TU weet globaal waar opbrengst leenstelsel heen gaat

Het sociaal leenstelsel moet ieder jaar miljoenen euro’s opleveren voor investeringen in onderwijskwaliteit. Ook de TU Delft krijgt een (nog onbekend) deel van dat geld. Waar blijft dat straks?

De studentenraad (sr) vroeg vorige week tijdens een overlegvergadering aan het college van bestuur of het al plannen heeft voor de ‘strategiegelden’, zoals hij het potje noemt dat vrijkomt na de invoering van het sociaal leenstelsel in september. Collegelid Anka Mulder antwoordde dat het geld ‘meer lucht in de organisatie’ moet brengen. Volgens haar staat er nu namelijk ‘behoorlijk wat druk op onderwijs en onderzoek’. Dus wil ze het geld investeren in:

  • het aannemen van meer onderzoekers die ook lesgeven; 
  • onderwijsfaciliteiten; 
  • voldoende aanbod en tijd voor docenten om hun onderwijs- en didactische vaardigheden te ontwikkelen.

De sr reageerde instemmend en kwam vervolgens met zijn eigen wensenlijst. Extra geld moet volgens de studenten gaan naar:

  • het aannemen van meer studieadviseurs, die meer tijd hebben om ‘zich in te lezen in waar studenten zich mee bezighouden’;
  • meer studentenpsychologen;
  • extra onderwijsfaciliteiten;
  • maatregelen voor studenten die weinig te besteden hebben;
  • extracurriculaire activiteiten, zoals collegegeldvrij besturen.

Om te controleren of de TU het geld in de toekomst (vanaf 2017) inderdaad gaat besteden waarvoor het is bedoeld, wil de sr dat het potje niet op de grote hoop verdwijnt, maar apart op de begroting komt. Mulder zei dat ze die behoefte snapte: “Die heb ik zelf ook. In het huidige begrotingssysteem BTS is dat ingewikkeld. We moeten kijken hoe we dat vorm kunnen geven.”