In de opstartfase van het Europese Instituut voor Technologie, de virtuele tegenhanger van het Amerikaanse MIT, heeft de TU zich met partners ingeschreven op alle drie de kerngebieden: klimaatverandering, ict en duurzame energie.
TU gaat voor de KIC'sHet EIT zal worden samengesteld uit zogenaamde Kennis en Innovatie Centra (KIC’s). Dat zijn consortia van universiteiten, onderzoeksinstellingen en bedrijven rond een bepaald thema die over verschillende locaties in Europa verspreid zijn.
De Europese Unie heeft drie gebieden aangewezen waar nieuwe KIC’s zich op moeten richten: klimaatverandering, duurzame energie en informatie- en communicatietechnologie. De TU is in KIC’s voor al deze drie gebieden vertegenwoordigd.
Bij de KIC over klimaatverandering werkt de TU Delft samen met de universiteiten van Utrecht en Wageningen, alsmede TNO, Deltares en Alterra. Bijzonder is de deelname van de stad Rotterdam en de provincie Utrecht. De buitenlandse partners bestaan onder meer uit andere leden van de IDEA League: ETH Zürich, Paris Tech en Imperial College. Van het Nederlandse bedrijfsleven doen Shell, DSM en Schiphol mee als zogenaamde core-partner.
Deze KIC wil de gevolgen van klimaatverandering in kaart brengen en vooral kijken hoe deze zijn te bestrijden en vermijden. Prof. Marco Waas (3mE) is de Delftse representant voor de co-locatie: ‘Research-onderwerpen waar de TU zich binnen deze KIC op wil richten zijn onder meer: aanpassing van de stedelijke omgeving aan klimaatverandering, elektrische mobiliteit, CO2-opslag en bio-energie.’
Een tweede onderwerp is ICT. De TU heeft er voor gekozen om in 3TU–verband (NIRICT) deel te willen nemen aan een ICT-KIC, met Eindhoven als beoogde Nederlandse co-locatie. Andere nationale partners zijn onder meer Philips en Novay; internationale partners zijn onder andere Nokia en Ericsson.
Prof. Erik Jansen (EWI) is samen met prof. Inald Lagendijk vanuit Delft bij dit KIC-voorstel betrokken: ‘De focus van het onderzoek zal liggen op wat ICT kan betekenen voor gezondheid en welzijn. Denk bijvoorbeeld aan sensoren die iemands gezondheid op afstand kunnen monitoren. Het gaat bij de KIC vooral om innovatie; het zo snel mogelijk naar de markt brengen van nieuwe technologische ontwikkelingen.’
Duurzame Energie
De derde KIC betreft Duurzame Energie (KIC SEEIT), met vanuit de TU Delft prof. Tim van der Hagen (TNW) als aanspreekpunt. De TU Delft werkt binnen het KIC samen met onderzoeksinstituten en top-universiteiten uit Scandinavië, Italië, Duitsland en Engeland. En ook hier zijn sterke binnen– en buitenlandse partners gevonden, zoals ECN, Eneco, Fiat, Dong Energy, Q-Cells en E.On Energie, het Duitse Fraunhofer Instituut en Vestas. Binnen deze KIC zijn er voor Delft vier kerngebieden: windenergie, zonne-energie, energie-efficiëntie (bijvoorbeeld in de bebouwde omgeving) en energiesystemen, zoals het onderzoek naar smart grids.
In december bepaalt de Europese Unie welke KIC-voorstellen worden gehonoreerd. De eerste co-locaties worden vervolgens in 2010 operationeel.
Bron: Externe Communicatie, TU Delft
Het European Institute of Technology (EIT) zal, anders dan de Amerikaanse tegenhanger, worden samengesteld uit zogenaamde kennis- en innovatiecentra (KIC’s). Dat zijn consortia van universiteiten, onderzoeksinstellingen en bedrijven rond een bepaald thema die over verschillende locaties in Europa verspreid zijn.
De Europese Unie heeft drie gebieden aangewezen waar nieuwe KIC’s zich op moeten richten: klimaatverandering, duurzame energie en informatie- en communicatietechnologie. De TU is in KIC’s voor al deze drie gebieden vertegenwoordigd.
Bij de KIC over klimaatverandering werkt de TU Delft samen met de universiteiten van Utrecht en Wageningen, alsmede TNO, Deltares en Alterra. Bijzonder is de deelname van de stad Rotterdam en de provincie Utrecht. De buitenlandse partners bestaan onder meer uit andere leden van de Idea League: ETH Zürich, Paris Tech en Imperial College. Van het Nederlandse bedrijfsleven doen Shell, DSM en Schiphol mee als zogenaamde core-partner.
Deze KIC wil de gevolgen van klimaatverandering in kaart brengen en vooral kijken hoe deze zijn te bestrijden en vermijden. Decaan prof.drs. Marco Waas (faculteit 3mE) is de Delftse representant voor de co-locatie: "Researchonderwerpen waarop de TU zich binnen deze KIC wil richten zijn onder meer: aanpassing van de stedelijke omgeving aan klimaatverandering, elektrische mobiliteit, CO2-opslag en bio-energie."
Een tweede onderwerp is ict. De TU heeft ervoor gekozen om in 3TU–verband (Nirict) deel te willen nemen aan een Ict-KIC, met Eindhoven als beoogde Nederlandse co-locatie. Andere nationale partners zijn onder meer Philips en Novay; internationale partners zijn onder andere Nokia en Ericsson.
Prof.dr.ir. Erik Jansen (faculteit EWI) is samen met prof.dr.ir. Inald Lagendijk vanuit Delft bij dit KIC-voorstel betrokken: "De focus van het onderzoek zal liggen op wat ict kan betekenen voor gezondheid en welzijn. Denk bijvoorbeeld aan sensoren die iemands gezondheid op afstand kunnen monitoren. Het gaat bij de KIC vooral om innovatie; het zo snel mogelijk naar de markt brengen van nieuwe technologische ontwikkelingen."
De derde KIC betreft Duurzame Energie (KIC Seeit), met vanuit de TU Delft prof.dr.ir. Tim van der Hagen (TNW) als aanspreekpunt. De TU Delft werkt binnen het KIC samen met onderzoeksinstituten en topuniversiteiten uit Scandinavië, Italië, Duitsland en Engeland. En ook hier zijn sterke binnen– en buitenlandse partners gevonden, zoals ECN, Eneco, Fiat, Dong Energy, Q-Cells en Eon Energie, het Duitse Fraunhofer Instituut en Vestas. Binnen deze KIC zijn er voor Delft vier kerngebieden: windenergie, zonne-energie, energie-efficiëntie (bijvoorbeeld in de bebouwde omgeving) en energiesystemen, zoals het onderzoek naar smart grids.
In december bepaalt de Europese Unie welke KIC-voorstellen worden gehonoreerd. De eerste co-locaties worden vervolgens in 2010 operationeel.
Foto
Foto
Foto
Foto
Eindelijk. Hij mag de weg op. De Superbus van prof.dr. Wubbo Ockels kreeg dinsdag een kenteken van minster Schultz van Haegen van Infrastructuur en Milieu.
De Delfste start-up aQysta heeft men hun door waterkracht aangedreven irrigatiesysteem de Philips Innovation Award 2012 gewonnen. De vier studenten ontvingen hun prijs ter waarde van 28.500 euro tijdens een feestelijke uitreiking dinsdag ...