Crisis slaat beetje toe bij hbo-afgestudeerden

Hbo’ers zijn anderhalf jaar na afstuderen iets vaker werkloos dan voorheen. Ook krijgen ze minder vaak een vast contract, blijkt uit de nieuwe HBO-monitor.

Eind vorig jaar ondervroeg het Maastrichtse Researchcentrum voor onderwijs en arbeidsmarkt in opdracht van de HBO-raad ruim twintigduizend hbo’ers die in studiejaar 2009-2010 afstudeerden aan een bachelor- of masteropleiding. Hebben ze werk, en op welk niveau? Zijn ze achteraf tevreden met hun opleiding?

De werkloosheid van afgestudeerden aan een voltijd opleiding steeg van zes procent in 2010 naar 6,6 procent in 2011. De baankansen blijken wederom het slechtst in de kunstsector (8,6 procent werkloos) en de economie (8,5). Maar ook in de agrarische (7,8) en sociaal-agogische richtingen (7,8) zijn de cijfers niet rooskleurig. Afgestudeerden van zorg- en techniekopleidingen vinden juist makkelijker een baan dan in 2010. Maar 2,5 en 4,25 procent is werkloos.

Toch is 86 procent van de hbo’ers drie maanden na afstuderen aan de slag, maar dat kan ook voor twaalf uur in de week in de supermarkt zijn. Na anderhalf jaar is dat ruim 93 procent. Iets minder dan acht op de tien heeft werk in het eigen vakgebied. Voor driekwart geldt dat ze een functie op hbo-niveau hebben. Sociaal-agogen hebben daar de meeste moeite mee: slechts 55 procent slaagt daarin.

Hbo’ers krijgen net als andere afgestudeerden minder vaak een vast contract. Slechts 47 procent heeft na anderhalf jaar een vaste aanstelling. Toch zou bijna vier van de vijf hbo’ers met de kennis van nu voor dezelfde studie hebben gekozen.