Wetenschappelijke bloemlezing

Zullen we ooit met onze dieren kunnen praten? Wat gaan de quantumcomputer en het quantuminternet voor ons betekenen? Twee vragen die Delftse wetenschappers beantwoorden in de KNAW-uitgave ‘Hoe zwaar is licht?’.

In 'Hoe zwaar is licht?' komen negen TU-onderzoekers aan het woord.
In 'Hoe zwaar is licht?' komen negen TU-onderzoekers aan het woord.

In het boek 'Hoe zwaar is licht? Meer dan 100 dringende vragen aan de wetenschap' heeft de KNAW een kleine greep gedaan uit de "twaalfduizend substantiële, serieuze vragen" die in 2015 binnenkwamen na een oproep aan het publiek. Daarmee wilde de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen een 'Nationale Wetenschapsagenda' zetten, op basis van 'de Nederlandse nationale nieuwsgierigheid'.

In 'Hoe zwaar is licht' geven wetenschappers steeds in drie à vier dichtbedrukte pagina's met weinig ruimte voor beeld antwoord op de geselecteerde vragen. Dat moet het publiek inzicht geven in wat het op deze gebieden 'kan verwachten aan onderzoek en innovatie' de komende jaren. Maar wat de samenhang tussen de vragen is, waarom juist deze vragen zijn geselecteerd, wordt niet duidelijk.

Zo ontstaat een bloemlezing van onderzoek dat al gaande is en dat klinkt een stuk minder ambitieus dan het oorspronkelijke doel van de Nationale Wetenschapsagenda: om door de vragen van het publiek nieuw onderzoek of nieuwe samenwerkingsverbanden aan te jagen.

Praten met dieren
Neem de vraag 'Zullen we ooit met onze dieren kunnen praten?', die mede beantwoord wordt door TU-hoogleraar interactive intelligence Catholijn Jonker (EWI). In het artikel reppen zij en co-auteur Arjen van Alphen vooral over mogelijkheden. "Een slimme robot of computer kan het gedrag van jouw huisdier misschien beter aan je uitleggen en 'vertalen' dan een mens dat zou kunnen'. En : 'Om ons echt te interesseren voor hun (van dieren, red.) belevingswereld en te kunnen begrijpen waar zij het over hebben, zullen we ons inlevingsvermogen tot het uiterste moeten inzetten'. Maar gaat dat dan werkelijk gebeuren? Het enige dat we lezen, is dat Jonker en Van Alphen pleiten voor 'interdisciplinaire samenwerking op alle betrokken wetenschapsgebieden'.

Verderop in het boek komt Jonker nog eens aan het woord als zij antwoord mag geven op de vraag 'vormt kunstmatige intelligentie een nieuwe stap in de evolutie?' Weer schetst Jonker een verhelderend beeld van het denken over kunstmatige intelligentie en over hoe die zich zou moeten verhouden tot de mens. Maar nieuwe onderzoeksrichtingen lijken door de vraagstelling van het publiek niet zo één-twee-drie te ontstaan.

Quantumteleportatie
Naast Jonker komen er acht andere TU-onderzoekers aan het woord, en niet alleen gearriveerde hoogleraren. De onlangs bij QuTech gepromoveerde Julia Cramer (TNW) mag antwoord geven op de vraag 'wat gaan de quantumcomputer en het quantuminternet voor ons betekenen?'.

Op de voor haar kenmerkende wijze weet zij de onvoorstelbare wereld van het quantumonderzoek enigszins inzichtelijk te maken voor de leek: "Hoewel we door Star Trek bij teleportatie meteen denken aan het teleporteren van mensen, gaat quanumteleportatie over het verplaatsen van quantuminformatie in quantumbits: informatie verdwijnt op de ene plek en verschijnt op de andere. Dit is heel interessant voor veilige communicatie, omdat er geen lijn is waar de informatie kan worden afgetapt [..]."

Volgens Cramer verwachten wetenschappers 'in de komende tien tot twintig jaar de ontwikkeling van quantumnetwerken en quantumberekeningen die de beste computers die we vandaag gebruiken ver voorbij zullen gaan'. Dat is spannend en belangrijk, maar zeker niet veroorzaakt door de vragen die zijn gesteld in de Nationale Wetenschapsagenda.

En nu?
Misschien moeten we bij het boek 'Hoe zwaar is licht?' geen al te ingewikkelde verwachtingen hebben van wat het teweeg zal brengen. Dat blijkt ook uit het vaak krom geschreven nawoord van Louise Gunning, voorzitter van de Nationale Wetenschapsagenda. Zinnen als 'Kansen die vragen beantwoorden en problemen adresseren die we belangrijk vinden, en kansen die allemaal een reële kans van slagen hebben en Nederland beter kunnen maken' geven de indruk dat de KNAW ook niet helemaal weet waar de Wetenschapsagenda in zal uitmonden. Dat maakt de afzonderlijke artikelen niet minder boeiend: die geven over het algemeen interessante inkijkjes in de stand van de wetenschap en het denken, en dat is genoeg.

De andere Delftenaren in 'Hoe zwaar is licht':
Dick van Gameren (BK), 'Wat is de invloed van architectuur op het woon- en leefgenot?'
Marjan Hagenzieker (CiTG), 'Voorrang op de rotonde: wat is de veiligste manier?'
Carola Hein (BK), 'Hoe ziet de binnenstad er in de toekomst uit?'
Jan-Dirk Jansen (CiTG), 'Kan aardwarmte een vervanging zijn voor verwarming van onze huizen?'
Bas Jonkman (CiTG): 'Hoe zouden we de Deltawerken vormgeven met de kennis van nu?'
Jan Leen Kloosterman (TNW): 'Is thorium een goed alternatief voor kernenergie?'
Behnam Taebi (TBM), 'Kan radioactief afval gerecycled worden?'

'Hoe zwaar is licht? Meer dan 100 dringende vragen aan de wetenschap', samenstelling Beatrice de Graaf en Alexander Rinnooy Kan. 336 pagina's. Prijs: 19,99 euro (paperback), 9,99 euro (e-book). Uitgeverij Balans.