De wereld aan je voeten? Dat is een illusie

Snelle carrières, verre reizen en goede vrienden. Veel twintigers denken dat ze alles kunnen bereiken wat ze willen, als ze maar hun best doen. Ze lijken meer op elkaar dan ze willen toegeven, staat in een nieuw boek over hun generatie.

Hoogopgeleide twintigers hebben het maar moeilijk. Ze zien op Facebook en Twitter hoe hun leeftijdsgenoten hen aan alle kanten voorbij streven en een leuker leven leiden. De een heeft een opzienbarende stage of een leuke baan, de ander maakt spectaculaire reizen en bezoekt de mooiste feesten. Twintigers willen ‘eruit halen wat erin zit’ en balen als ze onverhoopt iets minder genieten of minder succes hebben dan hun leeftijdsgenoten.

Diep van binnen voelen ze zich allemaal uniek, maar daardoor ligt de lat ook hoog. Misschien wel te hoog. Bang om een afslag te missen maken ze geen keuzes – en daar denken ze ook nog eens de hele dag over na. Als ze zich per ongeluk betrappen op kuddegedrag, dan willen ze meteen laten weten hoezeer ze zich daarvan bewust zijn: “Het is misschien een cliché, maar…”

Over zulke twintigers schreven journalisten Marijke de Vries (25) en Birte Schohaus (29) een boek: ‘De wereld aan je voeten – en andere illusies uit het leven van twintigers’. Ze hielden interviews en spaarden ook zichzelf niet.

Jullie wilden geen zelfhulpboek schrijven…
BS: “Het boek is eerder ter herkenning. Om te laten zien dat je niet de enige bent en dat alle twijfels en ambities van deze generatie ergens vandaan komen.” MdV: “Twintigers blijken te leven met een bepaald wereldbeeld dat ze van jongs af hebben meegekregen.”

Kijken jullie nu anders naar die ambities en twijfels?
BS: “Ik kan niet zeggen dat ik er helemaal geen last meer van heb, maar ik denk wel iets vaker: waar ben ik nou mee bezig? Is dit reëel of laat ik me opfokken?” MdV: “Het schrijven van het boek was ook een beetje therapeutisch. Dat klinkt misschien niet zo cool, maar ik herken nu sneller de valkuilen. Als je dezelfde gedachtegang in verschillende interviews met twintigers terughoort, denk je zelf sneller: dit is misschien niet zo productief.”

Wat voor gedachtegangen?
BS: “Twintigers zijn vaak bang om keuzes te maken, want wat loop je dan allemaal mis? Wat je ook kiest, je krijgt altijd spijt. Wij hebben nu vóór ons dertigste een boek geschreven. Daar kan een vinkje achter. Maar nu denk ik al: wat is de volgende stap?” MdV: “En zo cool is het schrijven van een boek niet. Het was vooral jammer van mijn vakantie. Wat heb ik allemaal gemist door een boek te schrijven terwijl anderen in verre landen ervaringen opdeden? Dat soort gedachten zijn heel gebruikelijk onder twintigers.”

Waarom begonnen jullie eraan?
MdV: “Het kwam op ons pad toen we erover hadden geschreven voor De Groene Amsterdammer. Toen vroeg een uitgever of we een boek wilden schrijven en dan kun je natuurlijk geen nee zeggen. Grijp alle kansen, toch? Ook zo’n twintigersreflex. We zien van alles terug in ons eigen gedrag. Toen we bij de uitgever zaten, zeiden we: wij zijn zelf niet van die typische twintigers. We dachten dat het bij ons wel meeviel, vergeleken met de worstelingen van anderen.” BS: “Ja, dat zeggen ze ook allemaal, vooral jongens. Die praatten tijdens de interviews liever over de problemen van anderen. Pas als we doorvroegen, bleken ze zelf ook met al die twijfels te zitten.”

De twintigers waar jullie over schrijven zijn hoogopgeleid. Ze hebben het makkelijker dan hun laagopgeleide leeftijdsgenoten.
MdV: “Ze horen inderdaad bij de helft die het al redelijk goed voor elkaar heeft. Het is voor hen makkelijker om een baan te vinden, ook al is het crisis. Dat vergeten ze wel eens.” BS: “Maar hun problemen zijn wel reëel. Twintigers hebben vaker dan vroeger last van burn out. Dat is bepaald geen luxeprobleem. Anderen slikken preventief bètablokkers en ritalin om beter te presteren. Willen ze werkelijk doping gebruiken om mee te doen in de rat race?”

