​'Motocross is tegennatuurlijk'

Met hoge snelheid stuiteren over oneffen terrein, vol kuilen en springheuvels: eerstejaars klinische technologie Stephanie Stoutjesdijk (20) doet voor de vijfde keer mee aan de Women's World Motocross Championship.

Stephanie Stoutjesdijk: "Vier jaar geleden heb ik mijn nek gebroken. Verder wel eens mijn enkel, elleboog, sleutelbeen, wat niet eigenlijk." (Foto: Sam Rentmeester)
Stephanie Stoutjesdijk: "Vier jaar geleden heb ik mijn nek gebroken. Verder wel eens mijn enkel, elleboog, sleutelbeen, wat niet eigenlijk." (Foto: Sam Rentmeester)

In wat voor klasse rijd je?

"De MX2-klasse, op viertaktmotoren van 250cc. Dat Championship is een WK voor vrouwen en meisjes vanaf 15 jaar, alles op één hoop. Vorig jaar ben ik één keer zeventiende geworden en heb zo punten gescoord voor het klassement. Alleen een plaats bij de eerste twintig levert punten op voor de ranglijst. Dat is mij dit jaar in Italië en Frankrijk nog niet gelukt. Indonesië heb ik overgeslagen, vanwege de kosten en mijn studie. Er volgen nog wedstrijden in Tsjechië, Nederland en Frankrijk."

Wat is de aantrekkingskracht?

"Niet om door de modder te gaan, dat is gewoon niet leuk. Dan is het een kwestie van overleven, zorgen dat je overeind blijft. Het is heel apart om door de lucht te vliegen. Motocross is tegennatuurlijk, je lichaam en geest willen niet zo snel. Je voelt tegelijkertijd angst én vlinders in je buik. Het liefst zou ik de hele dag motocrossen, maar gelet op mijn toekomst is dat niet verstandig."

Moet je je als vrouw extra bewijzen in deze mannenwereld?

"De vrouwenmotocross-sport wordt serieus genomen, maar soms doen jongens neerbuigend. Ik train vooral met jongens. Als ik na een gewonnen race mijn helm afzet en ze zien dat ik een meisje ben, voelen ze zich vernederd. Dat vind ik wel grappig."

Hoe combineer je het crossen met studeren?

"Ik woon in Bergen op Zoom. Voor mijn studie reis ik per trein naar Rotterdam, Leiden of Delft, waar ik de meeste verplichte contacturen heb. Met mijn vader ga ik van huis uit naar de training, de motor achter in de camper. Ik train veel in België, op zoveel mogelijk plekken met verschillende omstandigheden. In Nederland heb je alleen zandbanen en weinig hoogteverschillen. In het weekend zit ik doorgaans beide dagen op de motor, voor een training of wedstrijd. Doordeweeks probeer ik twee keer te trainen, maar de studie laat dat niet altijd toe. Als het te nat is zijn de banen dicht, dan ga ik mountainbiken of hardlopen. Bij sneeuw of vorst gaan we een week in Spanje of Italië trainen.

Houdt de TU daar rekening mee?

Dankzij mijn topsportstatus gaan de docenten daar soepel mee om. Het gevolg is dat ik niet nominaal loop."

Wat zijn je ambities?

"Ik heb altijd geroepen dat ik wereldkampioen wil worden, dat moet ik nu een beetje bijstellen. Een plaats bij de top 15 zou al super zijn. Ik besteed nu meer tijd aan mijn studie dan op de middelbare school, daardoor loop ik achter bij de concurrentie. Die trainen vier, vijf keer per week professioneel. Met het oog op de toekomst is dat diploma voor mij het belangrijkst. Klinische technologie is vrij nieuw. Ik wilde iets technisch en iets niet-technisch doen. Het medische en het technologische aspect worden beide aangeboden."

Hoe gevaarlijk is motocrossen?

"Ik ben best vaak in het ziekenhuis terechtgekomen. Vier jaar geleden heb ik mijn nek gebroken. Verder wel eens mijn enkel, elleboog, sleutelbeen, wat niet eigenlijk. De liefde voor de sport is zo groot, dat ik toch gewoon doorga. Het is echt een virus."