoogwaardige Nederlandse onderwijs en (fundamenteel) onderzoek.'

Jan Rotmans, hoogleraar transitiekunde aan de Erasmus Universiteit Rotterdam, is het 'in de kern' eens met het Delft Plan, zegt hij desgevraagd. "Het is het zoveelste rapport over het overstappen naar een duurzame energievoorziening, dus dat onderstreept de urgentie. Het kan geen kwaad als een gerenommeerde universiteit als de TU dat naar voren brengt."

Maar TU-alumnus Rotmans vindt het 'een typisch Delfts stuk' en dat bedoelt hij niet positief. "Het gaat over techniek en innovatie. Alleen, met de huidige techniek kunnen we al overstappen naar een duurzame energievoorziening. Het gaat dus niet meer om de techniek, dat is niet het wezen van de energietransitie. Het gaat over macht, belangen en politiek. Vergeet niet, wij zijn veredelde turfstekers.

Nederland is groot geworden op turf, kolen, olie en gas. Het Nederlandse energiebeleid wordt voor een groot deel gemaakt door

bedrijven als Shell. Het gaat hen niet om de rekensommen die aantonen dat een transitie naar duurzame energie kan, het gaat om politiek, geopolitiek. Het gaat niet om het wát, maar om het hóe. En daarover lees ik niets in het Delft Plan. De oplossing komt eerder uit Rotterdam of Leiden."

Juridische Barrieres

En dus, raadt Rotmans aan, moeten de schrijvers daar 'onmiddellijk' heen. "Een voorbeeld: we weten al wat we technisch moeten doen om over te stappen naar een biobased economie. Het is uitgezocht dat 69 regels en wetten dat in de weg staan. Zo verbiedt de Afvalwet hergebruik van afval, omdat dat schadelijk zou zijn. We hebben het over juridische en institutionele barrières, niet over technische."

En wat te denken van de infrastructuur die nodig is voor windmolen- of zonne-energieparken, voor biomassa- en aardwarmtecentrales? "Hoe integreer je die in het landschap en hoe zorg je ervoor dat burgers erin mee gaan? Dat soort dingen moet in het Delft Plan komen te staan. Je moet het 'hoe' adresseren, anders blijft het een papieren stuk en sterft het in schoonheid."

Daar komt bij dat het TU-rapport volgens Rotmans een 'hoog business as usual'-karakter heeft. "Terwijl we juist voortdurend worden geconfronteerd met verrassingen: schaliegas, Fukushima, vloeibaar gas, geopolitieke spanningen. We weten één ding zeker over de toekomst: business as usual zal het niet worden. Daar kun en moet je rekening mee houden. Dat kan, omdat verrassingen zich vaak eerst in het klein aftekenen." Rotmans noemt thoriumcentrales, een handelsboycot van Rusland en een echt grote aardbeving in Groningen. "Onderzoek wat je in dergelijke gevallen moet doen, anders zijn we niet voorbereid."

Geen haalbare doelstelling

Geert Deconinck, hoogleraar smart grids aan de Katholieke Universiteit Leuven, nam het Delft Plan ook door. Zijn eerste indruk is 'vrij positief'. "Het gaat uit van een algemene systeembenadering, niet van één onderdeel. Het gaat over elektriciteitsnetten, energiebronnen, conversie en er is een link met de eindgebruiker. De relevante wetenschappelijke vraagstukken komen aan bod, de goede termen staan erin, al is het erg kort. Wat precies de inhoud erachter is, is moeilijk vast te stellen."

Deconinck mist een economische analyse, terwijl juist economische overwegingen volgens hem de boventoon voeren bij het maken van beslissingen. "In de markt speelt het een grote rol welke bron het minste kost en welke het meeste opbrengt. Daar lees ik niks over. Dat moet duidelijk worden, voordat politici en beleidsmakers erin mee kunnen. Er zijn investeringen nodig en daar zitten gevolgen aan. De bevolking wacht een prijsverhoging. Dat is onvermijdelijk, want de energieprijs is nu heel laag als je kijkt naar de maatschappelijke kosten."