Het is crisis, de werkloosheid loopt op, jongeren zien hun pensioenen verdampen… Waarom hebben ze dan zo weinig met politiek?
BS: “De politiek de schuld geven van onze problemen? Dat doen we niet zo snel. We zijn liever slachtoffer van onszelf dan van een systeem.” MdV: “En zelfs als de politiek beslissingen neemt die ons niet bevallen, willen we niet echt zeuren. Want als we er echt iets aan willen doen, moeten we zelf maar in de Tweede Kamer gaan zitten. Dat zouden wij met al onze talenten ook best kunnen, toch?”

Alleen voor het protest tegen de langstudeerboete kwamen veel jongeren opdraven.
BS: “En dat was ook heel knap van de organisatoren. Het gebeurt niet snel dat we ergens collectief boos om worden. Met ons gevoel voor nuance laten we graag zien hoe uniek en bijzonder we zijn. We willen vooral niet met de kudde meelopen. Onder het protest smeulde geen grote politieke onvrede.” MdV: “We hebben ook nooit maatschappelijke tegenspoed gekend. Een economische crisis is nieuw voor ons. We zijn geboren in de loop van de jaren tachtig of begin jaren negentig en groeiden op in economische voorspoed. Oudere collega’s zeggen soms met enig medelijden: wij kregen meteen een vast contract en een lease-auto.”

Hoe zal de volgende generatie twintigers van jullie verschillen?
BS: “Nog meer dan wij zijn de tieners van nu prinsjes en prinsesjes, denk ik. Ik heb les gegeven aan eerstejaars en die verwachten dat de docent alles voor ze doet. Dat hoor ik ook wel van anderen die lesgeven.” MdV: “Maar misschien is dat een cliché. Als ze zulke dingen over ons zeiden, dan dachten wij ook altijd: dikke vette doei. Eén verschil is er natuurlijk wel: de tieners van nu beseffen al dat het crisis is. Die kunnen zich daarop voorbereiden nog voor ze gaan studeren. Wij kwamen er zomaar in terecht toen we net een baan gingen zoeken. Ik benijd de komende studenten niet. Ze zijn nog meer dan wij gewend aan vrijheid, terwijl de studies steeds schoolser worden en ze zonder basisbeurs nog sneller moeten studeren. Je kunt je afvragen of ze niet met minder kennis op de arbeidsmarkt zullen komen.”

Wat hebben jullie van dit boek geleerd?
MdV: “We zijn milder geworden. Net als andere twintigers hadden we best veel last van afgunst. Waarom krijgt zij met haar blog zoveel aandacht en ik niet?” BS: “Veel twintigers zullen het vies vinden klinken, maar ze moeten minder op zichzelf gericht zijn. Gun een ander ook zijn succes. Laat dat concurrentiedenken los.”

Vinden jullie het vreemd als jullie generatie narcistisch wordt genoemd?
MdV: “We staan heus niet allemaal voor de spiegel onszelf fantastisch te vinden, maar inderdaad zijn we vaak wel bezig onszelf te verbeteren en verder te komen. Daarbij zijn we natuurlijk allemaal bang: straks val ik door de mand. Maar misschien is het niet zo erg om dingen niet te kunnen of niet de allerbeste te zijn.”

Zijn jullie op een onderwerp gestuit dat jullie niet zagen aankomen?
MdV: “We hadden niet gedacht dat we zoveel over sociale media zouden schrijven, want dat hebben anderen ook al gedaan. Maar je kunt er niet omheen als je over deze generatie schrijft. Wij kijken er minder negatief tegenaan dan oudere generaties. We zijn helemaal niet zo bang dat we onze privacy weggeven. We weten best dat updates op Facebook maar de halve waarheid zijn.” BS: “En tot mijn verbazing bleek ook dat veel meisjes de biologische klok al horen tikken als ze pas zijn afgestudeerd. Ze vragen zich af wanneer ze kinderen willen en of ze tegen die tijd een vaste baan hebben en een huis kunnen kopen. Dat speelt veel meer dan ik had gedacht.”

Marijke de Vries (1987) is journalist voor dagblad Trouw en werkte voor het Hoger Onderwijs Persbureau. Birte Schohaus (1983) promoveert aan de Rijksuniversiteit Groningen op de relatie tussen politici en tv-journalisten en is freelance journalist.

'De wereld aan je voeten – en andere illusies uit het leven van twintigers.' Birte Schohaus & Marijke de Vries, Uitgeverij Bert Bakker, € 19,95