IN MEMORIAM - Prof.dr.ir. Coen Temminck Groll (1925-2015)

Coen Temminck Groll overleed afgelopen zaterdag. Hij was de eerste hoogleraar architectuur en restauratie op de faculteit bouwkunde in Delft, een functie die hij van 1973 tot 1986 bekleedde. Met zijn onafscheidelijke vlinderstrik en zijn Citroen Ami was hij een opvallende verschijning op Bouwkunde.

Restauratie was in die tijd alles behalve mainstream onder architecten. Het waren de hoogtijdagen van de nieuwbouw en maakbaarheid. De werkgroep restauratie vormde een overzichtelijk eiland op de faculteit, waar door de hardcore architecten wat meewarig naar werd gekeken. Ik had dan ook heel wat uit te leggen aan mijn vrienden toen ik besloot voor Restauratie te gaan.

In de colleges van Coen Temminck Groll bleken de vooroordelen van de buitenwacht echter beperkt te gelden. Hij benadrukte keer op keer de architectonische ontwerpopgave van het restaureren en liet uit alle tijden en werelddelen voorbeelden zien van hoe divers het omgaan met monumenten kan zijn. Veel van zijn voorbeelden zouden nu direct in de colleges van Heritage & Architectuur gebruikt kunnen worden.

Temminck Groll was als restauratiearchitect betrokken bij tal van grote restauratieopgaven, bijvoorbeeld van de Utrechtse binnenstadskerken en van Kasteel Amerongen en de Cannenburgh bij Vaassen. Hij promoveerde op de middeleeuwse stenen huizen in Utrecht (1963). In al die opgaven is wel een verschil met het nu te zien – destijds was de monumentenzorg gericht op de grote en hele oude monumenten. Schoorvoetend werden de eerste industriële gebouwen en moderne projecten aangewezen. Van Erfgoed en Ruimte of Behoud door Ontwikkeling nog geen spoor.

Wat dat betreft is het werkveld de afgelopen decennia enorm veranderd – van een exotisch hoekje tot de kern van de bouwopgave. Architectuur en restauratie groeiden door die ontwikkeling weer naar elkaar toe - met op Bouwkunde onder meer de verbouwing van het Werkverband Restauratie tot RMIT en recent tot Heritage & Architecture tot gevolg. Maar de benadering van de opgave en de passie zoals Coen die in het onderwijs bracht bleven al die tijd onveranderd actueel.

Temminck Groll verrichtte in opdracht van de Rijksdienst voor de Monumentenzorg baanbrekend onderzoek in de voormalige Nederlandse koloniën en handelsposten wereldwijd. Vanaf de jaren vijftig reisde hij met regelmaat naar overzee en hij was na de Apartheid ook een van de eerste onderzoekers die weer naar Zuid-Afrika ging. Hij publiceerde standaardwerken over de architectuur van Suriname (1973) en The Dutch Overseas (2002). Hoe meer houten huizen in het oude Paramaribo door brand worden verwoest, hoe belangrijker worden de prachtige 1:50 opmetingstekening die onder leiding van Coen werden gemaakt – en waarin de oude schoonheid van de koloniale stad bewaard blijft.

Zijn betekenis voor de monumentenzorg was groot – generaties restauratiearchitecten werden door hem opgeleid. In de architectuur is hij moeilijker te plaatsen – in het onderwijs appelleerde hij aan de continuïteit van het ontwerp en de uitdaging om monumenten naar het nu te halen – maar de toenmalige praktijk en beroepsopvatting was vooral nog op het verleden zelf georiënteerd.