Het uiteindelijke doel van het sluiten van de opleiding geodesie lijkt het realiseren van twee nieuwe MSc-opleidingen bij Luchtvaart- Ruimtevaarttechniek en Bouwkunde. Die kunnen alleen maar succesvol zijn als daar aanpassingen in de bestaande bacheloropleidingen plaatsvinden. Als dit nagelaten wordt is het voor een bachelorstudent immers niet duidelijk of hij haalbaar in kan stromen in de nieuw op te richten MSc's (ontbrekende voorkennis, onbekendheid met het onderwerp). Het is op dit moment niet duidelijk wanneer de aanpassingen in de bestaande L&R- en Bouwkundeprogramma's gerealiseerd worden. Zijn zulke aanpassingen nog wel haalbaar voor het begin van het nieuwe collegejaar?
Tevens gaat het voorgenomen besluit van het college van bestuur voorbij aan het feit dat de afdeling geodesie al onderwijs verzorgt bij civiele techniek, terwijl de verantwoordelijke sectie naar het OTB verhuisd zou worden. Een soortgelijke situatie is er voor het onderwerp kadastrale landmeetkunde. Misschien is de intentie van het besluit de onderzoeksgroepen Gigb en Gist te verplaatsen naar het OTB, en het bijbehorende onderwijs te realiseren binnen Civiele Techniek en Geowetenschappen?
Onduidelijkheid is er ook over de belofte dat bestaande onderwijsverplichtingen nagekomen zullen worden. Is dit wel een realistische optie, zeker voor de eerste en tweedejaars studenten? En zullen in de toekomst alle bestaande colleges nog wel gegeven kunnen worden? Deze ontwikkeling lijkt in ieder geval niet de motivatie bij de huidige studenten te bevorderen.
Tevens lijkt het erop dat op dit moment geen duidelijkheid bestaat over de ondersteunende functies binnen geodesie, behalve als ze op directe wijze verbonden zijn met de programma's die de reorganisatie overleven. Een verhuizing uit het gebouw lijkt onvermijdelijk en zal consequenties hebben voor de bibliotheek, het museum, archiefruimten, een werkplaats en diverse apparatuur opgesteld in het huidige gebouw. Op langere termijn moet nog maar blijken of deze veranderingen het gewenste resultaat hebben gehad en of het proces überhaupt wel nuttig is geweest.
.aut E.J.O. Schrama, docent geodesie
Smeets
Journalisten mopperen vaak op voorlichters. Er zijn er te veel, ze sturen voor elke scheet een persbericht en ze belemmeren contact met degenen die je graag zou interviewen. Op borrels hoor ik wel eens verhalen van hoeveel beter het in ...
Francine Houben liet zich voor ‘Dutch Mountains’ uitgebreid interviewen door de bevriende journalist Jan Tromp. In hun gesprekken houden ze zich verre van alles wat zweemt naar jargon of opzichtig vertoon van eruditie. Dit boek trekt ...
Van der Duin
Geloof het of niet, maar in mijn vorige werkkring werd ik bij presentaties vaak aangekondigd als goeroe. En daar werd ik nogal zenuwachtig van. Niet omdat ik bang was de hooggespannen verwachtingen niet te kunnen waarmaken, maar omdat ...