​Eerste Kamer akkoord met studievoorschot

De Eerste Kamer heeft vannacht ingestemd met het wetsvoorstel Studievoorschot. Vanaf september krijgen nieuwe bachelor- en masterstudenten geen basisbeurs meer.

Het wetsvoorstel kreeg een meerderheid van VVD, PvdA, D66 en GroenLinks achter zich. Geen enkele senator doorbrak de fractiediscipline. Ook PvdA-senator Ruud Koole niet, die zijn bedenkingen bij het wetsvoorstel zou hebben.

Het is een klinkende overwinning voor PvdA-minister Bussemaker. Dankzij een akkoord met oppositiepartijen GroenLinks en D66 is het haar gelukt om de basisbeurs te schrappen. Het nieuwe leenstelsel moet op termijn honderden miljoenen extra opleveren voor het hoger onderwijs.

In ruil worden de leenvoorwaarden versoepeld: studenten mogen het aflossen van hun studieschuld uitsmeren over 35 jaar en zijn nooit meer dan vier procent van hun inkomen aan maandelijkse aflossing kwijt.

Tot op het laatste moment hebben tegenstanders van het leenstelsel geprobeerd om enkele senatoren uit de ‘leenstelselcoalitie’ zover te krijgen dat ze tegen het wetsvoorstel zouden stemmen. Eerder strandde op die manier de zorgwet van VVD-minister Edith Schippers. Maar bij het studievoorschot bleven de rijen gesloten.

In de Eerste Kamer leefden vooral bij tegenstanders van de wet nog veel zorgen over de nieuwe studiefinanciering, maar minister Bussemaker verdedigde haar wetsvoorstel geroutineerd. Ze kwam geen moment in de problemen, ook al hadden PvdA en D66 gezegd dat ze hun standpunt over het wetsvoorstel pas na haar verdediging zouden bepalen.

Ze hamerde vooral op goede voorlichting. Als jongeren de soepele voorwaarden van een studielening maar begrijpen, dan zullen ze vast niet afzien van een opleiding, is de gedachte.

Ze had één kleine verrassing in petto. Maken mbo’ers en bachelorstudenten zich zorgen of ze zonder basisbeurs nog wel kunnen doorstuderen? Dan kunnen ze de komende maanden terecht bij ‘financiële vertrouwenspersonen’ die hen kunnen helpen, aldus minister Bussemaker. Wie dat zijn, wordt in overleg met de onderwijsinstellingen bepaald. Extra geld is “zo nodig” beschikbaar.

Critici hadden haar onder meer verweten dat ze studenten aanmoedigde om zich in de schulden te storten zonder op de risico’s te wijzen. “Geld lenen kost geld”, benadrukte ook Koffeman van de Partij voor de Dieren. Bussemaker bleef onverstoorbaar benadrukken dat er een groot verschil is tussen commerciële leningen en een studielening. Ze gaf toe dat het financiële bewustzijn bij studenten vergroot moet worden, maar ze zag verder geen kwaad in studieleningen. Daar hoef je geen leenangst voor te hebben.

Kritiek op de voorzieningen voor gehandicapte studenten of studenten die vanwege bijzondere omstandigheden studievertraging oplopen pareerde ze (opnieuw) door te verwijzen naar het profileringsfonds van instellingen. Daar kunnen studenten terecht als ze extra financiële ondersteuning nodig hebben. Wel beloofde ze, net als eerder aan de Tweede Kamer, dat ze met hogescholen en universiteiten om tafel gaat zitten om te kijken of die profileringsfondsen nog toereikend zijn.

Ze verwierp ook het verwijt dat ze studenten zou opvoeden tot calculerende burgers die hun studie slechts in termen van investering en inkomen zouden bekijken. “We spreken studenten aan op hun talenten en verantwoordelijkheden”, aldus de minister. Alle troepen staan al klaar om een voorlichtingscampagne voor studenten en scholieren te starten.

Toch kon ze niet iedereen tevreden houden, zelfs haar medestanders niet. Het doet senator Ruard Ganzevoort van GroenLinks pijn dat ook de huidige universitaire bachelorstudenten in hun vierde jaar geen basisbeurs meer krijgen. “Dit punt vind ik het lastigst uit te leggen. Studenten hebben de rechtvaardige verwachting gehad dat ze voor dat extra jaar van hun bachelor een beurs zouden krijgen”, legde hij voor aan Bussemaker.

Hierover waren studenten ook onaangenaam verrast. Velen kwamen er pas achter na de landelijke demonstratie tegen het leenstelsel.

Maar Bussemaker vindt het niet meer dan logisch. In principe krijgen studenten drie jaar basisbeurs voor een wo bachelor en vier jaar voor een hbo bachelor. Dat vierde jaar basisbeurs voor universitaire studenten was altijd bestemd voor hun masteropleiding en daar krijgen ze dus geen beurs meer voor.

Ook deden de oppositiepartijen nog pogingen om met moties de wet in hun richting te laten opschuiven. Zo pleitte het CDA voor een ‘kortstudeerbonus’: een tegemoetkoming in de studieschuld voor studenten die vlot hun diploma behalen of met hoge cijfers afstuderen. Het mocht niet baten, alle moties werden verworpen.

En de groepen die mogelijk onevenredig zwaar worden getroffen, zoals gehandicapten en studenten van meerjarige masters? Die worden “gemonitord”, aldus de minister. Meer had ze niet nodig om de partijen van de leenstelselcoalitie achter zich te krijgen.