Minister Plasterk wil het hoger onderwijs kritisch tegen het licht houden. “We persen een veel te diverse groep studenten door de twee types onderwijs die ons binaire stelsel biedt.”
Dat zei de minister maandag 31 augustus bij de opening van het academisch jaar aan de Universiteit Twente. Hij gaat een commissie instellen met deskundigen uit binnen- en buitenland. Volgend jaar maart zou er een advies klaar moeten zijn.
“Ons stelsel van hoger onderwijs begint uit zijn voegen te barsten. De toestroom van studenten is veel groter en diverser geworden, en niet alle studenten kunnen het uiterste uit zichzelf halen. Moet er geen breder stelsel komen?”, oppert Plasterk.
Hij wijst erop dat in 1950 maar vijf procent van de bevolking hoger onderwijs genoot, terwijl dat nu 47 procent is. Hbo en universiteit lopen volgens hem tegen grenzen op. De uitval van met name mbo’ers in het hbo is veel te hoog. Scholieren moeten te vroeg hun studiekeuze maken, ‘waardoor ze verkeerd kiezen’.
Bovendien ‘ontwikkelt zich een reële behoefte’ aan toegepast onderzoek in het hbo, vindt Plasterk, en zijn er hbo-studies die dicht tegen beroepsgerichte universitaire studies aanzitten. Hij denkt dat het stelsel ‘flexibeler en diverser’ kan worden.
De bewindsman verwees in zijn toespraak naar vier onderwijstypen in Californië. Dat kent tweejarige beroepsopleidingen, vierjarige brede bacheloropleidingen, universities met bachelor- en masteronderwijs en research universities die zich van de laatste onderscheiden door promoties.
Voorzitter van de hbo-raad Doekle Terpstra noemt het in een reactie ‘goed dat de minister hierover het debat wil aangaan’. Het traditionele idee dat universiteiten voor de wetenschap opleiden en hogescholen voor beroepen is volgens hem niet meer van deze tijd.
Ook van afgestudeerde hbo’ers wordt meer dan alleen praktische kennis verwacht. “Ze moeten hun eigen werkveld kunnen vernieuwen en hebben daarbij onderzoeksvaardigheden nodig. Studenten moeten daar tijdens hun opleiding op worden voorbereid.”
Sijbolt Noorda, voorzitter van universiteitenvereniging VSNU, noemt in het NRC het plan van Plasterk ‘een goed idee’. “Misschien is het beter om een vierstromenland te hebben. “Als tegen de vijftig procent van de studenten hoogopgeleid moet zijn, is het een gekke gedachte dat ze allemaal op dezelfde manier worden opgeleid.”
Die uitspraak leidt tot enige verbazing bij Paul Rullmann, lid van het college van bestuur bij de TU. “Ik heb de indruk dat je in Nederland al behoorlijk veel mogelijkheden hebt. Het afschrijven van het binair stelsel als te beperkt, gaat me te snel. Zeker als ik bedenk dat we al een kort hbo hebben, we nog maar net aan het begin staan van de bachelor-masterstructuur en de meeste universiteiten nog geen harde knip hebben.”.
Gerard Oosterwijk, voorzitter van de Landelijke Studenten Vakbond noemt het een ‘veeg teken’ dat de minister zijn plan op dit moment brengt, nu hij onder druk staat vanwege de investeringen in onderwijs. “Hopelijk is het geen verkapte bezuiniging. Als hij dit doet met het belang van studenten voor ogen, kan het goed zijn. Maar hoeveel zin heeft het als hij geen extra geld uittrekt? Uitdagend onderwijs komt uiteindelijk toch voort uit het werk van docenten.”
Dat zei de minister maandag bij de opening van het academisch jaar aan de Universiteit Twente. Hij zal een commissie instellen met deskundigen uit binnen- en buitenland. Volgend jaar maart zou er een advies klaar moeten zijn.
“Ons stelsel van hoger onderwijs begint uit zijn voegen te barsten. De toestroom van studenten is veel groter en diverser geworden, en niet alle studenten kunnen het uiterste uit zichzelf halen. Moet er geen breder stelsel komen?”, oppert Plasterk.
Hij wijst erop dat in 1950 maar vijf procent van de bevolking hoger onderwijs genoot, terwijl dat nu 47 procent is. Hbo en universiteit lopen volgens hem tegen grenzen op. De uitval van met name mbo’ers in het hbo is veel te hoog. Scholieren moeten te vroeg hun studiekeuze maken, ‘waardoor ze verkeerd kiezen’.
Bovendien ‘ontwikkelt zich een reële behoefte’ aan toegepast onderzoek in het hbo, vindt Plasterk, en zijn er hbo-studies die dicht tegen beroepsgerichte universitaire studies aanzitten. Hij denkt dat het stelsel ‘flexibeler en diverser’ kan worden.
De bewindsman verwees in zijn toespraak naar vier onderwijstypen in Californië. Dat kent tweejarige beroepsopleidingen, vierjarige brede bacheloropleidingen, universities met bachelor- en masteronderwijs en research universities die zich van de laatste onderscheiden door promoties.
Voorzitter van de hbo-raad Doekle Terpstra noemt het in een reactie ‘goed dat de minister hierover het debat wil aangaan’. Het traditionele idee dat universiteiten voor de wetenschap opleiden en hogescholen voor beroepen is volgens hem niet meer van deze tijd.
Ook van afgestudeerde hbo’ers wordt meer dan alleen praktische kennis verwacht. “Ze moeten hun eigen werkveld kunnen vernieuwen en hebben daarbij onderzoeksvaardigheden nodig. Studenten moeten daar tijdens hun opleiding op worden voorbereid.”
Sijbolt Noorda, voorzitter van universiteitenvereniging VSNU, noemt in het NRC het plan van Plasterk ‘een goed idee’. “Misschien is het beter om een vierstromenland te hebben. “Als tegen de vijftig procent van de studenten hoogopgeleid moet zijn, is het een gekke gedachte dat ze allemaal op dezelfde manier worden opgeleid.”
Die uitspraak leidt tot enige verbazing bij Paul Rullmann, lid van het college van bestuur bij de TU. “Ik heb de indruk dat je in Nederland al behoorlijk veel mogelijkheden hebt. Het afschrijven van het binaire stelsel als te beperkt, gaat me te snel. Zeker als ik bedenk dat we al een kort hbo hebben, we nog maar net aan het begin staan van de bachelor-masterstructuur en de meeste universiteiten nog geen harde knip hebben.”
Gerard Oosterwijk, voorzitter van de Landelijke Studenten Vakbond noemt het een ‘veeg teken’ dat de minister zijn plan op dit moment brengt, nu hij onder druk staat vanwege de investeringen in onderwijs. “Hopelijk is het geen verkapte bezuiniging. Als hij dit doet met het belang van studenten voor ogen, kan het goed zijn. Maar hoeveel zin heeft het als hij geen extra geld uittrekt? Uitdagend onderwijs komt uiteindelijk toch voort uit het werk van docenten.”
Foto
Foto
Foto
Foto
Eindelijk. Hij mag de weg op. De Superbus van prof.dr. Wubbo Ockels kreeg dinsdag een kenteken van minster Schultz van Haegen van Infrastructuur en Milieu.
De Delfste start-up aQysta heeft men hun door waterkracht aangedreven irrigatiesysteem de Philips Innovation Award 2012 gewonnen. De vier studenten ontvingen hun prijs ter waarde van 28.500 euro tijdens een feestelijke uitreiking dinsdag ...