Nederland als energy gateway, dat ziet Deconinck niet gebeuren. "Dat is eerder een marketingterm dan een haalbare doelstelling. Zeker, er is nood aan een Europese benadering, maar ik denk niet dat één land daarbinnen de rol van centraal handelspunt op zich zal nemen. Buurlanden zullen het niet aanvaarden, want ieder land heeft zijn eigen rol. Daarbij komt dat de verbindingen tussen landen er al zijn. Als windenergie van Duitsland naar Frankrijk moet, loopt dat niet via Nederland. Zou dat wel gebeuren, dan moeten Nederland én België daarvoor hoogspanningsmasten bouwen. Dat zal niet zomaar gaan."

Uitdagend

Ook Rotmans ziet Nederland geen duurzaam handelsknooppunt worden. "Dat is kretologie. We lopen ver achter in Europa als het gaat over duurzame energieopwekking. We staan op nummer 25 van de 27 landen. Met de Rotterdamse haven zijn we zijn juist het grootste fossiele energieknooppunt ter wereld. De haven is de meest conservatieve wereld die je je kunt voorstellen. Die willen nog vijftig à honderd jaar door zoals nu."

Binnen de TU zelf is ook twijfel over Nederland als energy gateway. Volgens zonnecelhoogleraar Miro Zeman is dat 'heel ver weg'. "Het is een hartstikke uitdagende doelstelling. Het is fijn om een stip aan de horizon te hebben, maar halen we het? Dat zullen we moeten zien. Er kan veel gebeuren in 35 jaar."

Zeman constateert dat het Delft Plan zich sterk richt op Nederland als handelsland. "Ik ben blij met het technische deel, maar handel en de positie van Nederland liggen buiten mijn expertise. Mijn afdeling is bezig met de vraag hoe we naar een elektriciteitsnetwerk voor de toekomst komen. Als we kunnen bijdragen aan het idee van Nederland als handelsland, is dat prima, maar concreet doen we dat niet."

Zeman is gevraagd mee te denken over de technische uitwerking van het Delft Plan, vertelt hij. "We gaan ons best doen om ons steentje bij te dragen. Ik heb mijn eigen visies en doelen. Die moet ik hebben als afdelingshoofd. Als die in het plan komen, is het mooi. Dat helpt wellicht de ontwikkeling te versnellen. Als ze er niet in komen, is het ook goed. En als het blijft bij een foldertje, dan maakt het voor ons niet uit. Het stuk is vooral voor de politiek bedoeld."'

'Delft plan stip op de horizon'

De initiators van Het Delft Plan, TBM-hoogleraar prof.dr.ir. Paulien Herder en TNW-decaan prof.dr.ir. Tim van der Hagen, reageren samen per mail op de kritiek van Jan Rotmans en Geert Deconinck. Ze laten weten dat het nooit hun intentie is geweest om een transitiepad te schetsen en dat het daarom logisch is dat het rapport zaken als macht, belangen en politiek niet adresseert. 'Het plan schetst een stip op de horizon, een toekomst waarin Nederland een betaalbare, schone en betrouwbare energievoorziening heeft. Natuurlijk wordt het pad ernaartoe er een van belangen, macht etc. Dat zal niemand ontkennen, maar daar gaat het Energy Plan (inderdaad!) niet over.'

'Het tweede kritiekpunt van Jan, dat het TU-rapport een 'hoog business as usual'-karakter heeft, verbaast ons. Het belangrijkste uitgangspunt van het Energy Plan is nu juist dat die toekomst onzeker is. Inderdaad, de weg naar 2050 is bezaaid met onzekerheden. Dat geven we in het Plan aan.'

En wat het commentaar van Geert Deconinck betreft, dat in het rapport een economische analyse ontbreekt: 'Natuurlijk zal de markt een beslissende rol spelen in het pad naar 2050. Het Plan geeft twee dingen duidelijk aan: die markt(inrichting) zal danig (moeten) veranderen en aangezien de energiemix in 2050 onbekend is, is het belangrijk om alle technologieën te kunnen accommoderen.'

Deconinck ziet Nederland niet veranderen in energy gateway, al was het maar omdat het transport van energie voor een groot door anderen landen loopt. Herder en Van der Hagen: 'De suggestie van Geert dat je voor handel altijd alle goederen (fysiek) een keer in handen zou moeten hebben, lijkt ons onjuist. Het Energy Plan geeft een toekomstvisie, een beeld waar Nederland naar toe kan of zou moeten werken in samenwerking met de haar omringende landen.'