Het is belangrijk om andere talen te spreken. Belangrijk om met veel ideeën en culturen om te gaan. Dit doet de mens goed, maar ook de samenleving heeft er baat bij, immers het bevordert de creativiteit, innovatie, en handel. Nederlanders zijn zich hier al sinds jaren van bewust.
De TU Delft zegt een internationaal georiënteerde universiteit te zijn. Er werken immers veel buitenlandse studenten en docenten, en veel van onze studenten vinden na hun afstuderen werk in het buitenland. Maar, maakt je dat dan meteen een internationaal georiënteerde universiteit? Ik vind van niet.
Internationaal georiënteerd zijn vergt meer inzet. Ook in het onderwijs zelf moet inhoudelijk meer aandacht besteed worden aan andere talen en culturen. Als ik in de gids voor interfacultair onderwijs kijk, kom ik tot een triest laag aantal talencursussen: twee gradaties Engels en Frans en een niveau Spaans en Italiaans. Als men dit leest kan men het toch niet meer serieus nemen dat de TU internationaal wil ogen! En aan de inzet van de studenten ligt het niet; de cursussen Spaans zitten allemaal al volledig vol geboekt.
Ik hoop dan ook dat de TU zeer spoedig tot inzicht komt, en het aantal cursussen voor talenonderwijs spoedig zal verhogen.
Joost van Putten, student technische bestuurskunde
Tricolore
Het stuk over de Tricolore in de vorige Delta trok mijn aandacht. Aangezien ik bij de marine gevaren heb, en aardig wat tijd op zee heb doorgebracht, vind ik de analyse in het artikel aannemelijk dat de driedubbele scheepsaanvaring het gevolg is van understaffing en oververmoeidheid. Maar de laatste alinea's van het artikel getuigen niet van veel kennis van zaken. Daarin wordt gesteld dat markering van het wrak met felle lichten geen zin heeft, omdat schepen dit toch te laat zien.
De dracht van een kardinale boei is makkelijk vanaf vijf nautische mijl (acht kilometer) zichtbaar door zijn lichtkarakter. Als er inderdaad een kerstboom van licht opgetuigd zou worden rond de Tricolore, dan zal deze niet gemist worden door andere schepen. Maar het probleem is dat aanvaringen vooral plaatsvinden in dichte mist.
Ook de stelling dat stuurlui niet op de radar kijken is verkeerd. Zelfs op een mooie heldere dag gebeurt navigeren bij de koopvaardij (ook in bananenrepublieken) voornamelijk op de radar. Die geeft namelijk een goed situationeel beeld. In de mist is de radar het enige wat men heeft, en in de mist op een wrak varen waar werkschepen omheen cirkelen, is gewoon een stommiteit. Vermoeidheid, niet goed afstellen van radarapparatuur, verlies van waakzaamheid zijn de oorzaken, zoals het artikel ook stelt. Het mooiste indianenverhaal vormt de passage dat grote schepen kilometers van tevoren moeten bijdraaien om een botsing te voorkomen. Het is een feit dat een normaal vrachtschip binnen driehonderd meter genoeg uitgeweken kan zijn om een wrak te ontwijken. De bewering is dus schromelijk overdreven.
Vincent van der Kruit, student technische informatica
Smeets
Journalisten mopperen vaak op voorlichters. Er zijn er te veel, ze sturen voor elke scheet een persbericht en ze belemmeren contact met degenen die je graag zou interviewen. Op borrels hoor ik wel eens verhalen van hoeveel beter het in ...
Francine Houben liet zich voor ‘Dutch Mountains’ uitgebreid interviewen door de bevriende journalist Jan Tromp. In hun gesprekken houden ze zich verre van alles wat zweemt naar jargon of opzichtig vertoon van eruditie. Dit boek trekt ...
Van der Duin
Geloof het of niet, maar in mijn vorige werkkring werd ik bij presentaties vaak aangekondigd als goeroe. En daar werd ik nogal zenuwachtig van. Niet omdat ik bang was de hooggespannen verwachtingen niet te kunnen waarmaken, maar omdat ...